vrijdag 7 mei 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Een ketelbinkie in krantenland (8)

18 maart 2016 (Geert-Jan Laan)

Er ging een schokgolf door Nederland…

Geert-Jan Laan vertelt: Op 6 februari 1976 kwam een einde aan de ruim twee maanden van stilzwijgen nadat Het Vrije Volk op 5 december 1975 had gemeld dat inderdaad prins Bernhard werd genoemd als de ontvanger van steekpenningen van vliegtuigfabrieken.
In een openbare hoorzitting van een senaatscommissie in Washington legde senator Frank Church de topman van Lockheed Carl Kotchian dusdanig op de grill dat hij – onder ede - de naam van prins Bernhard moest noemen. Er ging een schokgolf door Nederland.

Niet alleen bij de trouwe verdediger van de prins De Telegraaf, maar ook Oranje-verenigingen worstelden met deze smet op het blazoen van Het Koningshuis. Bij de Nederlandse media gingen alle remmen los. Een jonge generatie verslaggevers, die toch al genoeg hadden van de slaafse oranjetrouw van hun hoofdredacties, maakten de borst nat.

Een mooi voorbeeld was het Algemeen Dagblad. Terwijl de hoofdredactie nog in een commentaar stelde: ,,Dat de prins op zijn woord geloofd diende te worden,” werkten in een aanpalend vertrek de jonge onderzoeksjournalisten Peter d'Hamecourt en Michel Thomassen aan een heel andere versie van de gebeurtenissen.

Premier Den Uyl kon ook niet meer om de zaak heen. Hij liet de nog steeds heftig ontkennende prins weten dat een commissie van wijze mannen onder leiding van de staatsraad Donner een zelfstandig onderzoek zou instellen.
Aan de Tweede Kamer liet Den Uyl weten dat hangende het onderzoek de prins, als ieder ander, op dit moment onschuldig is tot nader bewijsmateriaal bekend wordt.

Premier Den Uyl liet de ontkennende prins weten dat een commissie onder leiding van staatsraad Donner (foto) een onderzoek zou instellen.Tot onze verbazing werden Rien Robijns en ik door de commissie Donner eind april 1976 uitgenodigd om in het diepste geheim te komen getuigen over onze publicaties in Het Vrije Volk.

Dat gebeurde in het toen nieuwe, nog steeds spuuglelijke, ministerie van Financiën, waar de commissie was gehuisvest. Bij de achteringang werden we opgewacht door de jonge jurist mr. Geelhoed, die secretaris van de commissie was en het later nog ver heeft gebracht.
Het gesprek/verhoor ging over een publicatie in Het Vrije Volk in januari 1976, dus tijdens de verdere mediastilte. Het was een interview met de heer C. Fred Meuser, vriend van de prins uit Londen.
In een hotel in zijn woonplaats Sankt Moritz had hij ons toevertrouwd dat de prins geen enkele commissie in eigen zak had gestoken. Nee, dat had hij, Fred Meuser gedaan: ,,Mijne heren, soms een breukdeel van een procent. Maar dan wel een breukdeel van vele tonnen.

,,We belden het dezelfde avond nog door aan Het Vrije Volk en de volgende dag stond het in de krant. Nu had deze C. Fred Meuser tegenover de commissie Donner verklaard dat hij ons nooit had gesproken. En dat we dat hele verhaal uit onze duim hadden gezogen.
We konden aan de heren van de commissie Donner uit ons hoofd precies de hotels noemen en ook waar op weg naar Sankt Moritz. Ook de naam van het hotel waar we hem hadden gesproken. Een omschrijving van zijn kleding, een beetje sjiek KLM-blauw, en dat hij ons roken met enig afgrijzen bezag.

De reden van zijn ontkenning was dan ook zo banaal dat zijn hele vriendenkring daar hartelijk om zou moeten lachen. De Zwitserse ambassade in Den Haag had het stuk aan de Zwitserse fiscus gestuurd met het verzoek om te kijken of de vele extra inkomsten ook op de aangifte stond.
Dat was dus niet het geval en hij viel door de mand. Secretaris Geelhoed zou in de rest van de affaire nog een belangrijke informant van ons worden. Dus waren we die Meuser nog wel dankbaar.
Maar dan komen we weer in de buurt van het kasteeltje Warmelo.

 

 

 

 

 

Zie ook:

Lees meer over:

journalistiek
Deel dit bericht met je vrienden!