woensdag 15 juli 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

De Kouachi’s en de strafbehoefte

10 januari 2015 (door de redactie)

De aanslag op de redactie van het satirisch blad Charlie Hebdo wordt planmatig uitgevoerd. Professioneel. Binnen dat kader bezien is het echter volkomen onbegrijpelijk dat een van de daders zijn ID-kaart in de vluchtauto achterlaat.

Dat maakt het immers de Franse politie nogal makkelijk om de daders te identificeren: de gebroeders Kouachi. Is er een verklaring vanuit de criminologie te geven voor deze ‘fout’?

Freud
Ja, maar dan komt men bij de freudiaanse criminologie terecht. Mag er hier en daar aan een Nederlandse universiteit nog een enkele ‘diehard’ marxistische criminologie doceren, de Freudiaanse criminologie is aan onze universiteiten inmiddels geheel uitgestorven.
Vreemd, als men bedenkt hoe groot Freuds invloed in de vorige eeuw is geweest. In het Westen stak Freud toentertijd Marx naar de kroon.
Maar Freud, ‘De kwakzalver uit Wenen’ is uit. Zo zit bv. zijn fameuze therapie, de ooit zo populaire psychoanalyse niet meer in het pakket van onze ziektekostenverzekeraars. Psychoanalyse wordt niet meer vergoed.
In het kielzog van de ondergang van Freud, blijkt ook de freudiaanse criminologie ter ziele gegaan.
Toch is dat de enige vorm van criminologie die een verklaring biedt voor bovenstaande fout van de Kouachi’s. Ik geef die verklaring hier voor wat ze waard is.

Geen fout
Door de ogen van de Freudiaan bezien, is het laten liggen van de ID-kaart namelijk geen stomme fout, maar een signaal uit het onderbewuste. Het onderbewuste Ik is het met het handelende Ik niet eens. Het keurt de daad af. In zijn onderbewuste wil de dader, dat hij wordt opgepakt en berecht. Aldus de door Alexander en Staub ontwikkelde ‘Theorie van de Strafbehoefte’.
Bovenstaande psychoanalytici verwonderden zich erover dat mensen afwijkend gedrag vertonen – vaak misdadig – waarvoor geen enkele redelijke grond aanwezig lijkt te zijn.
De man die, ofschoon gefortuneerd, toch de onweerstaanbare behoefte heeft om boeken uit tweedehandszaken te jatten. De politicus die zijn carrière ‘moedwillig’ kapot maakt door een ongelofelijke stommiteit. President Nixons opdracht tot inbraak in het Watergate-gebouw bijvoorbeeld.

Perfecte moord
Befaamd was in de jaren dertig het geval van de twee Harvard-studenten. Rijkeluis-zoontjes die zichzelf briljant achtten en zich verveelden. Ze besluiten de perfecte moord uit te voeren. Ze brengen een willekeurig iemand om. Alleen… een van de moordenaars laat zijn zonnebril bij het lijk achter. Dat is geen gewone zonnebril, maar een duur exemplaar. De politie van Chicago gaat er mee langs alle opticiens van Chicago en bingo! Een van de opticiens weet aan wie hij die bril heeft geleverd. De twee jongelui mogen dan ook enige tijd later de elektrische stoel bestijgen.

(De doodstraf werd in de VS in de jaren dertig veelvuldiger opgelegd dan nu).
Of beide daders tijdens de voltrekking van het vonnis hun zonnebrillen op mogen hebben is mij onbekend.

Drol
Laatst was het weer eens zover in Het Gooi - het is een casus, die anekdotisch aandoet, maar niettemin vaak voorkomt. Een inbreker breekt in een dure villa in en… laat een drol achter op het salontapijt.
Maar uit fecaliën kan het forensisch laboratorium gemakkelijk het DNA- profiel van een dader destilleren. De Kakman is dan ook opgespoord.
Het meest schrijnende geval van een Strafbehoefte is de zaak ‘Claude Eatherley’.
Luchtmacht majoor Eatherley is de man die op 6 Augustus 1945, als gezagvoerder van het vliegtuig de Enola Gay, het sein moet geven de atoombom aan boord (Fat Boy) te droppen boven Hiroshima. Het dramatisch gevolg is bekend.

Held
Maar thuis in de VS wordt majoor Claude Eatherley als een held binnen gehaald. Hij krijgt de een na de andere hoge onderscheiding. Hij verschijnt op de omslag van Time-magazine als Man van het Jaar. Hij raakt van kust tot kust bekend door radio en tv, etc..
Midden jaren vijftig moet hij echter voor de rechter verschijnen omdat hij met bankcheques blijkt te hebben geknoeid. Hij wordt tot een celstraf veroordeeld, maar omwille van zijn excellente oorlogsverleden, vroegtijdig vrij gelaten.

 

 

Hierop overvalt Eatherley op klunzige wijze een benzinestation. Hij wordt opgepakt, veroordeeld en weer vrijgelaten. Maar het houdt niet op. De Nationale held van de VS overvalt vervolgens, een bank, een postkantoor, etc. Men weet niet meer, wat men met de man aan moet.
Het predicaat ‘ontoerekeningsvatbaar’ dan maar. Men stopt hem in een inrichting.
Daar probeert men heel het arsenaal van de jaren vijftig–therapieën op hem uit. Insuline-shocktherapie, elektroshocktherapie, etc. Niets helpt.

Gunter Anders
Inmiddels is het 1959. Het geval Eatherley trekt de aandacht van de media. Een van die publicaties komt de Oostenrijkse filosoof Günther Anders onder ogen. Deze begrijpt wat er gaande is. Hij schrijft Eatherley een brief. Het begin van een correspondentie die twee jaar later onder de titel Burning Conscience (Brandend Geweten) in boekvorm zal worden uitgegeven.
Günther Anders schrijft aan Eatherley het volgende: ‘U is iets overkomen, waarvan alle mensen op deze wereld vurig moeten hopen, dat het hen nooit overkomen zal’.
Want, aldus Anders, Eatherley is een van de weinigen onder ons mensen met een geweten zo groot, dat hij beseft dat een mens ‘schuldloos’ schuldig kan zijn…
Gunther Anders slaagt, waar de psychiaters falen. Hij weet Eatherley te doen inzien dat diens ‘strafbare feiten’ in feite pogingen waren voor wat hij, Eatherley, als de (bodemloze) strafbehoefte voor zijn daad ervoer.

De Kouachi’s zijn inmiddels omgekomen. Hun gijzelaar(s) lieten zij ongemoeid. Vreemd.
Ze kwamen schietend naar buiten onder het roepen dat zij dit alles deden voor de Profeet…

Het ligt anders.
Executie door politiekogels voldeed aan hun strafbehoefte.

 

 

 

 

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven