maandag 10 augustus 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

De Oranjemonarchie en Rotterdam

7 april 2013 (door de redactie)

Op 30 April aanstaande wordt de nieuwe koning Willem Alexander ingehuldigd in, jawel... in Amsterdam.
Eigenlijk is dat vreemd. Het ligt immers veel meer voor de hand, dat die inhuldiging in Rotterdam plaats vindt. De invoering van de Oranjemonarchie in 1813 in ons staatsbestel was immers een ‘Rotterdams initiatief’, Amsterdam had er niets mee te maken.

Die invoering is immers geheel en al het werk geweest van een Rotterdamse zakenman: Gijsbert Karel van Hogendorp.

 

Gijsbert van Hogendorp vormde met de edellieden Van der Duijn, Van Maasdam en Van Limburg Stirum een driemanschap die Willem Frederik (de zoon van de naar Engeland gevluchte stadhouder Willem V) als koning wilden aanstellen.

Driemanschap
Van Hogendorp had met de edellieden Van der Duijn, Van Maasdam en Van Limburg Stirum een driemanschap gevormd en uit kracht van dat driemanschap – een eigenlijk geheel uit de lucht geplukte legitimiteit - Willem Frederik, de zoon van de naar Engeland gevluchte stadhouder Willem V, verzocht naar Nederland te komen om het koningschap te aanvaarden.
Een klein addertje onder het gras voor onze Willem was er overigens wel. Van Hogendorp had het ontwerp van een grondwet op zak, dat eenmaal uitgewerkt, Koning Willem moest tekenen.
Van Hogendorps motivatie om een constitutionele monarchie in het leven te roepen, was zijn overtuiging dat zo’n monarchie goed zou uitpakken voor het zakenleven, het Rotterdamse zakenleven in het bijzonder.
En op dat punt stelde de nieuwe koning niet teleur.

Willem I is terecht onze geschiedenis ingegaan als ‘koning-koopman’.

Willem I is terecht onze geschiedenis ingegaan als ‘de koning-koopman’.Sommigen van die projecten pakten financieel zeer gunstig uit, zoals de Nederlandse Handelmaatschappij, waarvan de vaak ethisch dubieuze, maar zeer winstgevende activiteiten in Nederlandsch Indië genoegzaam bekend zijn.
Voor het huidige steenrijk zijn van de Oranjes is daar toen de basis gelegd.

 

Woelingen
We gaan nu even op zevenmijlslaarzen door de geschiedenis en arriveren in het omineuze jaar 1918. Einde eerste wereldoorlog. Revolutionaire woelingen alom. In het verre Rusland ‘sovjetiseert’ Lenin het Tsarenrijk. En in Duitsland wordt het Keizerrijk afgelost door de Weimarrepubliek onder leiding van de sociaaldemocraten Ebert en Scheidemann.
Zouden de onlusten naar Nederland overslaan? Het Rotterdamse zakenleven maakte zich grote zorgen.
Op zaterdag 9 november 1918, het begin van wat later de 'Rode Week' genoemd zou worden, kreeg Pieter Jelle Troelstra, de leider van de Sociaaldemocratische Arbeiderspartij, de SDAP, een telefoontje van havenvakbondsman Arie Heijkoop uit Rotterdam. Deze deed hem verslag van een gesprek dat hij die dag had gevoerd met Nijgh, voorzitter van de Rotterdamse werkgevers in de Scheepvaart.
Nijgh hoopte na de Wapenstilstand snel het Rotterdamse handelsverkeer met het Duitse achterland te hervatten en hij wilde die nieuwe handelskansen niet verziekt zien door mogelijke opstandigheid onder de havenarbeiders.

Paul Nijgh, voorzitter van de Rotterdamse werkgevers in de Scheepvaart hoopte na de Wapenstilstand in 1918 snel het Rotterdamse handelsverkeer met het Duitse achterland te hervatten en hij wilde die nieuwe handelskansen niet verziekt zien door mogelijke opstandigheid onder de havenarbeiders.Nijgh toonde zich, tot verbazing van Heijkoop, bereid met de SDAP samen te werken voor een ‘ordelijke machtsoverdracht'.

 

Zimmerman
Nijgh introduceerde Heijkoop vervolgens bij de toenmalige burgemeester van Rotterdam Zimmerman. Ook deze achtte het onwaarschijnlijk dat de revolutie bij de Nederlandse grens zou stoppen. En ook hij bleek maar al te bereid aan ‘een ordelijke machtsoverdracht’ mee te werken...
Dat juist de toenmalige burgemeester van Rotterdam de situatie zo somber inzag lag niet alleen aan diens geringe crisisbestendigheid. Doordat de Rijnvaart praktisch stillag en de zeevaart minimaal was heerste er grote werkloosheid onder het havenproletariaat dat in die tijd omvangrijk was. Vrijwel alles gebeurde immers nog met de hand. Als de revolutie ergens een kans maakte dan was het wel in Rotterdam.
Het ongevraagde aanbod van Rotterdam om samen te werken met de leiding van de SDAP tot overdracht van de macht heeft Troelstra waarschijnlijk gesterkt in zijn overtuiging dat er in Nederland ook zoiets als een revolutionaire situatie bestond, net als in Duitsland en Rusland.
Dat bleek een vergissing.
Ondanks Troelstra’s vurige toespraken in en buiten het parlement, kwam de revolutie niet echt op gang.
Integendeel, er ontstond een succesrijke contrarevolutie!

