zondag 20 september 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Goddeloze zondagen in de polders

26 mei 2015 (door de redactie)

De zondagen in mijn jeugd verschilden eigenlijk niet veel van mijn vakantiedagen. Er ontstond een verschil doordat mijn opa mij op een gegeven moment meenam naar het voetballen. Als leerling op Openbare scholen waar nooit een woord over godsdienst werd gesproken, heb ik de zondag altijd gezien als een vrije dag en niets anders, nou ja, op dat voetballen na dan.

 


Wielersport
Rond mijn 15e raakte ik gefascineerd door de wielersport, dankzij de jaarlijkse wielerronde van Feijenoord op 30 april. Mijn oude fiets toverde ik om tot racefiets door onderdelen langzamerhand te vervangen. Uiteindelijk was alleen het frame nog het oude, Met die fiets ging ik op de voetballoze zondagen de polders rond Rotterdam in. In deze periode kwamen mijn eerste botsingen met het christendom.

 In Melissant woonde familie van mijn moeder, dus het leek mij een goed idee hen met een bezoek te verrassen.

Op een van die zondagen fietste ik in zuidelijke richting en kwam terecht op het eiland Goeree Overvlakkee. In Melissant woonde familie van mijn moeder, dus het leek mij een goed idee hen met een bezoek te verrassen. Ze ontvingen me vriendelijk en ik kon aan tafel aanschuiven. Ik was bij hun bekend als Hans van Annie van Hannes. Later hoorde ik dat ik niet meer welkom was op zondag, omdat andere dorpelingen schande hadden gesproken van mijn bezoek op de fiets.
Op tochten rond Rotterdam werd ik ook verschillende malen lastig gevallen door mensen die net uit een kerk kwamen.

Midden op de weg
Zij bleven dan midden op de weg lopen en verdomden het om opzij te gaan. Een keer zelfs, in Rijsoord, probeerde een man mij van mijn fiets te duwen, maar na een paar schoppen en enkele krachttermen mijnerzijds liet hij me met rust.
Als mensen in sprookjes willen geloven moeten zij dat zelf weten, maar zij moeten er anderen niet mee lastig vallen en er ook hun kinderen geen schade mee berokkenen.
De eerste keer, dat ik een kerk van binnen zag was tijdens mijn militaire dienst. Met kerst moesten we vrijwillig verplicht (anders corvee) naar een oecumenische kerstdienst. Een, in mijn ogen, heel mooi Ambonees meisje zong het lied 'Little Drummer Boy'. Ik was zeer onder de indruk van het lied, of was het het meisje, en applaudisseerde als enige heel enthousiast en riep bravo. Het werd me door mijn meerderen niet in dank afgenomen en ik kreeg daarvoor alsnog strafcorvee.
In de steden kon men op zondag wel naar een bioscoop, museum, pretpark enz. maar een winkel mocht begin jaren negentig nog niet zijn deuren op zondag openen. Door verkoop van goederen kon de zondagsrust verstoord worden.

Mijn boekwinkel had ik net verhuisd naar de Witte de Withstraat waar op zondag vele mensen de musea en galeries bezochten.Witte de With
Voor mij was dat een probleem. Mijn winkel had ik net verhuisd naar de Witte de Withstraat waar op zondag vele mensen de musea en galeries bezochten. Boymans had nog niet zolang een nieuwe entree en men kon daardoor zonder een entreekaartje kunstboeken kopen in de museumwinkel.
Een van mijn specialisaties zag ik dus vals beconcurreerd worden door een gemeentelijke culturele instelling. Dus ik besloot ook op zondag mijn winkel open te stellen.
Ik plaatste een paar advertenties en stuurde een persbericht rond naar de kranten. Ik kreeg zelfs aandacht op de nationale radio. Na een paar zondagen stapte een agent van politie van zijn fiets en kwam de zaak binnen.
Hij vroeg me waarom de winkel open was en of ik daar toestemming voor had. Ik antwoordde hem, dat de winkel open was omdat ik geld wilde verdienen, maar dat ik geen toestemming had. Hij bedankte me en vertrok.
De week daarop kwam er een brigadier op bezoek en hij stelde dezelfde vraag en ik gaf hem hetzelfde antwoord maar voegde er aan toe dat hij me zou moeten bekeuren, maar dat hij dan ook Boymans een bekeuring zou moeten geven. Hij zei me dat hij daar niet aan wilde beginnen en het verder aan zijn suprieuren zou overlaten.

Bram
Hij wenste me veel succes en wandelde terug naar zijn bureau een eindje verder in de straat. Een zondag een paar maanden later, de winkel was net open, toen de burgemeester en zijn partner binnenstapten. De burgervader kwam met uitgestoken hand op me af en stelde zich aan me voor als Bram. Ik drukte zijn hand en stelde me voor als Hans. Zijn partner gaf me ook een hand en noemde de naam Kroes, waarop ik mezelf aan haar voorstelde als Van den Bos.
We hadden een kort gesprek over het wel en wee van de kleine boekhandel, daarna neusden ze een kwartiertje in de boeken en verlieten met een bedankt en tot ziens zonder iets te kopen mijn winkel.
Na niet zo lange tijd gingen veel winkels landelijk met toestemming op zondag open, zodat het nieuwe er af was en mijn omzet op zondag helaas flink zakte.

 

 

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!