zondag 5 juli 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

De ‘Italofiel’ voor u geduid (deel 2)

22 juli 2014 (door de Redactie)

(Vervolg van vorige week)

Italië was op dat moment intern ontredderd. Er zwierven bendes rond van oorlogsveteranen, de Arditi. Jonge mannen zonder werk, dank zij de oorlog maar al te gewend om geweld te gebruiken.


Met een groep van deze Arditi begaf d’Annunzio zich naar de havenstad Fiume (Rijeka) aan de Kroatische kust, een stad met een in meerderheid Italiaanse bevolking. En veroverde de stad zonder een schot te lossen. De troepen die hem hadden moeten tegen houden, liepen over. Vijf jaar later herhaalde Mussolini, die altijd goed naar d’Annunzio’s doen en laten gekeken heeft, dit bravourestuk met zijn Mars naar Rome. Gabriele d’Annunzio stichtte er de Vrijstaat Carnaro met hemzelf aan het hoofd.

Na de oorlog zwierven bendes rond van oorlogsveteranen, de Arditi. Jonge mannen zonder werk, dankzij de oorlog maar al te gewend om geweld te gebruiken.

Als grondwet kreeg de nieuwe staat… een gedicht. Voor de sociaal-economische paragraaf daarin tekende anarcho-syndicalist Alceste De Ambris. Hij voerde het corporatisme in. Ondernemers en arbeiders zitten samen verplicht in een corporatie en lossen gezamenlijk hun problemen op.
De PBO, de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, was de naoorlogse variant daarvan in Nederland. Waarvan het huidige poldermodel van overleg, recent nog uitlopend in een Sociaal Akkoord, op zijn beurt weer een late nabloei is.

Corporatie tien
De Grondwet van Carnaro kende negen van zulke corporaties. Maar… er was ook nog een tiende: de Corporatie van de Superieure Mens (Nietzsche!). Die corporatie had dus maar één lid, ‘duce’ d’Annunzio.
Zeer belangrijk was daarnaast het College van Aediles, dat zorg dragen moest voor de kunst en cultuur. ‘Creativiteit was burgerplicht’.
Ik citeer hier twee artikelen uit deze eerste en voorlopig enige poëtische grondwet ter wereld:
LXIII Een collegium van mannen en vrouwen van zuivere smaak, grote ervaring en beschaving, wordt gekozen. Het zorgt voor de verfraaiing van het dagelijkse leven.
Het organiseert de feesten van de burgers te land en ter zee met beheerste elegantie, diegenen onder onze voorouders gedachtig, voor wie een zoet licht, een paar lichte guirlandes, de kunst van de beweging, de groepering van mensen voldoende waren om wonderen van vreugde te scheppen.
Het tracht het volk de liefde voor de mooie lijn en de mooie kleur ten opzichte van de dingen van het dagelijkse leven weer bij te brengen; het tracht te tonen, hoeveel de Ouden uit een eenvoudig geometrisch motief; uit een ster een bloem, een hart, een slang, een duif wisten te maken…
LXIV In het regentschap van Carnaro is de muziek een religieus en sociaal instituut… gelijk het kraaien van de haan het ochtendrood tevoorschijn roept, zo roept de muziek op tot de geestelijke vrijheid van de mens.

Hoge dunk
Duce d’Annunzio had van zijn vrijstaat een veel te hoge dunk. Bijna zo hoog als van zichzelf. Het ministaatje Carnaro moest niet meer en niet minder dan een ‘gidsstaat’ (Duce = Gids) voor de hele wereld worden. Hij presteerde het zijn poëtisch-politieke schepping te vergelijken met, in volgorde, het Athene van Pericles, het Rome van Augustus, het Florence van de Medici en het Weimar van Goethe.

Ook Mussolini bezocht Fiume waar hij zijn ogen goed de kost gegeven heeft.

Lees en huiver over wat de Engelse dichter Osbert Sitwell, die in Fiume tijdens de hoogtijdagen van d’Annunzio’s bewind aanwezig was, schrijft over de ‘vrijstaat’ Carnaro.
Allereerst, dat die vrijstaat wel heel letterlijk een ‘vrij’staat was… één grote vrijpartij.
De homoseksuelen onder de Arditi omarmden elkaar openlijk in de parken. De hetero’s deden niet voor hen onder. Ongebreideld was hun paringsdrift.
Fervent cocaïnegebruik was niet vreemd aan deze continue orgie.
De gevolgen konden niet uitblijven. Er moest een speciaal hospitaal voor geslachtsziekten worden ingericht.
Fiume was een groot, wellustig ‘Carneval’. Het ene spektakel na het andere; de ene parade na de andere. Alle dagen feest. Iedere dag hield d’Annunzio een gloedvolle speech vanaf het balkon van het stadhuis. Zijn legionairs begroeten hem dan met de oud-Romeinse groet met de gestrekte arm. Later zou Mussolini die groet voor zijn fascistische beweging overnemen.