Eerbetoon
Op 17 November 1918 werd er een ‘nationaal eerbetoon’ aan koningin Wilhelmina op het Malieveld georganiseerd. Klokslag één uur, die middag, kwam daar het hofrijtuig aan met koningin Wilhelmina en Prins Hendrik. Met als vertederende noot het jonge geheel in het wit gestoken prinsesje Juliana.
Vlak bij het Malieveld hielden manschappen van het regiment Grenadiers de stoet staande, spanden de paarden uit en trokken zelf het rijtuig van de koningin verder!
Vroeger, in de Vaderlandse geschiedenisles op school, is mij altijd voorgehouden dat het hier ‘een spontaan eerbetoon’ betrof. Niets is minder waar! In de Koninklijke Stallen in Den Haag was tevoren dagenlang geoefend...

Op 17 november 1918 hielden manschappen van het regiment Grenadiers de koninklijke stoet staande, spanden de paarden uit en trokken 'spontaan' het rijtuig van de koningin verder! In de Koninklijke Stallen in Den Haag was tevoren dagenlang geoefend...De Rode Week was gelijk over.
Na de Tweede Wereldoorlog is het uitgerekend de PvdA geweest, de politieke opvolger van de antimonarchistische SDAP, die het Koningshuis telkens weer uit netelige situaties gered heeft (al bleef binnen die partij een anti-monarchistische onderstroom bestaan...).
Drees redde het Koningshuis in de Hofmans-affaire, Den Uyl in de Lockheed-affaire en Kok in de affaire Zorreguieta.
Rood dat vergeelt wordt oranje...

 

Fortuyn
Weer trekken wij onze ´historische zevenmijlslaarzen’ aan, passeren soepel de Rotterdamse zakenman Ruud Lubbers, liefst twaalf jaar de politieke sparringpartner van koningin Beatrix, en belanden in het omineuze jaar 2002.
Toen werd de Rotterdamse zakenman Pim Fortuyn vermoord, een zzp-er die hard op weg was minister-president van Nederland te worden.
Pim Fortuyn was lid van het Republikeins Genootschap. Met Fortuyn bleek het anti-monarchistisch denken plots wortel geschoten te hebben aan de rechterkant van het politiek spectrum, waar het tot dan toe onbekend was.
PVV-leider Wilders - een soort Pim Fortuyn met een pruik op – heeft immers ferm dat anti-monarchistische stokje overgenomen.
In 2007, in haar Kersttoespraak stelde koningin Beatrix het volgende: ,,Een houding van tolerantie komt spanningen en conflicten te boven en dat is historisch gezien de kracht van Nederland gebleken. Vandaag zien we, helaas, juist een neiging de tegenstellingen te verscherpen. Grofheid in woord en daad tast de verdraagzaamheid aan. Discussies ontaarden in verharde verhoudingen. In zo’n sfeer worden mensen al snel als groep over een kam geschoren en worden vooroordelen als waarheid aangenomen. Daarmee erodeert de gemeenschapszin.’’

PVV-leider Wilders - een soort Pim Fortuyn met een pruik op – heeft ferm het anti-monarchistische stokje overgenomen.Politiek
Wilders betrok deze brave woorden onmiddellijk op zichzelf: ,,Ik vind dat de Majesteit de regering moet worden uitgestuurd! Dit is een politieke uitspraak tegen mij, waarin het multi-culti-ideaal wordt opgehemeld, door iemand die niet gekozen is en die ik er politiek niet op kan aanspreken.”
Zo onbegrijpelijk is die vijandigheid van het rechtspopulisme ten opzichte van het Koningshuis overigens niet. Het rechtspopulisme van Fortuyn en Wilders bevindt zich immers onvermijdelijk in concurrentie met het sinds jaar en dag in Nederland bestaande Oranjepopulisme.
Het heeft immers dezelfde grondslag. Er is een ‘Leider’, die zich vereren laat door een niet al te nadenkend ‘Volk’. Die verhouding is niet rationeel, maar diep-emotioneel. Het Fortuynsprookje en het Oranje-sprookje horen tot hetzelfde Sprookjesboek.
De kracht van het Oranje-sprookje is echter door het afstandelijke, antipopulistische optreden van koningin Beatrix verzwakt. Tekenend is de uitspraak die zij, tien jaar geleden op TV deed tegen haar interviewster Maartje van Weegen. ,,Populariteit heeft iets vluchtigs, oppervlakkigs, en tijdelijks.”

 

Ontheemd
De boodschap was duidelijk. Daar ging Majesteit zich niet aan bezondigen. Maar daarmee ontheemde zij haar aanhang!
Mede daardoor kreeg ‘volksprins’ Pim Fortuyn, eveneens bewoner van een paleis, namelijk het Palazzo di Pietro aan het G.W. Burgerplein alhier in Rotterdam, zijn kans.
Is het Oranjehuis dan op weg naar het einde?
Niet op korte termijn. Het huwelijk van de kroonprins met Argentijnse Maxima was een gouden greep. Maxima is heden zelfs verreweg de meest populaire ‘Oranje’. Voor schattige, fotogenieke ‘nachwuchs’ heeft zij inmiddels ook al gezorgd: de drie ‘Zeg eens Aaa!-prinsesjes’.
Nee, voorlopig zijn we niet van Oranje af, maar eens zal het er toch van moeten komen.
Dat iemand benoemd wordt tot het hoogste staatsambt op grond van erfopvolging, verdraagt zich nu eenmaal niet met de idee van democratie. Daarvan is toch een van de kenmerken dat iedereen zich vrijelijk kandidaat kan stellen (en gekozen kan worden) tot elk politiek ambt.
Vroeg of laat zullen wij dus afscheid moeten nemen van de monarchie – want pas op dat moment hebben wij een voldragen democratie. Het is niet anders.

Ere de stad...
Dus tot slot de vraag: De Nederlandse monarchie is er gekomen dankzij Rotterdam (van Hogendorp) zal zij ook eindigen ‘dankzij’ Rotterdam?
Hoe dan ook, als het ergens legitiem is om de goegemeente eens een ‘afschaffingsscenario’ voor te leggen, dan is het dus wel hier in Rotterdam, waar het allemaal begonnen is. Ik zal dan ook dit scenario ‘het Rotterdamse scenario’ noemen. Ere de stad, die ere toekomt!
Ik knoop daartoe aan bij het gedachtegoed van Mahatma Gandhi.
Gandhi zei tot de Engelsen in de Jaren Twintig van de vorige eeuw: ,,India moet onafhankelijk worden. U, Engelsen, u moet vertrekken. Het wordt tijd dat wij onszelf gaan regeren.''
,,Maar,’’ vervolgt hij, en dan komt het geniaal-humane van Gandhi: ,,het gaat niet alleen om onze onafhankelijkheid, het gaat erom dat wij afscheid nemen van elkaar als vrienden.''

Vrienden
Oranje en Nederland moeten van elkaar afscheid nemen als vrienden. We delen tenslotte een lange geschiedenis met elkaar.
Oranje moet weg, maar het dient wel respectvol te gebeuren. Er is al hufterigheid genoeg in Nederland vandaag de dag.

Als het proces van grondwetswijziging nu wordt ingezet zou Willem Alexander, na zijn abdicatie als ‘burger’ W.A. van Amsberg (gecorrigeerd na reactie) aan de eerste presidentverkiezing kunnen meedoen en die zeer waarschijnlijk winnen.Dat betekent dat het ‘wederzijdse afkickproces’ het best gefaseerd gebeuren kan...Om te beginnen dient het koningschap ceremonieel te worden (eerste fase). Geen rol voor de koning in de kabinetsformatie (was de laatste keer inderdaad al niet meer zo...), geen voorzitterschap van de Raad van State, geen lid van de regering. En… belasting betalen als iedereen.
Al ‘werkenderwijs’, om die overbekende uitdrukking van Beatrixfan Ruud Lubbers eens te gebruiken, zal uit de ceremoniële fase, dan de ‘afschaffende’ fase geboren moeten worden.
Dat is dus een kwestie van tijd.
Ook al omdat de broodnodige grondwetswijziging moet worden voorbereid. En grondwetswijziging vergt nu eenmaal heel veel tijd en gedoe in Nederland, want onderweg door de Tweede en Eerste Kamer kan er met zo’n voorstel tot grondwetswijziging heel wat misgaan.
Zie de gang van zaken bij de ‘gekozen burgemeester’.
Dat ‘kroonjuweel’ is, gelukkig, onlangs door D66 weer eens via een wetsvoorstel in de Tweede Kamer ‘om de benoeming van de burgemeester uit de Grondwet te halen’, weer aan de orde gesteld.

 

Grondwetswijziging
Het beste zou dus zijn, als nu met het uit de Grondwet halen van de benoeming van de burgemeester en de Commissaris van de Koningin, gelijk die van ‘het staatshoofd’ mee zou worden genomen.
Als we dat proces van grondwetswijziging nu inzetten zouden we, zo schat ik, rond 2025 presidentsverkiezingen kunnen houden.
Een president, zo stel ik voor, wordt dan voor zes jaar gekozen. En mag zich nog voor een tweede termijn van zes jaar verkiesbaar stellen. Dan is het einde oefening.
Dat zou betekenen dat koning Willem Alexander na zijn abdicatie als ‘burger’ W.A. van Amsberg (gecorrigeerd na reactie) aan de eerste presidentverkiezing zal kunnen meedoen en ...die zeer waarschijnlijk zal winnen.
En zeer waarschijnlijk ook de tweede.
Dat betekent dat wij ...in 2037 op z’n vroegst van de Oranjes af zijn.

Laat, heel laat! Máár... dan is dat wèl op geniaal-humane wijze gebeurd!
 

 

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven