zondag 29 november 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Een ketelbinkie in krantenland (16)

21 april 2016 (door Geert-Jan Laan)

- Vervolg: Mijn acht maanden in ‘Dallas’ -

Daar zaten we dan, Gerard Krul en ik, in die pub in Fleetstreet. Het was een zonnige meidag in 1990 in Londen. Ik had inmiddels zo'n twintig jaar bij Het Vrije Volk gewerkt. Over enkele dagen zou ik 47 jaar worden. Nu vertrekken naar Maxwell zou zeker de beschuldiging opleveren van 'ratten die het zinkende schip verlaten'. Aan de andere kant. Zo'n aanbod om volledig betaald aan de wieg van een nieuwe krant te staan krijg je zeker ook niet elke dag. We besloten nog maar geen besluit te nemen en vlogen later op de middag terug naar Rotterdam.

Geert-Jan Laan vertelt: Een bevriende advocaat was kritisch over het contract met Maxwell. ,,Hij kan je er zo, zonder vergoeding, uitflikkeren,” was zijn oordeel. Krul en ik dachten ook na over een mogelijke opvolging wanneer wij zouden opstappen. Dat was niet zo moeilijk. Algemeen redactiechef Leo Pronk was de voor de hand liggende kandidaat om de nieuwe hoofdredacteur te worden. Verder waren in onze ogen Hans Maas, chef van de stadsredactie en Fred Eckhardt, systeemredacteur ook kandidaten voor leidende functies.

We moesten opschieten met onze beslissing. Op 18 mei 1990 was er een vergadering van de Raad van Commissarissen van Het Vrije Volk. Wanneer we op het aanbod van Maxwell zouden ingaan, moesten we het daar bekend maken. Dan kun je niet blijven zitten.

We gingen op het aanbod in en maakten dat op de bewuste vergadering bekend. President-commissaris André van der Louw trad ook gelijk af. De reactie van de sociaal-democratische commissarissen van de Perscombinatie uit Amsterdam was woedend.
De boodschap kwam op het volgende neer: 'Maak je bureau maar leeg, lever je auto in en sodemieter op.'

Op dat moment greep een commissaris van de, zeg maar liberale Nederlandse Dagblad Unie, Hans (H.W.E.) van de Velde in. Hij vroeg een schorsing van de beraadslagingen en verzocht Krul en mijn persoon het vertrek even te verlaten.
Na ongeveer een half uur werden we weer binnengeroepen. Van der Louw was al weg en Van de Velde voerde het woord. Hij sprak zijn spijt uit over ons vertrek, maar het was onze beslissing. Hij wilde in deze vergadering ook nadrukkelijk vastleggen dat de Raad van Commissarissen grote waardering had voor onze inspanningen om Het Vrije Volk overeind te houden. Als blijk van waardering daarvoor zouden we bij de laatste salarisbetaling een extra uitkering krijgen gelijk aan drie maanden salaris.
Zo kan het dus ook.

De deining was natuurlijk groot. De ondernemingsraad was 'ernstig geschokt' door ons besluit, maar voegde daar wel aan toe ,,respect te hebben voor dit persoonlijke besluit. Maar ook teleurstelling over het feit dat wij in dit moeilijke stadium de leiding van de krant gingen verlaten.”
Er waren hardere woorden voor onze president-commissaris Van der Louw. Zijn besluit om af te treden noemden zij: ,,Onbegrijpelijk.”
Het Curatorium van Het Vrije Volk onder leiding van Saskia Stuiveling toonde zelfs begrip voor ons vertrek.

Maar daar gingen we dan. Op zoek naar een nieuw kantoor. De inrichting daarvan. En we mochten ook een nieuwe auto uitzoeken.
We werden inderdaad geholpen door enkele vriendelijke mensen van IntoMart uit Hilversum. Ook directeur Hartsuiker zou later nog een eigen rol spelen toen de zaken weer geheel anders liepen.

