woensdag 24 februari 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Een ketelbinkie in krantenland (9)

22 maart 2016 (Geert-Jan Laan)

- De financiële handel en wandel van de prins -

Geert-Jan Laan vertelt: In de loop van 1976 ging de commissie Donner gestaag door met het onderzoek naar de financiële handel en wandel van Prins Bernhard. Af en toe waren er ook nog vermakelijke misverstanden. Zo belde de jonge verslaggever Jan Prins met de grote baas van Lockheed Carl Kotchian.
De latere hoofdredacteur van het Rotterdams Nieuwsblad en het Rotterdams Dagblad Jan Prins kreeg pas na lang wachten en veel doorschakelen de grote baas zelf aan de telefoon en noemde zijn naam: ,,My name is Jan Prins.”
Kotchian schrok zich een hoedje. Hij dacht dat hij prins Bernhard zelf aan de telefoon had en putte zich uit in verontschuldigingen zoals: ,,Ik stond onder ede en moest wel getuigen.’’
Uiteraard maakte Jan Prins daar een mooi verhaal van voor de kranten van Sijthoff pers.

Het netwerk van steekpenningen en geheime betalingen van eerst Lockheed en later ook de vliegtuigfabriek Northrop werd genadeloos blootgelegd. Niet alleen door de commissie Donner, maar ook in de VS door een senaatscommissie.
Zo is precies omschreven hoe op 3 oktober 1961 in Zurich de huisgenoot van de moeder van prins Bernhard, kolonel Pantchoulidzew een cheque van 300.000 dollar ontvangt die hij stort op zijn Zwitserse bankrekening nummer 62628.
En zo zijn we weer terug op het landgoed Warmelo, waarmee die septemberavond in 1975 voor ons het verhaal begon.

Op 26 augustus 1976 maakte Den Uyl, gekleed in een toepasselijk donker pak, de verwoestende conclusies van de commissie Donner bekend in de Tweede Kamer.Op 26 augustus 1976 maakte Den Uyl, gekleed in een toepasselijk donker pak, de verwoestende conclusies van de commissie Donner bekend in de Tweede Kamer.
En het waren niet alleen de gedetailleerde betalingslijnen, die niet zelden op Warmelo terechtkwamen, de grootste afschuw bleek na de publicatie van twee door prins Bernhard met de hand geschreven brieven.
In die brieven, verstuurd in 1974, vroeg Bernhard Lockheed gewoon om geld. Na de weigering om daar op korte termijn aan te voldoen kreeg Lockheed van Bernhard nog een narrig briefje waarin hij refereerde aan het vele goede werk dat hij had verricht.

Bernhard, ontheven van zijn militaire functies, een uniformverbod en gedwongen afscheid van vele commissariaten, schreef een deemoedig briefje aan Den Uyl waarin hij spijt betuigde over zijn handelen.
De latere versie van de gebeurtenissen – koningin Juliana zou bij een strafvervolging hebben gedreigd met aftreden en kroonprinses Beatrix zou onder die omstandigheden weigeren haar op te volgen - was niet het verhaal dat wij in die eindfase te horen kregen.

Ook bij een strafvervolging van de prins zou Juliana niet aftreden. De reden daarvoor was dat zij het jonge stel Beatrix en Claus extra tijd gunde. Zij zouden in alle rust kunnen opvolgen wanneer de ergste commotie voorbij was.

Via onze goede verstandhouding met secretaris Geelhoed van de Commissie Donner kregen we ook inzicht over steekpenningen betaald door die andere vliegtuigfabriek Northrop. Den Uyl wilde daar niets meer van weten.
Geelhoed tipte ons ook dat wij waarschijnlijk werden afgeluisterd door de toenmalige BVD. Zij waren op zoek naar onze bronnen.

Mijn collega Rien Robijns had daar een vrolijk antwoord op. Wanneer wij elkaar belden en hij hoorde wat vreemde klikken op de lijn zei hij joviaal: ,,Meneer van de BVD. Ga toch naar huis naar je vrouw. Het staat morgenmiddag allemaal in Het Vrije Volk.”

 

 

 

 

 

Zie ook:

Lees meer over:

journalistiek
Deel dit bericht met je vrienden!