dinsdag 22 september 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Bero Beyer opent het IFFR Foto IFFR

Bero Beyer: Neem je publiek serieus!

23 februari 2020 (door Ronald Glasbergen)

Bero Beyer was vanaf 2015 directeur van International Film Festival Rotterdam (IFFR). Per 1 maart 2020 wordt hij de nieuwe directeur/bestuurder van het Nederlands Filmfonds. We spreken hem tijdens het –ook voor hem voorlopig- laatste IFFR en nemen een voorschot op zijn nieuwe directeursrol. Hoe ziet hij de toekomst van de Nederlandse film? 

Bero Beyer: 'Je moet het nooit makkelijker maken, dan maak je het slechter'.

De Nederlandse filmindustrie is niet gebaat bij het verlagen van financieringsdrempels zo  vindt hij  desgevraagd.  "Op gegeven moment was er een formule die werkte. 'Alles is liefde' was een hele fijne film. Dus bleef men dat dan maar proberen, met minder en minder geld en kijken of daarmee het publiek kon worden behaagd. Men leek te denken, laten we het makkelijker voor ze maken. Dat is een onzingedachte. Je moet het tegenovergestelde doen. Je moet mensen als volwassenen aanspreken. We hebben hier [red. in het IFFR] volle zalen met jeugd, van klein tot groot. Die komen allemaal naar de film kijken. Die weten heus hoe de wereld in elkaar zit. Die kijken naar alles. Die doorzien een formule sneller dan jij en ik, en zien: dit heb ik al gezien, je probeert me te pampen of popcorn te verkopen. En soms is dat lekker, maar ze weten heel goed wat aansprekend is of echt over hen gaat. Of het nu jeugd is of heel Nederland in al zijn prachtige diversiteit, zoals in Rotterdam. Daar moeten we op focussen. En het tweede is, als je elkaar de put in praat en het kleiner maakt, zo van 'Oh het is zwaar, het is moeilijker en het is een fragiele film', dan krijg je kleine films."

Wat is het tegenovergestelde van makkelijker maken in uw optiek? 

"We zijn de meest mediawijze generatie die er ooit is geweest. Want we kunnen alles zien op alle platforms, dus gaat het nu juist om curatie."

Slimme producenten, slimme geldschieters, slimme opdrachtgevers? 

"Nou slim? Je moet je publiek aanspreken als volwassenen, dat je ze waardeert en dat je een serieuze dialoog met je publiek wilt. Ga je dumbing down doen, ga je het makkelijker doen, wordt het meteen doorzien en ben je eigenlijk verloren. Vergelijkbaar met vijf jaar geleden op het festival [IFFR]: Gaan we meer naar de middelmaat, want we willen een groter publiek bereiken of gaan we uitgesprokener zijn en daarmee zeggen dat het relevant is? Natuurlijk uitgesprokener!"  

Film is ook vermaak natuurlijk en dat is een andere categorie die even belangrijk is. Ook moeilijke films zijn vermaak... 

"Ik vind vermaak heerlijk. Ik ben ook een fan van iets wat me overrompelt en me uit mijn wereldje oplicht en me goed of iets anders laat voelen, maar daar geldt het misschien wel nog meer. Veel goede films waar we nu denken mee te moeten concurreren, gemaakt met veel geld van de grote studio’s, zijn namelijk verrekte goed gemaakt. En dan moet je ook de durf hebben -dat is echt het moeilijkste in een klein taalgebied als Nederland- om in ontwikkeling te investeren.

Ga je 'dumbing down' doen, wordt het meteen doorzien en ben je verloren

Zelfs als je jarenlang bezig bent geweest met een film, maar het is nog steeds niet goed genoeg, dan moet je op gegeven moment ook ‘nee’ kunnen zeggen. Dan moet je de film ofwel niet maken of je moet opnieuw teruggaan om de film verder te ontwikkelen, want dan ben je er gewoon niet. Moet je films telkens maken voor tien draaidagen minder, vijf minder - we komen d'r wel mee weg? Nee, dat is een probleem, dan moet je die film gewoon niet maken. Als je altijd denkt: we moeten het dan maar voor iets minder doen, kom je in een neerwaartse spiraal terecht."

Waar ik bang voor zou zijn met zoiets als het Filmfonds, dat alle aandacht naar de ontwikkeling uitgaat, terwijl in het uitvoeren ook waanzinnig veel creativiteit kan zitten net als in de postproductie. Dat kan je moeilijk voorzien in de preproductie.

