vrijdag 6 augustus 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Een kind kan de was doen!

19 augustus 2008 (de Redactie)

Samadi Farrakh: opnieuw een traumaRotterdam - Ze bestaan nog steeds, die kleine winkeltjes. Het muffige boekenzaakje waar je geblinddoekt aan de hand van de geur precies weet waar je bent. De tabakswinkels, de kleine slagers, de bakkers, ze vormen een weerloze groep in de volkswijken.



Een losgelagen jongen trekt een bivakmuts over zijn hoofd, hij houdt een vuurwapen tegen de slaap van een radeloze middenstander, hij haalt de kassa leeg en hij ‘scootert’ weg. Zo simpel gaan die overvallen.
Een week later komt er een jongen de winkel binnen. Hij heeft hetzelfde postuur, hij wil een krantje kopen, de winkelier schrikt, de klant betaalt en zegt beleefd: dank u wel. De winkelier schaamt zich om zijn vooroordeel.
“Vroeger”, vertelt de middenstander, “was ik blij als er een klant binnenkwam. Nu kijk ik altijd angstig, ook als dat niet terecht is”.
De recente golf van overvallen op winkeliers in Rotterdam maken een einde aan de laatste gemoedelijkheid in de stadswijken. Wantrouwen overheerst. Vooral de kleine middenstanders, de eenmanszaakjes, leggen het loodje. Niet omdat ze het economisch niet redden, maar uit angst. Ook supermarkten worden overvallen, maar minder vaak.
“Supermarkten”, zegt H.J.M. Kaptein, woordvoerder van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel, “verhuizen naar een andere locatie. Ik ken een supermarkt die op een gegeven moment alleen nog maar mannelijk personeel aannam, uit angst voor geweld. Het was in een hele slechte wijk, uiteindelijk zijn ze toch verhuisd”.
De kleine winkelier heeft die keus echter niet. Voor hem is het de overvallen aanvaarden of ophouden.
Kaptein: “Er is de laatste maanden een sterke stijging van het aantal overvallen op winkels. Met name de kleine zelfstandige ondernemer is hiervan het slachtoffer. We horen regelmatig dat kleine winkeliers ermee stoppen. Meestal is de derde overval funest, dan houden ze er mee op”.

Trauma

Kleine winkels zijn vaker de klos omdat het geen enkele voorbereiding kost een eenmanszaakje binnen te lopen, een pistool te trekken en een greep in de kassa te doen. Een kind kan de was doen. Uit onderzoek blijkt dat de daders steeds jonger worden.
Dat ondervond Samadi Farrakh, eigenaar van een tabakswinkeltje aan de Rechthuislaan in Katendrecht. Op een vrijdagmiddag in januari kwamen twee jongens zijn winkel binnenlopen. Buiten stond er eentje op de uitkijk.
Farrakh: “De kleinste trok een pistool en hield het tegen mijn slaap. Zijn handen trilden. Hij laadde het vuurwapen door terwijl hij het tegen mijn hoofd drukte, ik dacht dat ik er geweest was. Ik probeerde kalm te blijven en bood ze al het geld in de kassa aan. Neem alsjeblieft mee, zei ik. Ze renden weg met 150 Euro en voor ongeveer hetzelfde bedrag aan sigaretten. De jongens droegen bivakmutsen, maar werden door de kleine camera in de winkel wel opgenomen. Een van hen, de kleinste, werd naderhand herkend. Een buurjongetje van 12 jaar. Uiteindelijk zijn nog twee jongens aangehouden. Beiden vijftien”.
“Direct na de overval heb ik mijn winkel gesloten. Ik kon niet meer. Ik ben tien jaar geleden naar Nederland gevlucht. Ik had de oorlog in Iran meegemaakt en had mijn vader verloren. In Nederland was ik vijf jaar onder behandeling van het Riagg vanwege een oorlogstrauma. Op een gegeven moment besloot ik op te houden met medicijnen en ben ik deze zaak begonnen. Al mijn trauma’s kwamen door de overval terug. Toch weiger ik opnieuw medicijnen te gebruiken, behalve slaappillen. Dat moet echt, anders doe ik geen oog meer dicht”.
“Ik twijfelde of ik nog wel met mijn winkel wilde doorgaan. Op dat moment belde een vrouw van de gemeente. Ze wilde weten of mijn winkel gesloten bleef. Ik vertelde dat ik twijfelde. De gemeente beloofde toen speciale bewakers te sturen om de winkels in deze buurt te beschermen. Ze zouden blijven totdat het hier veilig is. Het afgelopen half jaar liepen twee geüniformeerde bewakers continue door deze buurt. Dat gaf een gevoel van veiligheid. Maar sinds een week zijn de bewakers er niet meer. Ik heb de gemeente gevraagd of ze niet terug kunnen komen. Ik ben nu weer bang, hoewel er nu ook camera’s op straat zijn geplaatst”.

Slagersmes

Sjanie Den Uyl (62) had er na acht overvallen genoeg van. Haar boek- tabaks-en van alles en nog wat winkel in Rotterdam West was een soort tijdmachine. Eenmaal binnen, waande je je in de jaren vijftig van de vorige eeuw. De winkel is nu anderhalf jaar dicht. Al die tijd hang er hetzelfde briefje. “We zijn gesloten”.Â
Sjanie Den Uyl trok op een dag de deur achter zich dicht en keerde niet meer terug. De hele inboedel, inclusief de winkelvoorraad, is sindsdien vrijwel onaangeroerd. Het staat er nu als een verstoft museum van vervlogen tijden. De winkel bestond 75 jaar.
Tijdens een van de overvallen brak Sjanie haar neus. “Ik werd altijd kwaad als er weer een knaap met een slagersmes stond te zwaaien. Ik wachtte niet af, maar kon natuurlijk weinig uitrichten. Als ze met de buit vluchtten, gooiden ze alle rekken om, zodat het een puinhoop werd in mijn winkel”.
“Wat me telkens weer tegenviel is dat niemand mij hielp. Ik vroeg dan aan mensen op straat om de overvallers te volgen, terwijl ik de politie belde. Niemand die er achteraan ging”.
“De eerste weken na zo’n overval voel je je bloed tot in je tenen als er een paar van die griezels binnenkomen. Ik deed dan altijd alsof er nog meer mensen achterin de zaak waren. Ik riep dan: “Piet breng je de koffie. Na de laatste overval in 2005 kreeg ik steun van slachtofferhulp. Die mensen zorgden er voor dat ik kon stoppen. Ik heb de deur achter me op slot gedaan”.

Deel dit bericht met je vrienden!