zondag 1 augustus 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Django: Quentin, Sam en drie Sergio's

21 januari 2013 (Ronald Glasbergen)

,,The name is Django,” zegt de zwarte man die geen slaaf meer is (Jamie Foxx).
,,Hoe spel je dat?” vraagt slaveneigenaar Amerigo Vessepi (Franco Nero).
Django antwoordt: ,,D-J-A-N-G-O, met een stomme D.” Vessepi zegt: ,,Ik weet het.”

 

De dubbele verwijzing, Django is een spaghettiwestern uit 1966 waarin acteur Nero de hoofdrol speelde, maakt duidelijk waar voor filmer Tarantino de kern ligt: een `grindhouse’ remake als hommage aan die Westerns. Maar ondanks bewezen kwaliteiten van de filmer is dat niet gelukt.

 

‘Django Unchained’ gaat over de zwarte slaaf Django (Jamie Foxx) die wordt vrijgekocht door de gehaaide, weinig scrupuleuze Duitse premiejager Schultz (Christopher Waltz). Omdat Django een paar schurken kan herkennen die voor Schultz geld opleveren, wordt hij door Schultz vrijgekocht.
In flashbacks toont de film hoe Django’s vrouw Broomhilda (Kerry Washington) hem door wrede slavenmeesters is ontnomen. Django kan Schultz van dienst zijn en leert snel. Niet in het minst door de onconventionele werkwijze van Schultz waarbij praten snel overgaat in schieten. De film suggereert zo het ontstaan van een asymmetrische vriendschap tussen Duitser en ex-slaaf.

Django Unchained: Foto’s: Filmdepot

Kruising
Het verhaal is een kruising van opera, komedie en Italo-western: vol met cinematografische verwijzingen naar filmische voorlopers. Quentin Tarantino licht in een interview toe dat in een spaghettiwestern flashbacks nooit vrolijk zijn en vaak verwijzen naar iets uiterst pijnlijks in het verleden van de hoofdfiguur. Zo ook in ‘Django unchained’ maar het wordt geen stevige en slimme filmvertelling.
Het is grindhouse, variété theater met een thema. Dat de film zeer gemengde reacties oproept - von Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt - verbaast dan ook niet. Controverse is goed zou je kunnen zeggen: de filmer die grensverleggende films heeft gemaakt, wekt nu eenmaal verwachtingen. Maar hier ligt de oorzaak in de tegenstrijdige signalen die de film zelf uitzendt. Tarantino kan niet kiezen tussen effectbejag en een behoorlijk verhaal en zo schiet het laatste erbij in. De vraag is hoe het zover heeft kunnen komen.

Jaren negentig
Tarantino (1963) schreef eind jaren tachtig, begin jaren negentig, verschillende filmscripts. De eerste was ‘Natural Born Killers’ in 1988, gevolgd door ‘True Romance’ in 1990. Beiden zijn later door respectievelijk Oliver Stone (1994) en Tony Scott (1993) verfilmd. Tarantino werkt rond 1990 intussen aan zijn derde script ‘Reservoir Dogs’ over een stel geflipte bankovervallers. Harvey Keitel krijgt het script onder ogen en helpt de film van de grond te krijgen.

Tarantino is de regisseur. Het geweld in de film is nabij, fysiek voelbaar en claustrofobisch. Ondertussen laat filmauteur Tarantino zijn personages - gespeeld door een cast met Keitel, Tim Roth, Michael Madsen, Steve Buscemi - niet ophouden met praten, kletsen soms, puntige small talk afgewisseld met hartenkreten over leven en dood.
Zoals bij alle eerdere cinema vernieuwers was het of Tarantino een sluier voor het doek had weggetrokken en opeens een ongekende en frisse kant van de cinema onthulde.

 

 

Internationaal succes
`Reservoir Dogs’ gaat in 1992 op het Sundance filmfestival in première. De film is cinematografisch en bij het publiek een groot internationaal succes. Met ‘Reservoir Dogs’ plaatste Tarantino zich in een rij van illustere voorgangers zoals Welles (`Touch of evil’), Lumet (‘Dog Day Afternoon’) of Sam Peckinpah die de grenzen van een genre zo weten te verleggen of uit te gummen dat er iets nieuws ontstaat.
Na ‘Dogs’ volgt ‘Pulp Fiction’ (1994). `Pulp Fiction’ is breder opgezet en zeer slim gecomponeerd en heeft opnieuw een sterke cast. De films combineren elementen van Scorsese (‘Mean Streets’, ‘Taxidriver’) met dialogen, doordrongen van gedreven gekte: bizar en realistisch. De titel ‘Pulp Fiction’ dekt ook daarom de lading, omdat de helden van de film zich spiegelen aan pulpcultuur. Tarantino gebruikt erin een type dialoog dat eerder bij Woody Allen leek thuis te horen, maar zonder diens intellectualisme en dat op zijn zwartere momenten deed denken aan ‘Apocalyps Now’ (Coppola, 1979).

De Sergio’s
‘Django Unchained’ is vijf of zes films later. Met zijn hommage heeft Tarantino vooral de Italo-westerns van de drie Sergio’s voor ogen. Van Sergio Leone (1964-1966), van Sergio Sollima (1966) en vooral van de hierboven genoemde Sergio Corbucci (1966), wiens `Django’ met een doodskist achter zich aan door post-burgeroorlog Amerika trekt. Het waren films die de toenmalige Amerikaanse western deden verbleken. Naast Django uit 1966 lijkt vooral Peckinpah’s `The Wild Bunch’ (1968) van invloed. Zeker ook vanwege de operateske bloedovergoten shoot-out van beide films.

De nieuwe film van Tarantino laat geen andere films verbleken. Op zijn best is het een kruising van komedie en opera met veel verwijzing naar jaren zestig westerngenre cinema. De grappen zijn rauw en aardig, zoals die met de figuur van slavenbewaker Jano (gespeeld door Tarantino zelf) die behangen met dynamiet, de lucht ingaat. Maar de in lengte ruim bemeten film doet je uiteindelijk afvragen wat er gebeurt was als de filmmaker voor ‘Django Unchained’ dezelfde aandacht en drive op had kunnen brengen als de vroege Tarantino voor zijn eerste films. Nu zijn in de film niet de flash backs het pijnlijkst maar de momenten in het heden.

'Django Unchained' draait in verschillende bioscopen in Rotterdam.

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!