woensdag 5 augustus 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Een ketelbinkie in krantenland (1)

31 januari 2016 (door Geert-Jan Laan)

Geert-Jan Laan vertelt: ,,In september 1963 werd ik leerling-journalist bij Het Vrije Volk op de editie Den Haag. Ik was net twintig.
Een journalistieke opleiding bestond nog niet in Nederland, maar ik had wel vanuit mijn toenmalige woonplaats Londen wat stukjes geschreven, die ook geplaatst waren op de jongerenpagina van die krant.

Dat was waarschijnlijk ook de reden waarom ik moeiteloos door de sollicitatieprocedure heen kwam. Procedure is trouwens een groot woord. De secretaris van de hoofdredactie bezag de gepubliceerde stukjes en knikte instemmend.”
,,Ik heb wel een plekje in Den Haag”, sprak hij wijzend naar een grote kaart van Nederland waar alle redacteuren werkzaam in de ruim 40 edities met een soort vlaggetje werden aangeduid.
De krant drukte in Groningen, Amsterdam, Rotterdam en Arnhem. Er waren zo'n 300.000 abonnees. Het was de grootste krant van Nederland.

'Mijn grootste klus werd eind 1963 een keiharde staking van Scheveningse vissers'. Foto: Haagse beeldbank

De Haagse editie was een ochtendkrant. Dat betekende dat mijn werkdag iedere ochtend om kwart over tien begon met het politiepersrapport.
Een inspecteur bladerde door de rapporten van de afgelopen 24 uur en las de meest interessantie gebeurtenissen en misdrijven voor. De verslaggevers van de andere kranten waren vrijwel allemaal ook leerlingen.

Wanneer zij voor middagbladen werkten zoals de Haagse Courant, Het Binnenhof of Het Vaderland renden zij direct naar de telefoon om hun berichten door te geven.
Wij van de ochtendkranten hadden meer tijd en konden later op de dag rustig onze berichten tikken. Mijn mentor was een vriendelijke, in mijn ogen oudere man, die afkomstig was uit Indonesie, waar hij in de koloniale periode bij een krant in Soerabaja had gewerkt.

Mijn grootste klus werd eind 1963 een keiharde staking van Scheveningse vissers. Soms beviel je stuk niet en moest je rennen om aan een pak slaag te ontkomen.

Vlak voordat ik in het voorjaar van 1964 in militaire dienst moest kreeg ik een brief van de hoofdredactie dat mijn tijdelijk dienstverband, ‘op proef’ zoals dat heette, was omgezet in een vaste aanstelling.
Dat was mooi, want dat betekende dat ik ook na mijn diensttijd in vaste dienst van Het Vrije Volk was.”

 

Zie ook:

Lees meer over:

journalistiek
Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven