zaterdag 31 juli 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Democratie in stad vaak een schimmenspel

18 september 2015 (Hans Roodenburg)
In de 57 pagina’s tellende Miljoenennota 2016 van het kabinet komt het woord ‘Rotterdam’ niet voor. Daarentegen genoeg keer in de afzonderlijke begrotingen voor volgend jaar van de departementen. Met name in die van de ministeries van infrastructuur, milieu en economische zaken (haven, wegen, enz.). Mede daarom behoort de regio Rotterdam tot de sterkste economische gebieden van ons land.


Landelijk
Dat ‘Rotterdam’ in de Miljoenennota niet voorkomt, is niet zo relevant. Hierbij gaat het voornamelijk om landelijke kwesties waarvoor landelijke politici verantwoordelijk zijn.
Hetzelfde geldt voor de jaarlijks uit te spreken troonrede van koning Willem Alexander. Maar neem maar aan dat de gemeente Rotterdam in ons bestel een belangrijke plaats inneemt. Daarom is het interessant hoe de landelijke politiek hiermee omgaat. Zeker als het uitsluitend gemeentelijke zaken betreft, waaronder het stadsbeleid en de haven, heeft de centrale regering daar toch indirect mee rekening te houden.
Het komt er in ons democratisch bestel op neer dat je een coalitiekabinet van thans VVD en PvdA hebt, gecontroleerd door Eerste- en Tweede Kamer, de provincie Zuid-Holland die zich met provinciale zaken dient bezig te houden en het college van burgemeester Aboutaleb en wethouders van Rotterdam, dat op haar beurt weer wordt gecontroleerd door de gemeenteraad.

Rotterdam wordt niet genoemd in de jaarlijks uit te spreken troonrede van koning Willem Alexander. Maar neem maar aan dat de gemeente Rotterdam in ons bestel een belangrijke plaats inneemt.Indirect
De burgers van Rotterdam spelen slechts een indirecte rol. Hooguit advies. Er gaan wel stemmen op om af en toe een raadgevend referendum te organiseren, maar voorlopig zijn het de raadsleden die regionaal de belangrijkste beslissingen nemen of beslissingen volgen van het gemeentebestuur.
De basisdemocratie, waarin de burgers uiteindelijk beslissen, is nog ver weg. En eigenlijk terecht. Er is geen beleid te maken als populisten dan weer het ene moment en dan weer het andere moment referenda organiseren om hun gelijk te krijgen. Een dictator is gauwer gemaakt dan afgetreden.
We hebben het in de gemeenten goed geregeld. Eenmaal in de vier jaar worden de politieke stromingen gekozen waarna altijd compromissen moeten worden gesloten om tot collegevorming over te gaan. Het is nogal eenvoudig voor de burgers. Als zij ontevreden zijn, kunnen ze na vier jaar een andere politieke partij kiezen.
Hoewel sommige mensen het vervelend vinden dat sinds de Tweede Wereldoorlog ‘de rooien’ (van met name de PvdA) op dit moment niet meer aan de macht zijn in Rotterdam is het voor een democratie toch gezond dat anderen het voortouw nemen.

Rechts
De huidige coalitie in het bestuur van Rotterdam bestaat uit het rechts georiënteerde Leefbaar Rotterdam met 14 van de in totaal 45 zetels, het links van het midden staande D66 met 6 zetels, en de middenpartij CDA met 3 zetels. Net een meerderheid in de raad dus. Daar staat als een soort bovenmeester boven de van de PvdA afkomstige Aboutaleb als burgemeester.
En zoals altijd gaat de oppositie tegen het college vaak tekeer. Dat schijnt er kennelijk bij te horen. Want ze moet zich profileren voor de volgende gemeenteraadsverkiezingen (in 2018). In onze democratie ga je niet zomaar ideeën en voorstellen van anderen publiekelijk omarmen. Er moet altijd een vorm van kritiek zijn. Soms terecht, soms onterecht.
Een van de heetste hangijzers is op het ogenblik het Europese asielbeleid. Dat heeft ook uitwaaieringen naar Rotterdam. Burgemeester Aboutaleb heeft de gemeenteraad laten weten dat hij meewerkt aan een kortstondige noodopvang van 250 vluchtelingen in een sporthal van de Erasmus Universiteit.
Eenvoudig gesteld is Leefbaar Rotterdam als enige politieke partij in de raad tégen elke reguliere opvang in de stad die volgens medeoprichter Ronald Sørensen (tot 9 juni dit jaar lid van de Eerste Kamer voor de PVV) al genoeg andere problemen aan zijn kop heeft.

 Burgemeester Aboutaleb heeft de gemeenteraad laten weten dat hij mee zal werken aan noodopvang van 250 vluchtelingen in een sporthal van de Erasmus Universiteit. Meerderheid
Niettemin heeft het college van burgemeester en wethouders in meerderheid besloten (de vier anderen?) om toch mee te werken aan de opvang van asielzoekers in Rotterdam. Zij het dat men de bal weer bij het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) legt en straks bij de Rotterdamse burgers die hiermee rechtstreeks te maken krijgen.
Ongetwijfeld zal Leefbaar Rotterdam dan in de gemeenteraad uitspreken dat men die burgers heeft te volgen in hun oordeel. De andere politieke partijen krijgen het vooral moeilijk als de nabij wonende burgers massaal negatief zijn. Immers dan moeten zij – als zij vasthouden aan hun eerdere positieve opvatting in deze kwestie – de burger melden dat zij weliswaar de democratie hoog in hun vaandel hebben staan, maar dat zij als politici toch een ander besluit nemen.

Draai
Wat dat betreft heeft Leefbaar Rotterdam het makkelijker. Mochten de nabij wonende burgers in meerderheid toch positief staan tegenover de komst van een paar honderd asielzoekers in Rotterdam (na selectie door het COA) ergens in Rotterdam, dan kan het makkelijk een draai maken naar beperkte opvang en ongetwijfeld roepen dat deze mensen terug kunnen zodra het in hun land (Syrië en Eritrea) weer veilig wonen is.
De politieke beslissingen in Rotterdam zullen niet doorslaggevend zijn voor het landelijke beleid in deze. Maar ze zullen wel impact hebben op de rest van het land. Dat zal ook wel de bedoeling zijn van Leefbaar Rotterdam en een van zijn oprichters Ronald Sørensen.

Prachtig dit politiek gedoe waaraan men zeker niet te zwaar moet tillen! Misschien dat een paar van onze vaste ‘reaguurders’ daarover een andere mening hebben.

Deel dit bericht met je vrienden!