woensdag 15 juli 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Een lang dagje tussen Kunst en Kitsch

2 januari 2015 (door Jim Postma)

Volgens het Kabinet Rutte II bevinden wij ons in een participatiemaatschappij. Ik heb dat woord ‘participatie-maatschappij‘ altijd een taalkundige misbaksel gevonden. Een tautologie. Een dubbelzegging. Immers: wat is een maat? Een participant in een groter verband, wat anders’. Ik denk dat het woord ‘manipulatiemaatschappij’ beter de lading dekt.

 

Dag en nacht zijn wij immers bezig, bewust of onbewust, elkaar te manipuleren. De overheid doet het. De zakenwereld evenzo. En last but not least de media!

Trouw kijker
Neem bijvoorbeeld het tv-programma 'Kunst en Kitsch', waarvan ik een trouw kijker ben. Toen een goede vriend van mij belde, dat hij zich had opgegeven voor de tv-opnames voor ‘Kunst & Kitsch’, recent in de Kunsthal alhier, en mij vroeg of ik met hem mee wilde gaan, heb ik dan ook natuurlijk meteen ja gezegd.
Het schilderij, waarvan mijn vriend ‘de waarde’ wilde weten, beeldt een jongetje uit dat met zijn gat in een tobbe met water is gevallen. Blijkbaar op het erf van een boerderij, want het joch is omringd door pluimvee van allerlei soort. Het was gesigneerd: Mari ten Kate, een mij onbekende schilder, met als jaartal: 1900.

Ons was verzocht om half twee in de Kunsthal aanwezig te zijn. Weliswaar, zouden de opnames pas starten om twee uur, maar eerst moest er enige administratie verricht worden. Wij waren er prompt om half twee. Heel de Kunsthal bleek toen al bomvol met AvroTros ‘Kunstliefhebbers’

Lidmaatschap
Het administratief gebeuren hield in, dat nauwgezet nagegaan werd of je wel lid, minimaal tientjeslid, was van AvroTros, anders mocht je niet naar binnen. Mijn vriend had inderdaad al enige tijd daarvoor, ‘innerlijk knarsetandend’, want hij wilde helemaal niet lid zijn van de AvroTros, het geëiste tientje overgemaakt.
We kregen nummer 250 (!) en het wachten begon.
Na anderhalf uur mochten wij naar boven, de eigenlijke Kunsthal in.
Daar, op de eerste verdieping geschiedde de voorselectie. Tallozen werden daar weggestuurd. Maar wij mochten zowaar door naar de Fin de siècle schilderijen-taxateur Frank van W.
Ook daar weer een eindeloze rij ‘kunstliefhebbers’. Allemaal alsnog weggestuurd… op ons na.
‘Interessant’ mompelde de taxateur: ‘Een Mari ten Kate... !’
En hij begon hevig in een berg boeken te rommelen om gegevens over de schilder ten Kate op te rakelen. Uiteraard ook op Google. Maar de internetverbinding in de Kunsthal bleek niet bijster goed. Dus daar had hij weinig aan. Onderwijl belde hij alsmaar driftig op zijn mobieltje, dat de cameraploeg stante pede naar hem toe moest komen.

Dringend
Dat was om twee mensen aan ons vooraf, die ook een volgens Frank van W. interessant schilderij hadden. Maar die arme cameraploeg werd natuurlijk ook alsmaar even dringend gebeld door de tien andere taxateurs.
Eindelijk kwam de cameraploeg opdagen. De opname werd gemaakt en tevens de afspraak dat wij over een kwartier aan de beurt zouden zijn. De cameraploeg moest eerst nodig weer elders aan de gang. Een uur (!) later waren wij eindelijk aan de beurt.
Onderwijl had Frank van W. zijn verhaal hardop gerepeteerd. Opdat hij dat verhaal, zogenaamd spontaan ‘uit het hoofd’ zou kunnen uitspreken.
Met mijn vriend werd vervolgens de komende scene doorgenomen: ,,Waar komt het schilderij vandaan?’’ Antwoord: ,,Het hing bij mijn grootvader in de huiskamer. Mijn vader heeft het geërfd. En vervolgens heb ik het geërfd van hem.’’
Na dit korte vraag- en antwoordspel, zou de taxateur zijn verhaal afsteken en uiteindelijk de taxatieprijs noemen, waarop mijn vriend een gezicht diende te trekken van ,,O, o, o…wat is dat veel…”
Eindelijk arriveerde de cameraploeg.

