zondag 27 september 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Een linkse kerk in Bengalen

12 april 2011 (door de redactie)

Wie op maandagavond zo tegen middernacht nog even zapt naar de Belgische TV- zender Canvas maakt een grote kans een documentaire te zien die op de Nederlandse buis zeldzaam zijn geworden.

Een voorbeeld. De helft van de schepen die je op de pier van Hoek van Holland de Rotterdamse haven in – en uit ziet varen zal op het strand bij de stad Chitagong in Bengalen zijn zeemansgraf bereiken. De oorzaak is toeval.

Ergens in de jaren zestig strandde een grote tanker op dat strand. Als een zwerm mieren die een sprinkhaan binnen luttele minuten terug brengt tot een hoopje botten, stortten de omwonende armoedzaaiers zich op dat schip. Het metaal, de meubels, het hout. Alles werd gesloopt. Dat is nu uitgegroeid tot een industrie.

Soms liggen er wel tien schepen op dat strand. Per schip zijn enkele honderden mannen bezig met slopen. Bovenin de pikorde staan de mannen die met snijbranders het staal te lijf gaan. Onderin zijn het jongetjes van nog geen twaalf jaar. Zij sjouwen de kabels, verwijderen olie uit buizen en doen vele andere klussen.

Meestal staan ze tot hun dijen in de modder en rotzooi. Per gesloopt schip vallen gemiddeld zo’n twintig doden. Cijfers over gewonden zijn er niet. Asbest wordt met de hand verwijderd.

Toch wordt er ook soms gelachen. Wanneer een zwaar stuk metaal moet worden opgetild en een paar honderd meter worden vervoerd zingen ze op een vast ritme een soort shanty. Net als de vroegere zeelieden wanneer zij de zeilen moesten hijsen.

De kosten van het eten wordt van hun loon afgetrokken. We zien beelden van het uitbetalen van loon. Een man vraagt: ,,Waarom zit mijn overwerk er niet bij?’’ De kassier zegt nors: ,,Daar hebben we geen geld voor.’’

Terug naar Rotterdam. Achttien bootwerkers werken zeventig uur achter elkaar om de ertsboot Kronprinz Gustav te lossen. Het loon werd uitbetaald in de kroeg, waarbij de nog uitstaande verteringen werden verrekend. Het pamflet dat kort daarop in de haven werd verspreid en de aanleiding zou zijn om een vakbond op te richten droeg als titel ‘Een noodkreet’. Het jaartal was 1905. Wat we nu de linkse kerk zouden noemen.

,,Dankzij Allah leef ik nog,’’ zegt een man op het strand, die op het nippertje aan een stuk vallend staal is ontkomen.

Je zou ze nog minstens honderd jaar een ‘linkse kerk’ toewensen.

Deel dit bericht met je vrienden!