zaterdag 8 mei 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Een ketelbinkie in krantenland (3)

14 februari 2016 (Geert-Jan Laan)

Feest in Delft - Geert-Jan Laan vertelt: De krant was gevestigd op het adres Oude Delft 143. Een sjiek zestiende-eeuws grachtenpand, waar even verderop in het Prinsenhof Willem van Oranje was vermoord.
Op de begane grond aan de Oude Delft was een filiaal van de landelijke boekwinkelketen NV de Arbeiderspers. Op de eerste verdieping een kantoortje voor Het Vrije Volk. Drie bureaus. Voor de redacteur, de acquisiteur (advertenties) en de inspecteur (bezorging).
De zolderverdieping was de woning van de redacteur bij wie als huur dertig gulden in de maand werd ingehouden.

De vertrekkende redacteur had haast om weg te komen: ,,Wanneer je hier rechtdoor naar de markt loopt dan zie je het stadhuis. Rechtsaf is het politiebureau. Elke dag om tien uur persconferentie. Gelijk doorbellen naar Rotterdam want de editie sluit om elf uur 's morgens.

Er is boven op zolder ook een douche maar die doet het niet.”
Hij gaf me een hand. ,,Nou veel succes.”

De editie Delft van Het Vrije Volk was gevestigd op de Oude Delft. Een sjiek zestiende-eeuws grachtenpand.Ik had die eerste dag nog helemaal niets voor mijn pagina. Geen woord en geen enkele foto. Ik ging achter mijn bureau zitten en zag op het bruggetje voor de deur toeristen foto's maken van de scheve toren van de Oude Kerk. Nou ja. Dan maar een foto en verder ‘de melk zuur lullen’. Er zat ook nog wel wat bij de post waar ‘de strijkbout overheen kon’.

Het grootste deel van de kopij en de foto's moest uiterlijk 's nachts om vier uur in een speciale enveloppe in een kastje bij de voordeur worden geplaatst. Een vrachtauto van het Algemeen Dagblad bezorgde die dan aan de Slaak in Rotterdam waar de centrale redactie en de drukkerij was gevestigd.

Toen de volgende middag de krant net uit was ging de telefoon. Een joviale stem schalde: ,,Welkom in Delft.” Ik vroeg verbaasd hoe hij wist dat ik nieuw in Delft was.
,,Dat is eenvoudig,” sprak hij. ,,Elke keer dat een foto van fotograferende toeristen in de krant staat weet ik dat er een nieuwe redacteur is.”
Zijn naam was Bob Burmeister en hij was directeur van de plaatselijke VVV. Een goede gids in een vreemde stad.

Elke dag een hele pagina vullen bleek keihard werken. Zo'n tien tot twaalf uur per dag. Maar er waren meer plaatselijke kranten in Delft. De grootste krant was de Delftsche Courant. Maar verder waren er nog het katholieke Binnenhof en de protestantse Nieuwe Haagse Courant.
De plaatselijke redacties van die kranten bestonden ook uit een of twee redacteuren. Al snel spraken we af elke avond zogenaamde blauwtjes, dus doorslagen, bij elkaar in de bus te doen.

We veranderden de inleiding een beetje en op deze manier hadden we als drie kleinere plaatselijke kranten toch elke dag een volle pagina.
Dankzij de verzuiling waren er nauwelijks dubbellezers. Mijn chef bij Het Vrije Volk in Rotterdam was zeer tevreden. De strafoverplaatsing werd vergeven en ik kreeg zelfs een salarisverhoging.

Op 20 mei 1966, mijn 23ste verjaardag, gaf ik een groot feest op mijn zolder op zaterdagavond wanneer de boekwinkel toch gesloten was. Ook in de Delftse kroegen was het goed toeven. Ik kreeg een relatie met de vrouw die de moeder van mijn zoons zou worden.

Het was drie jaar feest. Maar toen... toch naar Rotterdam.

 

 

 

 

 

Zie ook:

Lees meer over:

journalistiek
Deel dit bericht met je vrienden!