woensdag 24 februari 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Extravagantie in de jaren ’70 in 'the city’

14 maart 2016 (Hans Roodenburg)

De extravagantie droop er in de jaren ’70 in ‘the city’ Rotterdam vanaf. Geheel in het tijdsbeeld waren er vele clubs en cafés waar de drugs (en uiteraard de drank!) tegen de plinten klotsten.
In de drugs ging het vaak om de wat goedkopere wietsoorten of marihuana. Alleen enkele rijke yuppen uit die tijd konden zich de zwaardere drugs heroïne en cocaïne permitteren.

Sommigen zijn er aan onderdoor gegaan. Anderen hebben daarna een burgerlijk bestaan opgebouwd en zijn min of meer ‘netjes’ geworden. Weer anderen behoren – mede door de funky jaren ’70 – nog steeds tot de oudere hippies.


Hopeloos
Tegenwoordig bestaat de drugsscene vooral uit hopeloze ongeschoolden (vaak van allochtone of asociale afkomst) óf uit topcoryfeeën die zich zo nu en dan extravagantie permitteren. De tijd dat junks je aan de lopende band in het centrum van Rotterdam vroegen om een paar gulden om hun moeder te kunnen ‘bezoeken’ is grotendeels voorbij. Uiteraard zijn er nog ‘eigenheimers’ genoeg in de stad.

Alleen enkele rijke yuppen uit die tijd konden zich de zwaardere drugs heroïne en cocaïne permitteren.Maar daar gaat het in dit geval niet om. Die actuele situatie behoort op een andere plaats op deze site. De heftige jaren ’70 staan in 'GISTEREN' centraal. De politieke correctheid was nog ver te zoeken. Vele jongeren uit die tijd vonden in die tijdsgeest bijna alles goed. Als het maar op het randje van de burgerlijke samenleving verkeerde. In navolging van de decadente Studio 54 in New York, waar met name de beroemdheden in kunst of pop kwamen, waren er vele clubs en cafés in Rotterdam die dezelfde regionale status probeerden te bereiken.

Gelegenheden
Zo uit het hoofd weten ouderen die de jaren ’70 als twintiger hebben meegemaakt diverse gelegenheden te noemen. Zoals Club 54 Studio aan de Hartmanstraat die overigens nooit de naam en faam heeft gekregen van zijn beroemde ‘broertje’ in New York. Voorts had je in die tijd Exit, De Rode Papegaai, ’s Lands Weerbaarheid, Place Pigalle, In den Twijfelaar en nog vele anderen.
De auteur van dit artikel werd zelf indertijd meegesleept door een paar jonge redactiecollega’s van Het Vrije Volk, het grootste dagblad van Rotterdam destijds, naar AMVJ aan de Mauritsweg. Daar heb ik één sigaret met marihuana op en ben daardoor zo misselijk geworden dat ik nooit meer softdrugs heb aangeraakt, laat staan heroïne of cocaïne. Coke die zich als een wit tapijt op de tafels bevond, zoals in Studio 54 in New York, heb ik nooit meegemaakt. Maar biertjes genoeg in de stad van mijn hart!

AMVJ
Wim de Boek (van 1947), bekend van vele Rotterdamse activiteiten en het kunstwereldje, heeft nog een lidmaatschapskaart mét pasfoto - toen vrij normaal - van de AMVJ. ,,Ik woonde nog bij mijn ouders, maar blowde niet.’’
In de clubs en cafés kwam je plaatselijke beroemdheden uit de cultuur tegen zoals de (recent) overleden Frans Vogel, Cor Vaandrager, Ruut Ramseijer en vele andere kleurrijke figuren uit het wereldje en soms uit de mediahoek. Ze hadden vaste stamkroegen als Café Timmer aan De Oude Binnenweg of De Schouw aan de Witte de Withstraat. Ze moeten inmiddels al minstens 65 jaar of ouder zijn.
De horecagrootheden uit die tijd waren Henk Smol en de gebroeders Van Rey. Elk nieuw tijdperk geeft nieuwe kansen. In de jaren ’60, toen aan het eind van dit decennium bij enkele voorlopers de drugs in opkomst kwamen, was vooral Klaas van Duin de horecakoning van Rotterdam. Wie het tegenwoordig is, zou ik niet weten. Misschien kunnen mensen dat in hun reacties aangeven of vermoeden. Ook hun verleden over dit onderwerp in Rotterdam is welkom.

'Ik heb ooit één sigaret met marihuana gerookt en ben daardoor zo misselijk geworden dat ik nooit meer softdrugs heb aangeraakt'.'Gaan roken'
Onze gewaardeerde columnist Ronald Sørensen verhaalt over het Rotterdamse hasjiesjwereldje uit de jaren ’70. ,,Ik ben als sporter – rookte dus niet – er bewust voor gaan roken. Shag uiteraard omdat je daar de hasj in moest korrelen. Meestal had je wel een vriend of bekende die het verkocht. Er stond wel gevangenisstraf op het bezit! Soms woonde men op zichzelf en haalde je het gewoon aan huis. In het gebouw van de AMVJ was ook een dansavond en daar ben ik voor het eerst opgelicht met nep wiet. Ik ben ook nog voorzitter geweest van een club, maar daarmee – ik was onderwijzer – gestopt omdat het al heel snel een centrum voor softdrugs handel werd. Vooral toen de XTC op de proppen kwam.’’

Natuurlijk had je in de jaren ’70 eveneens ‘nette’ gelegenheden waar drugs verboden waren én waar de alcoholische drankjes rijkelijk vloeiden. Om er enkele te noemen die ‘in’ waren: Moulin Rouge (naast V&D), de bar van het Rijnhotel, De Ballentent, Scandia Hotel, Chalet Suisse, ’t Fust en vele, vele anderen.
Over het algemeen kwam daar toch een iets ander publiek. Nauwelijks de funky jongeren uit die tijd. Méér de gesettelde mensen die misschien wel wat bedaarder waren maar ook minder provocerend of veranderingsgezind.

(Dit artikel is tot stand komen met medewerking van Jim Postma, Wim de Boek en Ronald Sørensen).


Klik hier voor onderstaande tip van 'Johannes'

 

 

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!