 "Dat is een kwestie van aanpak. We zijn met in de filmindustrie vaak nog in het twintigste-eeuwse seriële denken. We denken stapje voor stapje, voor stapje. Dat is niet meer van deze tijd. Dat is ook bijvoorbeeld waarom we op het festival in Rotterdam die collectieven hebben uitgenodigd en aandacht besteden aan cinematografen en composers enzovoorts. We moeten er veel meer een circulair geheel van maken, de verschillende onderdelen betrekken in het maakproces. Het gaat dus niet alleen om scriptontwikkeling, want dat is ook alweer te eenzijdig.

Niks tegen Marvel -vind ik ook lekker- maar het is wel serieel geformaliseerde film. Het is wellicht het tegenovergestelde van originaliteit.

Dus ontwikkeling moet je heel breed zien. Heeft het de kans om iets eigenzinnig te worden? Klopt het ambitieniveau bij wat je wil maken? En dan pas die stap zetten, met inbegrip van de postproductie, van de muziek, van het design, zelfs van de marketing van je film zodat je überhaupt een kans maakt, want anders krijg je alleen maar Marvel. Niks tegen Marvel -vind ik ook lekker- maar het is wel serieel geformaliseerde film en het is in veel opzichten het tegenovergestelde van originaliteit."

U hebt nu vijf jaar het IFFR geleid, welke ontwikkeling ziet u in de tijd dat u hier geweest bent?

"Waar ik echt superblij mee ben is het heugelijke besef dat we überhaupt zo’n festival hebben. De enige reden dat Bong JoonHo - de op dit moment meest gelauwerde filmmaker, die bewijst dat je met een foreign language film zoveel mensen kunt bereiken-  ondanks zijn drukke schema terug komt naar Rotterdam heeft precies daarmee te maken.

Gewoon in een grote bak! 

Zijn eerste film werd hier als 'cinema' gewaardeerd. Dus voor het festival geldt: hoe uitgesprokener, hoe beter. Artistiek of relevant of beide. Zo deed Bong Joonho het ook - zoals bij 'Snowpiercer', over het klimaat of bij 'Okja' over de vleesindustrie of over de clash tussen arm en rijk zoals nu bij 'Parasite'. En dan een miljoenenpubliek weten te bereiken, daar raak ik van geïnspireerd. Een heel concreet voorbeeld zijn de Tijgercompetitiefilms, films waarvan je nog nooit hebt gehoord. Die zijn wellicht pas van Bong Joonho-status over twintig jaar, maar die stoppen we niet in een klein zaaltje. Nee hop, in Pathé1, gewoon in een grote bak: dit is belangrijk. En dat werkt, neem je publiek ook serieus. Dat ziet eindelijk iets wat ze zo ook nog niet hebben gezien.

Wat maakt de film 'Parasite' volgens u zo goed?

Het is spectaculair en goed voorbereid. Op elk klein detail is gelet. Alleen de manier al waarop Bong Joonho met het ontwerp van het huis bezig is geweest, zodat zelfs de juryleden in Cannes zeiden: 'dat is toch een bestaand huis'. Maar nee, het is geen bestaand huis. Het is zelfs zo gebouwd dat het rekening houdt met de lichtinval voor de laatste scènes. Dus 'meticulously' voorbereid. Vervolgens gebruikt hij al die concepten, geeft hij er betekenis mee, in een verhaal dat ergens op slaat, dat relevant is. Je krijgt pure cinema en hij vervreemdt het publiek niet. Ik vind dat heel erg knap.

Bong Joonho Foto IFFR

Per 1 maart 2020 wordt Bero Beyer de nieuwe directeur/bestuurder van het Nederlands Filmfonds. Het fonds speelt een van de sleutelrollen in de Nederlandse filmproductie. Daarvoor werkte hij van 2015 tot 2020 als directeur van International Film Festival Rotterdam (IFFR), als speelfilmconsulent van 2013 tot 2015 en tot 2013 bij  Augustus Film waar hij als producent en scenarist nauw betrokken bij onder meer de speelfilms ‘Rana’s Wedding’ (Hany Abu Assad, 2002; Cannes), ‘Paradise Now’ (Hany Abu Assad, 2005; Golden Globe en Oscarnominatie) en ‘Atlantic’ (Jan-Willem van Ewijk, 2014).

 

Zie ook:

Deel dit bericht met je vrienden!