zondag 19 september 2021

weekZine over stad, cultuur
en wereld

Still uit 'Benedetta' Foto Guy Ferrandis courtesy Filmdepot

Paul Verhoeven, Gerard Soeteman en een overtallige hagedis

24 juli 2021 (Manuel Kneepkens)

Het Filmfestival in Cannes wordt van oudsher niet compleet geacht zonder tenminste één schandaal verwekkende film. Dit jaar (2021) gooit Paul Verhoevens gewelddadige, seksuele drama over de 17-eeuwse non Benedetta Carlini hoge ogen. Pikante' kloosterseks' ( Lesbische nonnen! ) maakte Benedetta in Cannes tot het gesprek van de dag. Niet in het minst om een bepaald attribuut in de film. De dames gebruiken als dildo een Mariabeeldje. Dat attribuut moèst wel een voorname rol spelen in de film, legde Verhoeven op zijn persconferentie uit [citaat Volkskrant 12 juli jl.] omdat vrouwen in de 17e eeuw wel gestraft werden voor het  bedrijven van de lesbische liefde, maar enkel op de brandstapel belandden als ze bij hun liefdesspel ook  gebruik hadden gemaakt van een 'instrument'. 'En ik wilde erg graag een brandstapel in mijn film. Zodoende...' aldus Paul Verhoeven.

Filmliefhebbers, lees & huiver!

Gerard Soeteman, Verhoevens vaste scenarioschrijver ( Turks Fruit, Soldaat van Oranje, Spetters, Zwartboek), attendeerde hem op het boek over Benedetta uit 1986 van de Amerikaanse historica Judith Brown. 
Opmerkelijk is vervolgens wel, dat Soeteman zijn naam liet schrappen van de medewerkerslijst van de film. Omdat Verhoeven ' teveel aandacht had gefocust op het seksleven van de non'. Opmerkelijke uitspraak, want tot dan toe waren Verhoeven en Soeteman wat hun opvattingen over seks en geweld betreft, zogezegd ‘ twee handen op een onderbuik.’ Cinefielen, een film van Paul Verhoeven, die zelfs Gerard Soeteman te veel is, komt dat zien!  Maar wat heeft dat alles met een hagedis te maken, laat staan met poëzie? Het nodige! Filmliefhebbers, lees & huiver!

 Still uit Benedetta. Foto Guy Ferrandis courtesy Filmdepot

Een berg filmblikken 

Begin jaren zestig woonde ik als student op de Hoogewoerd in Leiden, schuin tegenover het pand waar ooit François Haverschmidt alias Piet Paaltjens in zijn tijd zijn domicilie had. Een sobere plaquette aldaar aan de gevel herinnert aan dat feit.

In het zolderkamertje tegenover het mijne trof ik plots een kolossale berg filmblikken aan. Het kamertje bleek gehuurd door de zojuist afgestudeerde wis- en natuurkundestudent Paul Verhoeven, die zelf ergens op de Langebrug woonde en daar blijkbaar ruimte te kort kwam voor zijn ‘hobby’ de film. 
Ik dronk een kopje oploskoffie met hem ter kennismaking. Hij was vast van plan de wis- en natuurkunde de wis- en natuurkunde te laten en een carrière als full time-filmer te beginnen.
Hij had toen al in 1959, het jaar voor mijn aankomst in Leiden, een low budget-film gemaakt met een aantal medestudenten, allemaal medewerkers op vrijwillige basis: Eèn hagedis teveel.
Een korte film in zwart-wit. De plot herinner ik me als volgt. Een student heeft een terrarium op zijn kamer en daar ontsnapt een hagedis uit. En daaruit leidt deze student af, vraag me niet hoe, dat zijn vriendin slaapt met zijn beste vriend! Een heel vertekende weergave, zo is mij inmiddels gebleken. Het geheugen, dat kan wat. 
[De film Eèn hagedis teveel staat onderaan dit artikel.] 

Eén Hagedis teveel

De werkelijke inhoud: Hoofdpersoon is de  vrouw van een (dwangmatige) beeldend kunstenaar ,die haar, zijn favoriete model, alleen kan portretteren als ze er... áls een ander uit ziet. Met een pruik op dus, bv. En liefst gegrimeerd. De werktitel van de film luidde zelfs: Een Sprookje van Grime.
Die vrouw begint uit onvrede over haar obsessieve man een verhouding met een student die al een vriendin heeft. Beide vrouwen blijken het, wonderlijk genoeg, goed met elkaar te kunnen vinden. Zij verwisselen van rol. Tot tevredenheid van de beeldhouwer, wordt gesuggereerd: eindelijk kan hij zijn vrouw (of is het die andere vrouw?) portretteren.