 Er waren harde woorden van de ondernemingsraad voor onze vertrekkende president-commissaris Van der Louw. Zijn besluit om af te treden noemden zij: 'Onbegrijpelijk'.We huurden een mooi kantoor op de elfde verdieping van het nog niet zo lang daarvoor geopende World Trade Center aan de Rotterdamse Coolsingel. Er was plek voor ongeveer vier tot vijf personen, maar meer hadden we voorlopig zeker niet nodig. Het kantoor keek uit over het Oosten van Rotterdam en verder. Op ons verzoek huurde IntoMart de onderzoeker Jan Ligthart ook in. Hij had ons bij Het Vrije Volk zeer constructief ter zijde gestaan.
Mijn toenmalige echtgenote, Jacqueline de Jong, die personeelschef was bij het computerconcern Nixdorf, was behulpzaam bij de aanschaf van kantoormeubilair en de installatie van een netwerk en computers.
Ik meldde dat alles per fax naar Londen waarin ik ook vroeg of het goed was dat wij beiden een Citroen BX zouden leasen.

Bijna per kerende fax kwam het antwoord van Robert Maxwell. ,,Was dat kantoor geen oude school of zoiets? Het was zo goedkoop.” En wanneer zijn vertegenwoordigers in Nederland zo graag in een Franse auto wilden rijden dan moest dat minimaal een Citroen XM zijn. Een BX was veel te goedkoop.
Hij was natuurlijk gewend aan de torenhoge huren in het centrum van Londen, maar zoals later mijn contactpersoon in zijn organisatie meldde was 'Captain Bob' toch aangenaam getroffen door de spreekwoordelijke calvinistsche zuinigheid van zijn nieuwe Nederlandse employees.

We gingen aan de slag om een proefkrant op tabloid te maken die enkele maanden later uitgebreid getest zou worden. Krul liet de contacten met Londen aan mij over en zodoende kwam ik ongeveer eens in de drie weken in Londen en maakte kennis met de manier waarop elke dag een krant als de Daily Mirror in elkaar werd gedraaid.
Ik liep ongeveer een week mee op de avondredactie en kwam al snel tot de conclusie dat de ongeremde sensatiezucht, vaak gekocht met veel geld, in Nederland niet zou aanslaan. Het moest rustiger. En daar waren ook voorbeelden van zoals een tabloid als het Spaanse EL Pais of de Franse Le Monde.

Maxwell zelf kreeg ik niet meer te spreken. Hij vloog over de hele wereld, waar hij steeds meer kranten en tijdschriften kocht op plekken waar zijn aartsvijand Rupert Murdoch ook bezig was.
In de pub na afloop van de dienst hoorde je steeds meer verontrustende verhalen. Hij zou steeds meer moeite hebben om zijn schulden en de rente op zijn schulden te betalen. Een voormalige hoofdredacteur vertelde me: ,,Er zijn twee mogelijkheden: ,,Je krijgt vlak voor de kerst te horen dat je op 1 april volgend jaar moet beginnen. Alles moet klaar staan. Je drukkerij, je distributieapparaat, je redactie en je commerciele afdelingen. Het is waarschijnlijker dat je vlak voor kerst een andere fax krijgt. Het project is stopgezet, je bankrekeningen zijn geblokkeerd en jij bent op staande voet ontslagen.”

Dat was ongeveer in september 1990. Ik stond er ook alleen voor. Gerard Krul was inmiddels vertrokken. Eerst naar de economische redactie van de GPD, het samenwerkingsverband van een aantal regionale kranten en later als columnist bij de Limburger.
Wanneer het laatste sombere scenario werkelijkheid werd moest ik toch een kleine Hollandse Waterlinie aanleggen waarachter ik mijn eigen belangen nog even kon verdedigen.

Happy Christmas...

(De serie 'Ketelbinkie in krantenland' zal gedurende vier weken eenmaal per week verschijnen.)

 

 

 

 

 

Zie ook:

Lees meer over:

journalistiek
Deel dit bericht met je vrienden!