woensdag 15 juli 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Familiebotsingen tijdens oorlogstijd

4 mei 2015 (door de redactie)

In deze tijden van oorlogsherdenkingen zijn er natuurlijk talloze verhalen op te tekenen van doorsnee Rotterdamse families waarin het ene deel sympathiseerde met de Duitsers of de vazallen van de Nederlandse politieke partij NSB en het andere deel meer voelde voor het ondergronds verzet.


Zo’n familie was die van Piet van Dijk (1908-2001) in de zuidwestelijke Rotterdamse stadswijk Charlois. Zoon Piet van Dijk jr. (66) heeft de herinneringen van zijn vader die tussen twee kampen moest laveren, opgeschreven in het boek ‘Oorlog in Charlois’. Hij (thans wonend in Hoek van Holland) noemt het als zoon en naamgenoot een eer de oorlogsgeschiedenis van zijn familie te hebben vastgelegd.
Over het boek hangt een grijsgrauwe sluier van familiebotsingen.

Vader
Zijn vader Peter Lambertus van Dijk (kort genaamd Piet) bracht het grootste deel van zijn leven in Charlois door. Hij was kantoorbediende op een scheepvaartkantoor. Trouwde kort voor de oorlog met Jo Kegge, dochter van een Charloise vishandelaar. Piet sr. had broers, zusters en andere familieleden die allemaal in het boek voorkomen.
De 'grauwe sluier' bereikt zijn dieptepunt als er een burgemeester binnen de familie wordt benoemd, een 'statussymbool' waar Piet in gewone tijden veel trotser op zou zijn geweest. Wat er precies is gebeurd, heeft Piet jr. voor het nageslacht vastgelegd.
Leen Meerman, een volle neef van Piets (sr.) vrouw Jo was op het Zeeuwse eiland Tholen lid geworden van de NSB. Hij werkte zich binnen de partij snel op en werd in juli 1943 benoemd tot burgemeester van het plaatsje Scherpenisse.

Gearresteerd
Zijn burgemeesterschap hield nog geen twee jaar stand. Op 8 mei 1945 werd hij als foute Nederlander gearresteerd en in Rilland-Bath geïnterneerd. Tijdens de internering, die tot 8 mei 1949 duurde, moest hij werken in de mijnstreek in de Zuid-Limburgse gemeente Brunssum. Het heeft heel lang geduurd voordat Leen Meerman weer in de familie werd opgenomen.
Eén van de zussen van Piet sr., Jaantje, raakte met haar invalide man Arie en hun twee dochters dakloos bij het zogeheten ‘vergeten bombardement’ van de geallieerden op 31 maart 1943 in Rotterdam-west waarbij ruim 400 mensen om het leven kwamen. Families hielpen elkaar in slechte en goede tijden. Piet dus ook, samen met zijn ‘foute’ oudste broer Jan (hij was NSB’er en werkte voor de Duitse Sicherheitsdienst) en een andere broer Cor.
Tijdens het helpen aan de Korfmakersstraat in Rotterdam-west brak er een flinke ruzie uit tussen Jan en Cor want de eerste zag in het bombardement van de geallieerden weer een mogelijkheid om de Duitsers op te hemelen.
Het hoofdstuk gewijd aan het ‘verraad van Jan’ is typerend voor de onderlinge verhouding in sommige families in Rotterdam. Piet jr. beschrijft de kwestie uitvoerig.

Broer aangegeven
Je moest met je familie in die tijd wel blijven omgaan. Jan wilde voor de Duitse bezetter zijn beste beentje voorzetten en de Duitsers laten zien aan welke kant hij stond. Omdat zijn broer Cor zich tegen hem had gekeerd en had afgegeven op de Duitse bezetter, zag hij zijn kans schoon een wit voetje bij zijn superieuren te halen, zo schrijft Piet jr.
Jan zou zijn broer aangeven en laten arresteren. Hij vond zelf dat dit van moed en plichtsbesef getuigde. Hij was er zelfs trots op. Andere familieleden dachten daar compleet anders over.
Op woensdag 14 april werd Cor thuis opgepakt en afgevoerd naar het kantoor van de Sicherheitsdienst aan de Heemraadssingel. Daar werd hij opgesloten en regelmatig ondervraagd over zijn sympathieën. Veel konden de Duitsers niet vinden.
Cor bleef echter vast zitten. Ongetwijfeld op voorspraak van zijn oudste broer, schrijft Piet jr. Cors vrouw Nel was ten einde raad. Thuis zat zij met een garagebedrijf en een zoontje van ruim twee jaar.
Ze was hoogzwanger. Ze riep de hulp in van Piet sr., die al enige tijd van plan was iets te ondernemen.
Op 21 april 1943 - een week na de arrestatie van Cor - schreef Piet sr. aan ’Den Befehlshaber der Sicherheitspolizei’ in Rotterdam dat zijn broer Cor was gearresteerd en dat diens bedrijf moest doorgaan. Piet pakte het drastisch aan.
Het garagebedrijf in de Wolphaertsstraat stond in Charlois goed bekend.
Piet wees in zijn brief op dokter Kuiken, een notabele in Rotterdam-Zuid. Deze had zijn auto in de garage van Cor staan. Hij liet daar ook het onderhoud doen. Het bedrijf lag stil. Het personeel was enige tijd geleden afgevoerd naar Duitsland, om er te werken. Piet sr. schreef dat allemaal en wilde graag per omgaande bericht ontvangen. Hij was duidelijk boos en vond dat zijn jongere broer onschuldig vast zat.

 

 

 

 

Ingekort de lijst van burgemeesters in de plaats Scherpenisse.Geluk
Hij had geluk, want hij mocht een dag later al op kantoor komen. Het hoofd van de SD was ‘Herr Heuer’. Piet was klein van gestalte, maar voelde zich in het grote pand aan de Heemraadssingel nog een stuk kleiner. Hij deed zijn verhaal en legde in het Duits zo goed mogelijk uit waarom zijn broer Cor was gearresteerd.
Dat deze van mening verschilde met zijn broer Jan en dat hij om die reden was opgepakt. Heuer hoorde Piet aan, maar raakte niet echt overtuigd. ’Was wollen Sie jetzt?’ vroeg hij. Piet wilde zijn broer zo snel mogelijk vrij zien te krijgen, maar Heuer hapte niet. ’Mag ik morgen terugkomen met mijn vader, om het één en ander nóg beter uit te leggen?’
Piet sr., netjes aangekleed, deed dat met zijn vader. Heuer was kennelijk in een goede stemming, want hij ontving vader en zoon op een vriendelijke manier. De kinderen van zijn vader gaven kennelijk de doorslag.
Heuer pakte de telefoon en gaf order Jan van Dijk bij hem te laten komen. Even later zwaaide de deur van de grote kamer open en kwam broer Jan binnen. Hij meldde zich met ’Heil Hitler’ met een omhoog gestrekte rechterarm en klikte zijn laarzen tegen elkaar. De groet werd niet beantwoord!

'Heraus'
’Is dat je vader en is dat een broer van je?’ vroeg Heuer. ’Jawohl, Herr Heuer’ antwoordde Jan gedisciplineerd. Heuer ging staan en las Jan ongenadig de les. Uiteraard in het Duits, niet mooi en bepaald niet om na te vertellen. Jan stond te sidderen van angst. Dit had hij niet verwacht. Hij werd door Heuer figuurlijk de deur uitgeschopt: ’Heraus!’
Jan droop af. Heuer nam opnieuw de telefoon en liet gevangene Cor van Dijk binnen brengen. In het enorme kantoorpand was een aantal kamers als gevangeniscel ingericht. Gearresteerde personen zaten daar voor de eerste verhoren. Heuer ontving Cor heel vriendelijk en gaf hem zijn vrijheid terug. Met een handdruk bedankten ze Heuer.
Lezers van het boek zullen zeker moeten lachen om de talloze manieren die Piet sr. wist te verzinnen om de verplichte tewerkstelling van de Duitsers te ontlopen. ‘Ik verzet geen poot voor de vijand’. En dan hebben we het nog niet eens over de grappen en grollen die hij gebruikte om zijn zin door te drijven.

Hoe het verder ging met de familie Van Dijk is in het boek ‘Oorlog in Charlois’ te lezen. Een aanrader voor alle Rotterdammers. ISBN 978-94-91354-44-1. Uitgeverij Coolegem Media.

 

 

 

 

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven