dinsdag 24 november 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Een beperking is niet altijd zichtbaar Foto pxhere

SCP: Rijk moet gemeenten beter ondersteunen

17 november 2020 (door de redactie)

Het streven was meer deelneming aan en in de samenleving voor mensen die het niet (helemaal) op eigen kracht kunnen. De wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet, moesten daarbij helpen. Door de uitvoering, inclusief het bijhorende budget, van Den Haag  naar de gemeenten te verplaatsen, zou de hulp dichter bij de mensen komen. 

Nu, vijf jaar later heeft het SCP (Sociaal Cultureel Planbureau) die decentralisatie geevalueerd. Voorlopig lijken de gemeenten grosso modo al die zorg nog lang niet beter uit te voeren dan het Rijk. Ook geen wonder: de gemeenten werden geacht meer te doen met minder geld. Het SCP beveelt dan ook aan om als eerste de budgetten te verhogen.  

Kansen nauwelijks verbeterd

Anno 2020 blijkt dat de deelname van mensen met een beperking aan de samenleving niet is toegenomen, er nog steeds knelpunten zijn in de jeugdzorg en dat de kansen op werk voor mensen met een arbeidsbeperking nauwelijks zijn verbeterd. De resultaten blijven in de praktijk achter bij de verwachtingen van de decentralisatie. Dit concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in ‘Sociaal domein op koers? Verwachtingen en resultaten van vijf jaar decentraal beleid’.

Lange wachttijden

In het sociaal domein worden veel mensen geholpen door hun gemeente. Tegelijk is het zorgelijk dat in de huidige praktijk een aantal kwetsbare groepen aan het kortste eind lijkt te trekken. Lichte hulpvragen krijgen voorrang omdat deze goedkoper zijn op te lossen. De hulp aan specifieke kwetsbare groepen lukt niet goed. Zo zijn er lange wachttijden voor jongeren met complexe problemen en zijn de baankansen afgenomen voor mensen die aangepast werk nodig hebben. Ook wordt de hulpverlening aan mensen met meerdere problemen belemmerd door ingewikkelde regelgeving.

Gemeenten hebben te weinig zicht op problemen

Er is op dit moment onvoldoende zicht op mensen die wel problemen hebben, maar niet aankloppen bij de gemeente of hulpverlenende instanties. De verwachting dat gemeenten problemen eerder kunnen signaleren dan het Rijk, omdat ze dichter bij hun burgers staan, blijkt in de praktijk weerbarstig. Hoewel de meeste gemeenten sociale wijkteams hebben opgezet, komen die er niet altijd aan toe om problemen bij mensen actief op te sporen. Door de coronacrisis wordt veel psychische en financiële druk verwacht bij kwetsbare groepen. Naar verwachting zal dit de hulptaak van de gemeente nog eens extra verzwaren.

Zorgzame samenleving? 

In de decentrale aanpak werd ook meer van mensen zelf verwacht: eigen kracht, zelfredzaamheid en meer voor elkaar zorgen. Het onderzoek laat zien dat de verwachtingen van het Rijk en de ervaringen van de praktijk niet overeenkomen. Juist mensen die hulp vragen kunnen het niet altijd zelf. Ook blijkt dat mensen het vaak moeilijk vinden om anderen uit hun omgeving om hulp te vragen of er is niemand om hen te helpen. Het percentage mensen dat mantelzorg geeft aan mensen met een beperking is sinds de decentralisaties niet toegenomen.

Hoge verwachtingen 

De verwachtingen van het nieuwe beleid waren hoog gespannen, bijvoorbeeld over de zelfredzaamheid van mensen en een zorgzamere samenleving. Het ging ook over een brede groep mensen.  Thuiswonenden ouderen met mantelzorg, jongeren die het moeilijk hebben, mensen met een beperking. De drie bovengenoemde wetten zijn daarop toegesneden. De overheveling naar de gemeenten heeft intussen niet opgeleverd wat verwacht werd. Het is nu aan de betrokken ministeries om realistischer doelen te stellen en regels beter op elkaar af stemmen.

Aanbevelingen Sociaal Cultureel Planbureau

Het Rijk kan gemeenten in staat stellen om kwetsbare burgers beter te ondersteunen. Hiervoor doet het SCP een aantal aanbevelingen:

Bij de overheveling van taken naar de gemeenten werden de bijbehorende budgetten direct gekort. Het onderzoek laat echter zien dat gemeenten minder mogelijkheden hebben om het goedkoper te doen dan vooraf werd gedacht. Dit komt doordat de verwachte ‘eigen kracht’ of hulp uit eigen netwerk niet altijd mogelijk of voldoende is. Daarnaast leidt investeren in preventie en lichte voorzieningen, zoals sociale wijkteams, niet onmiddellijk tot afname van het gebruik van zware en dure voorzieningen.

Beter samenwerken

De drie gedecentraliseerde wetten in het sociaal domein verschillen behoorlijk in karakter. Dat komt deels doordat ze door verschillende ministeries ontwikkeld zijn. Gemeenten die in de lijn van elke afzonderlijke wet willen handelen, hebben soms moeite om tegelijkertijd de verwachtingen van de decentralisaties te realiseren. Daarnaast is de aansturing en de communicatie vanuit de ministeries richting gemeenten grotendeels verkokerd gebleven. Voor een goede werking van het sociaal domein op decentraal niveau, zou daarom ook op centraal niveau, meer dan nu gebeurt, met een integrale blik naar de drie wetten gekeken moet worden.

Stem beter af

Verbinding van de drie terreinen met andere onderdelen van het sociaal domein en flankerende wetten is belangrijk en wordt in de gemeentelijke praktijk ook vaak gemaakt. Zo komen verbindingen met bijvoorbeeld schuldhulpverlening, (passend) onderwijs en medische of langdurige zorg veel voor. Het is van belang om samenwerking over die schotten heen te realiseren, waarbij duidelijk moet zijn waar de regie is belegd.

Maak regels eenvoudiger 

Het sociaal domein is - nog steeds - een complex systeem voor veel betrokken partijen. Burgers weten niet altijd waar ze hulp kunnen krijgen. Voor aanbieders en werkgevers zijn de administratieve lasten soms toegenomen, omdat ze moeten samenwerken met meerdere gemeenten in plaats van een centraal orgaan. Meer aandacht zou uit moeten gaan naar goede informatievoorziening en vereenvoudiging van procedures.

Zie ook:

Deel dit bericht met je vrienden!