vrijdag 7 mei 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Een ketelbinkie in krantenland (7)

16 maart 2016 (Geert-Jan Laan)

Als dit waar is dan hebben we wél een verhaal…

In september 1975 reisden Geert-Jan Laan, net chef van de sociaaleconomische redactie van Het Vrije Volk en algemeen verslaggever Rien Robijns naar het belastingparadijs Liechtenstein voor een verhaal over belastingvlucht.
Het was een idee van Robijns. In het boek dat zij in oktober 1976 publiceerden (Agathon/De Miljoenendans) heette dat al luid en duidelijk De Lockheedaffaire. Maar dit waren de eerste signalen.

Geert-Jan Laan vertelt: ,,In Hotel Engel in het hoofdstadje Vaduz was het die avond broeierig warm. De stilte wordt alleen verbroken door het slepend muzikaal ritme van een gitarist en een Hammond-organist in een zij-zaal van het hotel: het enige vertier in de hoofdstad van het belastingparadijs. Enkele mensen dansen.

We zitten tegenover een plaatselijke geldspecialist. Een vraaggesprek over belastingvlucht.
,,Mijne heren,” zegt de vertrouwensman van honderden internationale zakenlieden, ,,U zegt nu wel dat wij de economie van Nederland verstoren door belastingvlucht mogelijk te maken. Maar weet wel dat Nederlanders van het allerhoogste niveau bij ons aankloppen. Zo is daar de verkoop van het Landgoed Warmelo van uw prins Bernhard en ook zijn gehele zakelijke leven zit niet goed”.

 Het Landgoed Warmelo stond in het kadaster van Deventer op naam van Evlyma Trust, gevestigd in Liechtenstein.Het is zondagavond 14 september 1975. In Washington stuit een onderzoeker van een Amerikaanse senaatscommissie op dubieuze betalingen van de vliegtuigfabrieken Lockheed en Northrop. Wij kauwen nog wat na op het verhaal.

,,Als het waar is hebben we wél een verhaal.”

Terug in Nederland beginnen we met wat naspeuringen. Het Landgoed Warmelo van de kort geleden overleden moeder van Prins Bernhard staat in het kadaster van Deventer op naam van Evlyma Trust, inderdaad ook gevestigd in Liechtenstein. Als bestuurder staat de KLM-directeur Ritmeester van de Kamp genoemd. Hij is niet blij met ons telefoontje en weigert verder alle inlichtingen.

Maar we zijn het eens en onze hoofdredacteur Wigbold deelt de mening dat er een tweede bron bij moet komen.
Die komt op 5 december 1975. Een andere werknemer van Lockheed, ene Hauser, heeft ‘gezongen’ tegen de Wall Street Journal.
Onze correspondent Fred Foppen kreeg daar de hand achter. En daar was dus die tweede bron en zo werd de naam van prins Bernhard ‘als hoge Nederlandse functionaris op de betaallijst van Lockheed’ voor het eerst op sinterklaasavond 5 december 1975 als opening van de voorpagina naar buiten gebracht.
Alleen de noordelijke kranten Leeuwarder Courant en Nieuwsblad van het Noorden brachten ook kleine berichtjes. Voor de rest zwegen de Nederlandse kranten (behalve overigens Nieuwe Revue) eendrachtig.
Aan het einde van die middag had toenmalig minister-president Den Uyl nog wel even persoonlijk met prins Bernhard gebeld maar die deed de beschuldigen af als ‘wilde verzinsels’.

Binnen anderhalve maand zou dat volledig anders worden.

 

 

 

 

 

Zie ook:

Lees meer over:

journalistiek
Deel dit bericht met je vrienden!