Degelijk verhaal
Frank van W. hield, ik kan het niet anders zeggen, een degelijk verhaal:.
Johannes Mari Henri ten Kate (1831-1910), roepnaam: Mari kreeg zijn eerste opleiding van zijn broer, de genreschilder H.F.C ten Kate, en studeerde vervolgens aan de Haagse Academie van Beeldende Kunsten en daar na in Parijs, bracht enige tijd in Ned. Indië door en vestigde zich vervolgens eerst in Amsterdam en later in Den Haag’.
Hij schilderde vooral figuren- en genretaferelen met kinderen.
Hij romantiseerde in dat werk ‘de natuurlijke eenvoud en deugdzaamheid’ van het kind. Vooral boerenkinderen waren het onderwerp van zijn voorstellingen.
Met op de achtergrond de landelijke natuur en de dieren en bouwsels op het boerenerf.
Uw schilderij ‘Jongen in tobbe’ is daar een goed voorbeeld van…
Hij was een geliefd kunstenaar in zijn tijd. Zijn werk werd zeer gewaardeerd, door … Koning Willem III!’

 

 

En… vroeg Frank vervolgens aan mijn vriend ,,Wilt u ook de waarde weten van het schilderij.’’
Ja, dat wilde mijn vriend wel.
,,Ik schat achtduizend euro….”
Nu had mijn vriend geheel volgens scenario moeten uitroepen: ,,Oooohhhh… wie had dat gedacht!’’

Knarsetanden
Maar ik zag dat mijn vriend wederom ‘innerlijk knarsetandde’, want hij had een maand daarvoor zijn schilderij laten taxeren op een soortgelijke bijeenkomst, georganiseerd door zijn Bank… en de expert aldaar had hem verteld, dat een Mari ten Kate tussen de twaalf- en vijftienduizend euro waard was… Nog erger, mijn vriend had als klap op de vuurpijl ook nog eens een ingezonden mededeling in De Telegraaf gezien, waarin een Mari ten Kate werd aangeboden voor een vraagprijs van nog eens ettelijke duizenden meer!
De uitleg van dat grote prijsverschil: het gaat per poppetje. Op ‘ons’ schilderij ‘De jongen in de wastobbe’ prijkt maar één figuurtje. Op de Telegraaf Ten Kater liefst zeven! Een curieuze business, die oude schilderijen-handel…
Ik zag dat mijn vriend op het punt stond om eens luid en duidelijk het zijne hierover te gaan zeggen.
Maar de camera was al gestopt en de inmiddels wat vermoeid ogende Frank van W. – de taxateurs werken onder hoogdruk, in snel tempo steeds nieuwe schilderijen – had zich inmiddels al weer weten op te peppen om voor de camera ‘fris als een hoentje’ met een nieuwe cliënt aan de slag te gaan. Er zat niets anders voor ons op dan te vertrekken.

Uitzending
Ben zeer benieuwd of het filmfragment met mijn vriend straks ook daadwerkelijk wordt uitgezonden… Mijn vriend zelf uiteraard nog meer.
Toen we weer beneden in het café terugkwamen, was het daar nog steeds volle bak en werd nummer… 780 afgeroepen. Het was inmiddels half vijf.

Het AvroTros-lid tegen wil en dank verkondigde ter plekke, dat hij nodig toe was aan ,,de kitsch van een kunstig geschonken borrel…''

Ik ook.

 

 

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven