dinsdag 24 november 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Een ketelbinkie in krantenland (12)

1 april 2016 (door Geert-Jan Laan)

- Net geen inbraak. Maar het mocht niet... (2) -

Geert-Jan Laan vertelt: Inderdaad. Daar stonden we dan die zaterdag in 1983 rond 12 uur in een kelder aan de Delftse straat in Rotterdam. We bespraken de mogelijkheden. De dossiers van het inmiddels failliete OGEM-concern meenemen zou toch regelrechte diefstal zijn.

Er moest een list worden verzonnen. Die kwam in de vorm van een telefoontje aan twee jongere medewerkers van het redactiearchief van Het Vrije Volk.
Het waren twee vrolijke jongemannen die niet te beroerd waren zoals ze in Rotterdam wel zeggen: ,,Hun klauwen wat extra te laten wapperen.” Wij selecteerden de interessante dossiers en zij transporteerden de dossiers naar Het Vrije Volk aan de Witte de Withstraat.
Zij kopieerden alles twee keer en brachten de originele dossiers weer terug. Dat ging de hele middag zo door. We stelden ook vast dat Pieter Lakeman een argusoog had voor zaken die het daglicht niet konden verdragen.

De letters OGEM stonden voor Overzeese Gas- en Electriciteits Maatschappij. Het bedrijf had meer dan honderd jaar gefloreerd als leverancier van energie in de voormalige Nederlandse kolonies in de Oost en in de West. Rond 1975 werd, na vooral nationalisaties in Indonesië, een nieuwe lijn onder een nieuwe leiding uitgezet.
Het moest een veelzijdig industrieel conglomeraat worden. Eerst onder leiding van de Rotterdammer Fibbe. Later onder leiding van de voormalige Christelijk Historische minister Berend Jan Udink een groeiend aantal voormalige CDA-politici zoals Hannie van Leeuwen en Jaap Boersma. De toen zeer jonge hoogleraar Lenze Koopmans speelde ook een hoofdrol.
Een andere prominent was president-commissaris prof. mr. P. Sanders, tot 1981. Hij was trouwens in die jaren ook president-commissaris van Het Vrije Volk. Ik vond hem toen een aimabele man.

De Delftsestraat te Rotterdam.In de vertrouwelijke stukken vonden we een verslag van de toenmalige secretaris van de Raad van Bestuur Verduin van 28 en 29 januari 1975 van OGEM in kasteel De Wittenburg in Wassenaar met als voornaamste deelnemers Fibbe en kroonprins Udink over hoe nu verder. In 1974 was nog een winst van 30 miljoen gulden gerealiseerd. Maar er moest worden gekocht en geïnvesteerd. En daar gingen ze.

Het ongeveer failliete aannemingsbedrijf Nederhorst uit Gouda werd gekocht. Aannemingsbedrijven in Duitsland werden voor veel geld gekocht. In Rotterdam werd al snel bekend dat wanneer je een aardig installatiebedrijf of bouwbedrijf had je het snel kwijt kon aan OGEM. Het hoofdkantoor aan de Mathenesserlaan in Rotterdam werd gesloten en een nieuwe ambitieuze toren aan het Marconiplein werd betrokken.

Er kwam een moment dat snel bezuinigd moest worden. Zo vonden we in de notulen van de Raad van Bestuur over het onderwerp bezuinigingen op vliegreizen dat ondergeschikten niet meer eerste klasse mochten vliegen de conclusie: ,,En dus reizen wij alleen nog maar eerste klasse.” We gebruikten dat ook als ondertitel voor het boek De OGEM-dossiers dat Robijns en ik eind 1983 uitbrachten.

Binnen ongeveer twee weken begonnen we een serie in Het Vrije Volk over al deze zaken. We kondigden ongeveer vijf verhalen aan met als hoogtepunt de smeergelden die in het Midden-Oosten voor een aantal bouwprojecten waren betaald.

Er kwam vrijwel direct een reactie van de curatoren in het faillissement. Zij hadden nog een claim van zeker honderd miljoen gulden op de opdrachtgevers in het Midden-Oosten en vreesden dat na onze publicatie die hele claim niet betaald zou worden. De directie van Het Vrije volk werd aansprakelijk gesteld voor alle schade bij publicatie. De curatoren hadden een kantoor aan de Westblaak en dus zochten wij contact.

We kwamen in gesprek met curator mr. D.A. Slager en vroegen hem hoe lang hij nodig had om dat geld binnen te krijgen. Hij schatte dat op ongeveer twee weken. Wij deden ook niet lullig: ,,Wanneer je dat geld binnen hebt dan publiceren we dat verhaal toch pas daarna. Als we het maar kunnen publiceren.”

En zo geschiedde. Soms is journalistiek ook gewoon handel. Het afwegen van belangen, waarbij meerdere partijen voordeel hebben.

Met mr. Slager bleven we op goede voet. Hij las het concept-manuscript voor het boek de OGEM-dossiers en verbeterde alsnog wat feiten. Hij was ook aanwezig in de talkshow van Sonja Barend waar we het boek mochten presenteren.
Vlak daarvoor werden we getipt door Lida Iburg van de eindredactie van het programma dat we als onverwachte vraag aan het slot zouden krijgen: ,,Of de geruchten klopten dat we deze gegevens via een inbraak hadden verkregen?”

Ik zei direct: ,,Als die vraag wordt gesteld stappen we gelijk op.”

De vraag werd niet gesteld.

Ik kan nog vertellen dat ik eerder in een weekend met mijn sleutel nog even ben gaan kijken aan de Delftse straat. Ik zag dat het ijzeren luik naar de kelder was dichtgelast.
De sleutel heb ik vlak bij mijn huis aan de Rotterdamse Leuvehaven in het water gegooid. Natuurlijk. Het mocht niet, maar ik zou dit spannende jongensboek toch niet willen missen.

(Voorlopig twee keer in de week een nieuwe aflevering van 'Een ketelbinkie in krantenland').

 

 

 

 

 

Zie ook:

Lees meer over:

journalistiek
Deel dit bericht met je vrienden!