dinsdag 2 juni 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Giovanni Boccaccio presenteert de Decamerone, foto Wikipedia

De Rotterdamse Decamerone

30 maart 2020 (door Ronald Sørensen)

Mensen in quarantaine gaan zich snel vervelen. Gelukkig hebben wij sociale media, staatsomroep, Netflix en RV&M.

Op de lange duur gaan die echter ook tegenstaan (behalve RV&M natuurlijk); daarbij is kijken en lezen nogal passief.

De historisch meest bekende quarantaine was omstreeks 1350 in (schrik niet) Italië!  Een groepje welgestelde burgers ontvluchtte de stad Florence en kwam bijeen op het platteland, uit angst voor besmetting met de pest, die in die tijd de 'zwarte dood' werd genoemd, omdat het gepaard ging met donkere, zwarte builen.

De quarantaine werd wereldberoemd, want om de verveling te doorbreken gingen de opgeslotenen elkaar verhalen vertellen. Uiteindelijk werden het er honderd; een zgn. raamvertelling.  De Florentijnse schrijver Giovanni Boccaccio schreef ze op en liet ze met de hand kopiëren. De Decamerone werd wereldliteratuur.

Na de uitvinding van de boekdrukkunst vond het boek snel een groter publiek, omdat het een fantastische inkijk gaf in niet alleen het alledaagse leven, maar ook in het denken en de gevoelens van mensen die leefden omstreeks 1350.

De Engelse boerenopstand van 1381 wordt ook beschreven in de Canterbury Tales, foto Wikipedia

Het succes vond navolging want het ongeveer dertig jaar na Boccaccio schreef Geoffrey Chaucer een andere beroemde raamvertelling: de Canterbury Tales. Niet verteld door mensen in quarantaine, maar door wandelende pelgrims op bedevaart naar Canterbury. Een andere wereldberoemde raamvertelling, de Heptamerone van Margaretha van Navarra, werd pas na haar dood in 1558 gepubliceerd.

De Heptamerone is een verzameling van 72 korte verhalen in het Frans, geschreven door Margaretha van Navarra (1492-1549), en postuum gepubliceerd in 1558. De Heptamerone vertelt het verhaal van vijf mannen en vijf vrouwen die begin jaren 1500 door overstromingen afgesneden worden van de rest van de wereld en hun toevlucht zoeken in een abdij, hoog in de Pyreneeën. Ze moeten wachten tot de brug is gerepareerd en beginnen elkaar - geïnspireerd door Boccaccio's Decamerone - om de tijd te doden op een beschaafde manier elke dag een verhaal te vertellen. Tekst en foto Wikipedia

Sjeherazade, vertelster van de sprookjes uit Duizend-en-een-nacht, portret van Sophie Gengembre Anderson, 19e eeuw, foto Wikipedia

Mondiaal zijn de sprookjes van Duizend-en-een-nacht misschien de belangrijkste vertellingen die binnen één raam passen. Voor Nederland is het de Max Havelaar van Multatuli.

Ter zake. Iedere Rotterdammer heeft wel een jeugdherinnering aan onze stad en de buurt waarin hij opgroeide om te delen met anderen. Misschien kunnen we zo tot een Rotterdamse raamvertelling komen. Onze kinderen en kleinkinderen kunnen zich absoluut niet indenken hoe het leven tussen 1945 en 1970 was.

Een verzuilde stad waarin de ene ontdekking na de andere werd gedaan. Seksuele taboes, die langzaam doorbroken werden en de kerk die haar greep op de mensen voor een groot deel verloor. Standenverschillen en arbeidsonrust.

We kunnen en moeten dit doorgeven aan de generaties na ons.

Gelukkig is er officiële geschiedschrijving, maar ook voor onze generatie babyboomers zou het goed zijn als een blik werd gegeven op onze manier van denken en leven.

Ik roep de lezers die interesse hebben één of meerdere impressies uit die tijd aan het scherm toe te vertrouwen en op te sturen.

Hieronder staat mijn bijdrage.

 

Gemeenschappelijke telefoon

oud model telefoon van bakeliet

 

In het flatje op de Mathenesserweg, waar ik van mijn zevende tot en met mijn zeventiende ben opgegroeid, was grote onderlinge solidariteit. Iedereen kende elkaar en hield rekening met elkaar. Mijn vader had als een van de weinigen telefoon omdat hij die voor zijn werk nodig had. Al snel was iedereen op de hoogte en liep men de deur plat om te bellen, mijn vader vroeg daar – net als in de telefooncel – een dubbeltje voor. Natuurlijk ging dat op de lange duur vervelen en mijn ouders lieten voorzichtig doorschemeren, dat de buren beter gewoon naar de telefooncel konden gaan en stelden voor alleen in geval van nood gebruik te maken van onze telefoon.

Eén buurvrouw was echter hardnekkig en bleef komen. Omdat onze huizen klein en gehorig waren konden we vanuit onze huiskamer meeluisteren en horen hoe ze met haar zus in Spijkenisse converseerde. Op een dag was de verbinding niet goed en ze vroeg mijn vader om raad. ‘Met wie bel je?’ vroeg mijn vader, ‘met mijn zus,’ was het antwoord. ‘Je moet “oehoe” roepen,’ zei hij, ‘dan hoort ze je misschien wel.’ Even later zaten wij met tranen van de lach in onze ogen naar het steeds luider wordende “oehoe” op de gang te luisteren. Toen de buurvrouw bijna schor de huiskamerdeur open deed en ons zag, had ze het door. ‘Je neemt me in de maling, buurman.’ ‘Klopt,’ zei mijn vader, ‘maar ik neem aan dat het geen noodsituatie was.’

Die noodsituatie kwam toen een andere buurvrouw in paniek aanbelde. ‘Henkie heb zand gegeten uit de zandbak,’ riep ze vertwijfeld uit. ‘Ik heb hem water laten drinken, maar ik wil dokter Nicolaï bellen.’ Die had zoveel status in onze buurt, dat je je “nette kleren” aan moest als je erheen ging. Daarbij had hij twee spreekuren: één voor ziekenfondspatiënten en één voor particulieren. Mijn ouders kregen het zo goed dat ik de overgang nog heb meegemaakt. Enfin mijn moeder gaf het nummer van die dokter en ging discreet op de galerij staan wachten.

Even later kwam de moeder van het “zandetertje” dat gelukkig ook water gedronken had de galerij op. ‘Wat zei de dokter?’ vroeg mijn moeder. ‘Ik begrijp het niet,’ stamelde ze. ‘Ik heb alles verteld. Hij moest lachen en zei: Maak je geen zorgen, mevrouw Meijer, maar geef hem vooral geen cement.’

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven

Vandaag&Morgen is een uitgave van Stichting Third Road. Steun onze verslaggeving op NL55 INGB 0009 2593 29 t.n.v. Stichting Third Road