vrijdag 3 april 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

De moedige meidagen van 1940

7 mei 2009 (door de Redactie)

“wat zou ik graag eens in dat koppie willen roeren”

Er is jarenlang bijzonder laatdunkend gedaan over het verzet van de Nederlandse strijdkrachten tegen de Duitse inval op 10 mei 1940. Een uitspraak van een Nederlandse soldaat uit die dagen “toen werd het levensgevaarlijk en hebben we ons teruggetrokken,”is door velen als kenmerkend voor de Nederlandse tegenstand gezien.

Maar op 10 mei 1940 mislukte de Duitse verrassingsaanval op regeringscentrum Den Haag. Vervoerd door honderden transportvliegtuigen van het merk Junker moesten tien duizend Duitse soldaten, deels als parachutisten, deels als gewone soldaten, landen op de vliegvelden Waalhaven, Ockenburg, Ypenburg en Valkenburg. Hoewel een groot deel de kleine Nederlandse luchtmacht al op de grond was vernietigd waren een aantal toestellen verborgen op plekken waar de Duitsers geen weet van hadden. Ze maakten geen schijn van kans tegen de Duitse jagers maar vernietigden wel onder meer Junkers die op het strand waren geland. Een grote tegenvaller voor de Duitsers was ook de effectiviteit van het Nederlandse luchtafweergeschut. In totaal werden enkele honderden Junkers neergeschoten. Van geringe hoogte maar wel hoog genoeg om te zien dat de neerdwarrelende Duitse soldaten een zekere dood tegemoet gingen.


Na drie dagen hadden de Nederlanders de vliegvelden Ypenburg, Valkenburg en Ockenburg weer op de Duitsers heroverd. Alleen Waalhaven bleef in Duitse handen. Er waren ook enkele duizenden Duitse soldaten krijggevangen gemaakt waarvan het merendeel via Ijmuiden naar Engeland werd afgevoerd.

,s Morgens vroeg, op 14 mei 1940, constateerde de Nederlandse opperbevelhebber generaal Winkelman niet ontevreden dat de Duitse aanval in grote lijnen tot staan was gebracht. Op de Afsluiitdijk hield de Nederlandse stelling bij Kornwerderzand de Duitsers, mogelijk ten koste van honderden Duitse doden tegen. Het taaie verzet in Rotterdam was een tweede, mogelijk nog grotere tegenvaller. In het midden van het land wankelde de Grebbelinie, maar er werd teruggetrokken op de Hollandse waterlinie voor Utrecht.

Het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 veranderde die situatie. Maar dit was niet de directe aanleiding om te capituleren. Dat gebeurde pas later op die dag toen de Duitsers zich vastliepen bij enkele forten voor Utrecht. Er werd gedreigd nu Utrecht eenzelfde lot als Rotterdam te laten ondergaan. Zoals de meeste beroepsmilitairen was Winkelman geen begenadigd scribent en daarom verzocht hij de aan zijn staf verbonden hoofdredacteuren Wiardi Beckman (Het sociaal-democratische Volk)en Rooy (de liberale NRC) snel een antwoord op het Duitse ultimatum te formuleren.

In totaal sneuvelden ruim 2200 Nederlandse militairen van landmacht, luchtmacht en marine.
Â
De Duitsers hebben hun verliezen nooit bekend gemaakt. Schattingen komen evenwel uit op meer dan tien duizend doden en aanzienlijk meer gewonden.

In Rotterdam dreigde het nog bijna mis te gaan. Zoals uit het boek Rotterdam Mei’40 van Aad Wagenaar blijkt schoten vlak bij het hoofdkwartier van de Rotterdamse garnizoenscommandant aan de Statenweg Nederlandse troepen op de Duitse elitesoldaten van de Leibstandarte Adolf Hitler. Binnen bevonden zich hoge Duitse officieren om de overgave te bespreken.

De terugschietende Duitsers raakten hun eigen generaal Student, maar dachten dat de Nederlanders dat hadden gedaan. Ze dreigden iedereen te executeren. Een andere Duitse officier wist dat te voorkomen.

Student werd, bewusteloos ,hij was in zijn hoofd getroffen, afgevoerd naar het Bergwegziekenhuis.
Â
Chirurg Van Staveren, die vele tientallen gewonden van de strijd en het recente bombardement, moest behandelen, liet Student op zijn beurt wachten. Uiteindelijk lichtte hij de hersenpan van de generaal en verwijderde de kogel. Tegen een assistent zei hij:”Wat zou ik graag eens in dat koppie willen roeren.”
Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven

Vandaag&Morgen is een uitgave van Stichting Third Road. Steun onze verslaggeving op NL55 INGB 0009 2593 29 t.n.v. Stichting Third Road