vrijdag 3 december 2021

webMagazine over stad, cultuur
en wereld

Een voorstelling buiten het establishment

1 juni 2012 (Ronald Glasbergen)

‘My first suicide’ gaat over Simon (Dylan Smith) die werkeloos is. Het stuk is losjes gebaseerd op ‘De Zelfmoord’ van de Russische schrijver Nicolai Erdman uit 1928. Play Rape noemt regisseur Sarah Moeremans (1979) haar eigen bewerking vrolijk.

Met haar Simon is eigenlijk weinig aan de hand.Zijn vrouw houdt van hem en Simon geeft om eenvoudige dingen. Als de leverworst niet op tijd komt wil hij zelfmoord plegen, niets om serieus te nemen dus. Helaas leeft Simon in een absurde wereld.

Het is de absurditeit van die toneelwereld die er ongetwijfeld toe bijgedragen heeft dat het stuk in zijn tijd niet opgevoerd mocht worden. Stalin’s Rusland, waar iedereen aan het proletarisch paradijs werkte, kon immers niet absurd zijn. Erdman had dus geen geluk met zijn toneelstuk, het mocht niet opgevoerd worden. Hij ging toen film maken. Dat baatte hem niet. Geruchten over zijn werk bereikten Stalin en Erdman werd verbannen naar Siberië.

 

Ongewoon

Een ongewoon stuk in een ongewone tijd dus. Dat gold toen. Dat geldt nu. Wat is trouwens een gewone tijd? Regisseur Sarah Moeremans die in 2005 de Ton Lutz regieprijs won, wist van het begin af aan dat dit geen 'gewoon’ zaalstuk moest worden. Ze kende Erdman´s 'De Zelfmoord’ reeds van de toneelschool in Antwerpen waar ze twaalf jaar geleden afkwam om in Amsterdam een regieopleiding te volgen. Ze wilde een stuk maken dat zich buiten de zalen af zou spelen. Ze noemt het: ,,een voorstelling buiten het establishment, een stuk waarin ik vogelvrij ben.''

De vraag is hoe je zo’n gedachte vorm geeft binnen het theater. In dit geval binnen de Rotterdamse Operadagen, want hierna gaat het stuk naar Amsterdam en Arnhem. Hoe dus? In principe zijn alle ruimten die geen toneelzaal zijn in en om het theater bruikbaar. Maar Moeremans besluit vervolgens om het stuk niet op één plaats, in één ruimte te spelen maar voor elke scene een andere ruimte te kiezen. De spelers verhuizen, het spel gaat door, de toeschouwers verhuizen mee. Zo voeren in de loop van het spel de acteurs, het publiek door kleedkamers, berghokken, trappen, gangen, kortom door de diepste krochten van het gebouw. Het zijn plaatsen waar nooit een 'toeschouwer in functie’ komt, ruimten waar je andere dingen doet dan toeschouwer zijn: je schminken en verkleden of drinken en praten bijvoorbeeld of je verplaatsen. Al die ongewone buitenzaalse plekken worden nu het decor van het bewegingstheater van Erdman/Moeremans en hun arme Simon.

 

Kunstenaar

Het leven van Simon krijgt voor zijn omgeving pas zin door zijn halfslachtig vermeende zelfmoordplan. Hij wordt met een Tuba gebombeerd tot kunstenaar. Die laatste is, zo wil het cliché en zo willen de vrouwen in zijn omgeving het, per definitie een gepijnigde ziel. Vervolgens wordt Simon held van de intelligentsia, van een nieuwe feministische wave, van een eco-bevrijdingsbeweging, wordt hij een religieus idool. Hem worden de diepste filosofische motieven toegeschreven om zijn leven voor te offeren. En bij elk motief hoort een andere ruimte en elke ruimte heeft zijn eigen toon, heeft een andere muziek. Want ‘My first suicide’ is naast al het andere, een muziekstuk. Een toneelvoorstelling waar het ritme en de muziek van de taal een hoofdrol vervullen.

In de voorbereiding van het stuk komt Sarah Moeremans op het spoor van de muziek van Eefje de Visser (1986). Die won in 2009 als singer-songwriter de Grote prijs van Nederland voor popmuziek. ,,Die vrouw moest ik hebben,’’ vertelt Sarah Moeremans. ,,Hoe zij met taal en muziek omgaat. Ik vroeg haar of ze de muziek wilde componeren en ze zei ja. Voor mij was het een nieuw soort samenwerking. Er zijn alle soorten muziek in gekomen: dance, hiphop, balladen, twee koralen zitten erin.’’ Ze vertelt over de specifieke moeilijkheden van niet als zangers opgeleide acteurs: ,,Je hebt verschil tussen toonvastheid en ritmevastheid. Iemand kan toonvast zijn en niet ritmevast of omgekeerd. Je zoekt welke rol en stem bij welk personage past. Dat hebben Eefje en ik samen gedaan.’’ Er is niet tot in technische perfectie gewerkt, maar gewerkt op gevoel, tot het klopte.

 

Ruimte

In ‘My first suicide’ heeft iedere ruimte, elke gang en trap vanzelf ook zijn eigen akoestiek. Op het podium zou je daar veel elektronica voor nodig hebben. Zo worden de scènewisselingen hier ook ieder van een eigen klank voorzien wat de inhoud ondersteunt.

Een sleutelmoment ligt in de openingsscène die hier plaats vindt in een trappenhuis. Simon moet in zijn argeloosheid overrompeld worden. Dat wordt hij met een mitrailleurvuur van woorden van de vrouwen in zijn directe omgeving: zijn vrouw (RoosNetjes), van Serafima (Nazanin Taheri Motlagh) en van Alexandra (Rosa van Leeuwen). Bovendien moet het publiek, dient de toeschouwer verleid te worden om zich mee te laten voeren de betonnen trappen op. Beiden, overrompeling en verleiding, slagen moeiteloos. Simon’s lot lijkt bezegeld. Intussen gaat het niemand, behalve Simon zelf dan, om het lot van Simon. Het gaat de personages in het stuk en de toeschouwers, erom te weten te komen hoe dat lot tot stand komt. Daarin voorziet ‘My first suicide’ ruimhartig. Ze maken van de onbespeelde uithoeken van de Schouwburg een klankkast voor een uitstekende cast in een boeiende voorstelling, Eéntje die vrolijk maar beslist uitnodigt tot reflectie over de mate waarop wij de verwachtingen van anderen leven.

 

Gezien in de Rotterdamse Schouwburg op 29 mei.

 

Naast de bovengenoemde acteurs spelen mee Nina Goedegebure, Willemijn Haasken, Matthijs IJgosse, Kaatje Kooij, Eva Meijering, Eva van Gessel, Sofie Joan Wouters. Het beeldontwerp is van Julian Maiwald.

 

Speelplan: zieProductiehuis Rotterdam

 

 

 

 

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!