woensdag 24 februari 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Een ketelbinkie in krantenland (11)

30 maart 2016 (Geert-Jan Laan)

- Nog net geen inbraak, maar het mocht niet... (1) -

Geert-Jan Laan vertelt: Het zal in het najaar van 1983 zijn geweest toen bij de avondredactie van Het Vrije Volk in Rotterdam de telefoon ging.
Een plat Rotterdams pratende lezer meldde zich. Hij vroeg naar de onderzoeksjournalisten Geert-Jan Laan en Rien Robijns die met hun wekelijkse pagina ‘Dossier op Donderdag’ enige roem hadden vergaard en recent zelfs bekroond waren met de Nederlandse Persprijs.

De man wilde zijn naam niet noemen, maar zo zei hij, hij had wel interessante informatie over het recent in schandalen failliet gegane OGEM-concern. De dienstdoende redacteur maakte een afspraak voor de volgende dag.
Op een bepaald tijdstip de volgende dag zou hij een van ons aan de telefoon kunnen krijgen.

Zo kreeg ik hem de volgende middag aan de telefoon. Hij zei: ,,Ik hebt de sleutel van een magazijn in een kelder waar alle geheime papieren van die OGEM worden bewaard. Dat kost je duizend gulden, handje contantje.”
Ik vroeg natuurlijk welke garantie hij kon geven dat de beloofde waar aanwezig zou zijn. Hij zei: ,,Dan zie ik je zaterdagmorgen vlak voor het Centraal Station in Rotterdam, zeg maar om elf uur in de ochtend. Steek die kutkrant van je maar in je rechterjaszak, dan herken ik je wel. Ik zal je binnen laten en dan kun je zelf kijken.”

Een informant had interessante informatie over het in schandalen failliet gegane OGEM-concern.Omdat wij als Het Vrije Volk nooit betaalden voor informatie vroegen we de hulp van een verslaggever van Nieuwe Revu die samen met zijn hoofdredacteur Ton van Dijk ook behulpzaam was geweest tijdens de Lockheed- affaire. Zijn naam was Bert Voskuil.
Hij ontwikkelde zich toen al tot een van de grootste misdaadverslaggevers van die tijd. Hij stak de duizend gulden bij zich en verscheen die zaterdagochtend ook in Rotterdam. In zijn kielzog had hij nog een verassing. Dat was de toen al gevreesde luis in de pels van beursgenoteerde ondernemingen, drs. Pieter Lakeman.

De informant, een dikke dertiger, sprak ons inderdaad aan bij het CS. Hij wees naar een kleine zijstraat die vanaf het CS naar het einde van de Schiekade liep: de Delftse straat. Een straat van net na de oorlog met pakhuizen, magazijnen en soortgelijke bestemmingen. Halverwege stopte hij, pakte een sleutel en deed een voordeur open. Vrij direct achter de voordeur een ijzeren luik waarachter een trap naar de kelder voerde.

De man liep de trap af en draaide het licht aan. Enkele seconden later draaide hij het licht weer uit. Hij had ook een aantal rollen dun karton bij zich en een stanleymes. Behendig sneed hij het karton in de vorm van de kelderramen die op de stoep uitkeken.
Hij deed het licht weer aan en ging buiten even kijken of de kelderramen echt verduisterd waren. Toen vertelde hij waarom: ,,Het is nu zaterdagochtend en als ‘de kit’ langsrijdt zien ze op zaterdagochtend licht in die kelder branden. Dan komen ze kijken.” En met een breed armgebaar: ,,Nou heren, kijk maar even.”

Wat wij zagen was inderdaad de hoofdprijs. Het complete archief van de raad van bestuur, raad van commissarissen en de bestuurs-top van de OGEM. Memo's over geheime betalingen en steekpenningen, zowel in West-Europa als in het Midden Oosten waar OGEM vele jaren lang een grote speler was.

De man kreeg zijn geld en ik kreeg de sleutel. En daar stonden we dan. Wat nu?

 

 

 

 

 

Zie ook:

Lees meer over:

journalistiek
Deel dit bericht met je vrienden!