Creatieven
Zo vrij als Fiume was voor de Italianen, zo onvrij was het voor de Kroatische minderheid, waartegen d’Annunzio’s legionairs soms meedogenloos optraden.
Magisch Centrum Fiume trok uit heel Europa jongeren aan. Als Amsterdam en Californië in de Jaren Zestig. Jongeren en… ‘creatieven’. Alleen al uit Italië, om eens een paar namen te noemen: de futurist Marinetti, ook al zo’n aanbidder van geweld (‘la guerre est la seule hygiëne du monde’), de jonge dirigent Arturo Toscanini, de uitvinder Marconi en… Mussolini die, zoals al gezegd, in Fiume zijn ogen goed de kost gegeven heeft.
Men was er hippie én Hells Angel tegelijk! De soldaten gingen er in de wonderlijkste uniformen van eigen makelij gekleed.
‘Some had beards or had shaved their heads completely, like their leader’, schrijft Osbert Sitwell: ‘Other had cultivated huge tuffs of hair, half a foot long, waving out of their foreheads and wore, balanced on the very back of the skull, a black fez.’
Het kon niet uitblijven. Vrolijk, vitaal rechts degenereerde binnen de kortste keren tot decadent rechts.
Men kan nu eenmaal geen samenleving in stand houden op een recept van ‘seks, drugs and rock-n-roll’.

De overeenkomsten tussen d’Annunzio (l.) en Fortuyn zijn opvallend. ‘De gepolijste kale kop’, il testa di ferro - óók al door Mussolini geplagieerd - waarom Gabriele d’Annunzio door zijn volgelingen ‘de Goddelijke Kale’ werd genoemd. En het operette-achtige militarisme van Duce d’Annunzio en het dito salueren, ‘At your service!’, van Pim Fortuyn.

Overeenkomsten
De overeenkomsten tussen d’Annunzio en Fortuyn zijn opvallend. ‘De gepolijste kale kop’, il testa di ferro - óók al door Mussolini geplagieerd - waarom Gabriele d’Annunzio door zijn volgelingen ‘de Goddelijke Kale’ werd genoemd. Een koosnaam, waarmee wijlen Theo van Gogh Pim Fortuyn placht aan te spreken.
Het narcisme. De media-gerichtheid. De theatraliteit. Het charisma. De verafgoding door de volgelingen.
Het achteloos maken van schulden. De ongebreidelde promiscuïteit. Het dandyisme.
Het operette-achtig militarisme van Duce d’Annunzio en het dito salueren ‘At your service!’ van Pim Fortuyn.
d’Annunzio hield er 3o (!) Afghaanse windhonden op na, het equivalent van Pim’s rashondjes, de Cavalier King Charles Spaniels, Kenneth en Carla.
Ook vergelijkbaar zijn het bombastische ‘Vittoriale degli Italiani’, d’Annunzio’s verblijfplaats bij Gardone op het eind van zijn leven, paleis én mausoleum… en Pim’s ‘Palazzo di Pietro’ aan het G.W. Burgerplein en het ‘praalgraf’ in Provenzano.

Italianisering
Zoveel is zeker, met Fortuyn is de Italianisering van de Nederlands politiek begonnen.
En zijn voornaamste geestelijke erfgenaam blijkt thans de Limburgse dandy Geert Wilders te zijn.
Na het Kale, het Geblondeerde hoofd. Niet zo verwonderlijk, heet Limburg niet vanouds ‘het Italië van Nederland’?
Wilders beoefende zelfs recent een spreektactiek van d’Annunzio, die Fortuyn ongebruikt liet, het ‘litanesk’ scanderen.

d’Annunzio vanaf zijn balkon in Fiume:
Aan wie de victorie?
Aan ons!
Aan wie de victorie?
Aan de helden!

Wilders in een café in Den Haag:
Willen jullie meer of minder Europa?
Minder!
Willen jullie meer of minder Marokkanen?
Minder!

Evviva l’Italia!

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven

Vandaag&Morgen is een uitgave van Stichting Third Road. Steun onze verslaggeving op NL55 INGB 0009 2593 29 t.n.v. Stichting Third Road