Er wordt in deze kleine zwart-wit film duidelijk gelonkt naar de Franse film van de jaren vijftig .Naar de Nouvelle Vague en omstreken
Met name naar Louis Malle's film noir Ascenseur pour l'echafaud.  De vrouwelijke hoofdfiguur van Verhoevens film heeft zelfs qua uiterlijk wel wat weg van Jeanne Moreau (plus een vleugje Bardot), de hoofdfiguur uit Louis Malle' s film. Maar dan Hollandser, stijver.  

Interessant detail: Jeanne Moreau  had het tot dan toe niet verder gebracht dan kleine rollen in B-films: omdat zij weigerde gegrimeerd te worden.
Haar eerste grote rol, èn haar doorbraak, krijgt zij pas  met Malle's 
Ascenseur pour l'echafaud. En dan is er ook nog de overeenkomst qua filmmuziek. Jazz. Uitsluitend jazz. (Miles Davis!)

Eén hagedis teveel bleek grotendeels opgenomen op een studentenkamer, die ik herkende. Het was de kamer van Leon Schreinemacher. Een ouderejaars- rechtenstudent met een hobby die men eerder bij een bioloog zou verwachten, een Maarten ’t Hart of zo, dan bij een jurist. Want die Leon was een liefhebber van reptielen en amfibieën en hield er een terrarium op na. Leon kende ik omdat ik met hem in het gezelschap Limburgia zat, het gezelschap van Limburgse studenten in Leiden. 

Basic Instinct 

Eèn hagedis teveel herinner ik mij als poëtisch. Een eigenschap die ik tot mijn spijt niet of nauwelijks in Pauls latere films heb  mogen aantreffen. Integendeel,  die zijn in hoge mate anti-poëtisch, dankzij hun overmaat aan geweld. Denk aan het motorcrossongeluk en de verkrachting in Spetters, aan de man, die met zuur wordt overgoten in Robocop, aan de ijspickscene in Basic instinct, aan de lawine aan excrementen die over de brave Carice van Houten  wordt uitgegoten in Zwartboek, enzovoorts.  

Ook Verhoevens voorlaatste film Elle draaide om geweld, seksueel geweld met name, om een verkrachting. De film is vakkundig gemaakt, je verveelt je geen moment. Met een fenomenaal actrice als Isabel Huppert, die terecht voor haar rol de Golden Globe kreeg, kan het ook eigenlijk niet mis gaan. Maar het is en blijft niet meer dan een goede B-film. Het wil maar geen A-film worden. 

 Arnold Schwarzenegger in Paul Verhoevens 'Total-Recall' uit 1990  Bld Filmdepot

Het is dus het surplus aan geweld, dat naar mijn mening maakt, dat Verhoeven almaar niet boven het niveau van ‘een goede B-filmer’ weet uit te komen. En daar in1995 met de film Showgirls zelfs beduidend onder blijft! Paul Verhoeven  kreeg voor die film dan ook terecht niet èèn Razzie - de prijs voor de slechtste film van het jaar - maar liefst zeven!
Nog een geluk voor alle vredelievenden onder ons, dat hij de financiering van een film over het Leven van Jezus, zijn grote droom, nooit rond heeft gekregen! Want in het boek dat hij over Jezus heeft geschreven, Jezus van Nazareth, is die Jezus, hoe kan het ook anders bij Paul, een… agressief  type. Het is de Jezus, die heeft gezegd: ‘Ik ben gekomen om het zwaard te brengen’ én de Jezus die de bankiers - wat een vooruitziende blik had die man! – de voorhof van de tempel uitranselt. Die Jezus, dàt is de Jezus naar Pauls hart. Van de Bergrede: Zalig de zachtmoedigen… geen spoor.

Dolz

Toen ik nog raadslid was in Rotterdam, kwam het nogal eens voor dat mensen een beroep op me deden, die ergens waren vastgelopen in de  gemeentelijke bureaucratie..
Soms kon je daar wat aan doen, bv. door met de desbetreffende ambtenaar ‘die moeilijk deed’, te gaan praten, en indien dat niet hielp, met de wethouder, en indien dat niet hielp, door een schriftelijke vraag aan het College van B&W te stellen. Die vraag bracht ik dan  in de pers en daar hield het College niet van. Dus met die aanpak boekte ik wel eens succes.
Omdat de Stadspartij, waarvan toentertijd fractievoorzitter was, ‘creativiteit’ hoog in het vaandel had staan, waren het nogal eens kunstenaars, die een beroep op mij deden.
Zo richtte op een gegeven moment  Dora Dolz zich tot mij. De flamboyante  kunstenares van Spaanse - eigenlijk Catalaanse - afkomst, die alom bekend was om haar vrolijke banken van keramiek. Waarvan er hier in Rotterdam eentje prijkt in het Park onder de Euromast.  En  op de kruising van de ‘s Gravendijkwal en de Mathenesserlaan prijken twee keramische fauteuils van haar hand. 
Maar ook elders in het land staan keramische banken van Dora Dolz, bijvoorbeeld in de tuin van kasteel Nijenhuis in Wijhe , de plek waar Hannema de ‘befaamde’ ex-directeur van het Boijmans zijn laatste dagen heeft gesleten.

Beschermd dier 

Dora leed toentertijd aan afnemend gezichtsvermogen en wilde een glazen atelierhuisje laten zetten in de tuin achter haar huis aan de Heemraadsingel om zo meer licht te hebben om te kunnen schilderen. 
Maar daar had een van de buren verderop, een advocaat, een bezwaarprocedure tegen aangespannen bij de toenmalige deelgemeente Delfshaven. Er zou namelijk een beschermd beestje, een of ander hagedisje, zijn biotoop hebben in de tuinen achter de huizen aan de Heemraadsingel. Niemand had dat diertje ooit gezien, behalve dan die jurist. Maar omwille van die ‘spookhagedis’ mocht er dus in de tuin van Dora niet gebouwd.
'En wie is die buurman?' vroeg ik aan Dora. ‘Advocaat Schreinemacher!‘ Verdomd, het was Leon uit mijn Leidse Tijd. De man wiens terrarium zo cruciaal is in die vroege Paul Verhoevenfilm.
Er was dus plots wéér… één Hagedis te veel ! Ditmaal niet in Leiden maar in Rotterdam! 

Voyeur

Van de fameuze Verhoeven- film Turks Fruit, heb ik zowaar een cruciale filmopname van nabij mogen meemaken. En wel de scene, waarin de hoofdpersoon Erik, ‘de jonge Wolkers’, gespeeld door Rutger Hauer, de onthulling van een door hem vervaardigde plastiek voor het ‘Vesalius Ziekenhuis’, bijwoont.
Voor die festiviteit draaft ‘Koningin Juliana’ op. Maar kennismaken met Hare Majesteit zit er voor de kunstenaar niet in. Daarvoor is zijn vriendin Olga, gespeeld door Monique van der Ven, volgens de organisatoren van de onthullingsplechtigheid, veel te bloot gekleed.
Erik en vooral Olga worden tamelijk hardhandig van de koningin weggehouden.
Die scene werd toentertijd op genomen voor het gebouw Woudestein van de Erasmus-Universiteit ( toen nog NEH geheten ). Ik was daar toen net benoemd tot docent Strafrecht en Criminologie en mocht het dus allemaal aanzien.
Boven de ingang van de hoogbouw had men een groot bord aangebracht VESALIUS ZIEKENHUIS.  En daaronder ging Verhoeven aan de slag. De scene moest eindeloos over. Steeds kwam Monique van der Ven terzijde van de ‘Wolkers’-plastiek met haar blote borstenjurk naar voren en steeds weer werd zij weggehouden van de koningin.
CUT ! En wéér moest alles opnieuw. De opname wilde almaar niet deugen in de ogen van Paul Verhoeven.
Monique moest dan weer aan de kant, tot zij opnieuw moest optreden en bedekte dan haar borsten met een plotseling, nogal aandoenlijk onhandig gebaar, met een gebreid vest of zoiets. Op dat moment voelde je je als toeschouwer een voyeur. Wat je natuurlijk al die tijd al was. Still uit 'Benedetta'  Foto Guy Ferrandis courtesy Filmdepot

Kloksteeg

Inmiddels heb ik me maar eens verdiept in de biografie van de hand van Rob van Scheers, Paul Verhoeven Een filmersleven
In de hoop daarin een antwoord te vinden, waarom er zo’n verschil is tussen enerzijds het jeugdwerk van Paul Verhoeven Eén hagedis teveel, een film vol poëzie en zonder een spoor van geweld, en anderzijds al zijn latere filmwerken vol geweld en maar heel nu en dan voorzien van een vleugje poëzie.

Om drie uur in de nacht van vrijdag op zaterdag 13 juni 1964 bleek Jan van Mastrigt, de scenarioschrijver van de film Eén Hagedis te veel, een eind aan zijn leven gemaakt te hebben. Hij had op zijn adres aan de Kloksteeg in Leiden, de gasslang in zijn keel gestoken.
Paul Verhoeven zelf zegt daarover: ‘Het overviel ons totaal. Ik wist nauwelijks dat er zoiets als zelfmoord bestond.’  Een ‘Leidse tragedie’ noemt de Verhoeven-biograaf de suïcide van Van Mastrigt. Een welgekozen woord.
Immers de Leidse student bij uitstek François Haverschmidt alias de dichter Piet Paaltjens deed een kleine eeuw eerder hetzelfde. Zij het, dat Haverschmidt die fatale stap deed op latere leeftijd, als dominee te Schiedam , toen bijgenaamd Zwart Nazareth,  waar hij zeer ongelukkig was ‘aan de met krengen bezaaide oevers van de Schie’.
Maar in zijn fameus geworden (studenten)dichtbundel onder het pseudoniem Piet Paaltjens Snikken en Grimlachjes  tekent zich die dreigende toekomst al af. Lees het wrange gedicht  ‘De Zelfmoordenaar’ daarin.
Maar om van Mastrigt met Paaltjens te vergelijken, kwam toen niet bij mij op. Die link leg ik pas nu.  Door Jeroen Brouwers is o.a. in De Laatste Deur het nodige geschreven over schrijverszelfmoorden in de Lage Landen. 

Zingen tegen de wind

Zijn schrijvers suicidaler dan anderen? Ja, want er is inmiddels het nodige bekend over het onmiskenbaar verband tussen suïcidaliteit en sensitieve persoonlijkheid. Creatieve mensen zijn vaak erg sensitief. Zij ervaren emoties, prikkels en gebeurtenissen zeer sterk. Dit kan zorgen voor stress. En stress kan leiden tot depressiviteit en bij depressiviteit ‘horen’ zelfmoordneigingen.
Volgens een onderzoek van het Zweedse Karolinski-instituut (in de Verhoeven-biografie aangehaald)  is er in de groep ‘creatieven’ een subgroep, die nog grotere risico’s loopt schrijvers. Bij auteurs komen depressies vaker voor dan bij andere mensen. Bovendien pleegt de schrijvende mens anderhalf keer zoveel keer zelfmoord dan de gemiddelde mens. 
Van de schrijvers zijn met name de dichters weer de meest sensitieve persoonlijkheden. Zie Haverschmidt /Piet Paaltjens; hij verborg zijn gevoeligheid achter een masker van humor en ironie, totdat het niet meer kon.  

Still uit Eén hagedis teveel van Paul Verhoeven 1960

Onkwetsbaarheid

De Rotterdammer Jan Van Mastrigt was een dichter. Hij behoorde tot de redactie, samen met Vaandrager en Sleutelaar, van het toenmalige tijdschrift Gard Sivik, een tijdschrift van Vlaamse afkomst, later in Rotterdamse handen geraakt. Een tijdschrift,  waaraan ook Armando en Hans Verhagen bijdragen leverden en dat gold als het Rotterdamse antwoord op de ‘Amsterdamse ‘vijftigers. 
Ik denk dat die Jan van Mastrigt een typische sensitieve persoonlijkheid was.
De gedichten van Jan van Mastrigt in Gard Sivik (No 9, Jan. 1958) laten dat zien. Ze hebben een duidelijk sensitief (en depressief) karakter. Bijvoorbeeld: 

en alles wat ik deed
vuur slaan uit de horizon
of zingen tegen de wind
het had een droge donkere weerschijn
een langzame dood op de hielen

en over zijn ouders:

je lichaam (zovele gedachten reeds door onderhuidse tunnels)
is een bleke jongeling die bij zijn ouders blijft
zijn moeder de liefde
zijn vader een ver visioen

Voor mij is het raadsel opgelost. Eén hagedis teveel is veel meer een Jan van Mastrigt dan een Paul Verhoeven!  
Bij het maken van zijn latere films was Paul Verhoevens vaste scenarioschrijver dus de hierboven genoemde Gerard Soeteman. Die dacht over het menselijk bestaan even ‘fel realistisch’ c.q. meedogenloos als Paul zelf. Daarvandaan dat die latere Verhoeven-films zo verschillen van Eèn hagedis te veel

De film 'Benedetta' is vanaf 14 oktober in de Nederlandse bioscopen te zien
 

'Eén hagedis teveel' Paul Verhoeven 1960

Zie ook Het gedicht 'Berlinale 1983

Reageren kan via contact@vandaagenmorgen.nl  Reacties voorzien van uw volledige naam en woonplaats kunnen geheel of deels geplaatst worden onder dit artikel   

Zie ook:

Deel dit bericht met je vrienden!