zaterdag 25 september 2021

weekZine over stad, cultuur
en wereld

Consumenten gaven minder uit. Foto Pieter Delicaat CC

Groei vanaf derde kwartaal, maar Werkloosheid en faillissementen gaan nog komen

17 augustus 2020 (de redactie)

In de basisraming, die ervan uitgaat dat er geen grootschalige nieuwe contactbeperkingen nodig zijn, krimpt de economie in 2020 met 5%, gevolgd door 3% groei in 2021. De werkloosheid loopt op richting 7% in 2021.

Dit blijkt uit de zojuist gepubliceerde concept-MEV van het Centraal Planbureau (CPB). Deze raming vormt voor het kabinet het startpunt voor de afrondende besluitvorming over de begroting 2021. In deze raming is overeengekomen beleid tot en met eind juli opgenomen. Dit betekent dat in de raming nu nog is aangenomen dat het steunbeleid niet wordt gecontinueerd in oktober. De ontwikkeling van de pandemie is zeer bepalend voor de vooruitzichten op herstel. Om die onzekerheid recht te doen, is ook een scenario opgenomen waarin opnieuw grootschalige contactbeperkingen van kracht worden. In zo’n scenario krimpt de economie ook in 2021 en loopt de werkloosheid op tot 10%.

Werkloosheid en faillissementen gaan nog komen

Pieter Hasekamp, directeur CPB: “Ten opzichte van sommige andere landen is Nederland minder hard getroffen. Maar geen misverstand: deze klap is ongekend hard, en moet zich nog grotendeels laten voelen. Werkloosheid en faillissementen reageren met vertraging op de crisis, die klap moet eigenlijk nog komen. Voor baan- en inkomenszekerheid maakt het daarbij enorm uit in welke sector je werkt. Overigens is het nu meer dan ooit van belang om voorbij het bbp te kijken. Burenhulp, familiebezoek, thuisonderwijs: het laat zich allemaal niet in economische groeicijfers vangen. De coronacrisis heeft grote gevolgen voor zaken die raken aan de kwaliteit van het bestaan: we missen het vieren van een bruiloft of jubileum, de theater- en concertpodia zijn leeg, en er zijn grote zorgen over eenzaamheid in verpleeghuizen.”

Economie 2e kwartaal 8,5 % terug, maar minder dan verwacht

Het bruto binnenlands product (bbp) in het tweede kwartaal van 2020 is volgens het CBS in een eerste berekening met 8,5 procent gedaald ten opzichte van een kwartaal eerder. Een dergelijke daling is niet eerder in Nederland door het CBS gemeten. Veel dus. Desondanks is het minder dan de grote banken verwachtten en minder dan in veel omringende landen. 

De daling van het bbp in het tweede kwartaal is voor meer dan de helft toe te schrijven aan de sterk gedaalde consumptie door huishoudens. Verder namen ook de investeringen en het handelssaldo sterk af. De krimp in Nederland was wel kleiner dan gemiddeld in de eurozone en in de ons omringende landen zoals Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en België.

Huishoudens hebben in het tweede kwartaal 10,4 procent minder besteed dan in het eerste kwartaal van 2020. Verder namen de investeringen af met 12,4 procent. De uitvoer en invoer van goederen en diensten daalden met respectievelijk 9,8 en 8,3 procent. De overheidsconsumptie ten slotte daalde met 3 procent.

Vooral de lagere productie in de bedrijfstak handel, vervoer, horeca en opslag (vooral de horeca en vervoer), in de bedrijfstak zakelijke dienstverlening (met name de uitzend- en reisbureaus) en in de bedrijfstak zorg heeft een groot aandeel in de daling van het bbp. De zorg heeft door uitgestelde en vermeden zorgbehandelingen per saldo minder gezondheids- en zorgdiensten geleverd.

Invloed van de coronacrisis op de eerste berekening

Door de coronacrisis zijn de groeicijfers omgeven met een grotere onzekerheid dan bij de eerste berekening gebruikelijk is. Zie hier voor een toelichting. De kwartaalcijfers economische groei zijn vanaf 1987 beschikbaar en de grootste kwartaal-op-kwartaaldaling tot het tweede kwartaal 2020 was de 3,6 procent in het eerste kwartaal van 2009 ten tijde van de financiële crisis.

Zie ook:

Lees meer over:

Economie coronavirus
Deel dit bericht met je vrienden!