zaterdag 4 december 2021

webMagazine over stad, cultuur
en wereld

De Haas m'n eerste Rotterdammer (3)

2 februari 2015 (Manuel Kneepkens)

Harrie Geelen succesvol vervangen konden Pé en ik echter niet. Het jaar na ons aantreden duikelde Binden & Bouwen in de landelijke schoolbladencompetitie van de eerste naar de vierde plaats. Wel werd het jaar daarop mijn verhaal ‘De dwazen, de zee’ bekroond met de Tien voor Tieners-prijs. Die bestond uit een boekenbon van vijftig gulden(!) en, hoe toepasselijk … een lunch aan zee met de jury in een Hongaars restaurant, helemaal in het verre Scheveningen.

Prompt besloot ik dichter te worden. En aan ‘de universiteit aan zee’ te gaan studeren. Leiden dus. Niet Nijmegen waar ik als lid van een vroom katholiek gezin eigenlijk naar toe had behoren te gaan.
 

Over de kunstenaar die de muurschildering 'Icarus' zou gaan maken was al gauw overeen- stemming. Dat diende Aad de Haas te zijn.Toevloed leerlingen
Het Bernardinuscollege kreeg eind jaren vijftig zo’n grote toevloed van leerlingen - de huidige babyboomgeneratie – te verwerken, dat men besloot om een nieuw gebouw naast het oude te zetten. Daarin zou dan het Gymnasium in z’n geheel worden gevestigd. De hbs, verreweg de grootste afdeling van het Bernardinus en de Middelbare Handelsschool zouden vervolgens naar hartenlust kunnen uitbreiden in het hoofdgebouw.
Aldus geschiedde. Ook werd er een comité gevormd met als doel zorg te dragen dat er een fraaie muurschildering zou komen in het trappenhuis van het nieuwe gymnasium.
Dat comité bestond uit Pater Rector de twee leraren klassieken en de twee tekenleraren. Er moesten ook per se twee leerlingen in. Pé Hawinkels en ik dus. De culturele hoop des vaderlands. Wie anders?

Vergaderen
Daar ging onze vrije woensdagmiddag. Dat werd vergaderen met het trappenhuiscomité.
Gelukkig viel er al gauw een besluit. Dat hadden de leraren uiteraard al voorgekookt. Zo ging dat in de jaren vijftig. Omdat het hier specifiek een gymnasium betrof diende volgens hen het thema van de muurschildering een voorval uit de klassieke mythologie te zijn.
De vondst was: de val van Icarus.
Ja, van een trap kan je hard vallen.
En als er iemand in de klassieke mythologie hard naar beneden was gevallen dan was
dat wel Icarus die in zijn brooddronken hoogmoed te zeer in de richting van de zon was gevlogen. Daardoor was de was gesmolten waarmee Icarus’ vleugels - design Daedalus – hun vorm hadden gekregen.
En hup daar stortte die arme Icarus van grote hoogte in zee. En dat was het einde van Icarus!

Overeenstemming
Ook over de kunstenaar, die de muurschildering zou gaan maken was al gauw overeen- stemming. Dat diende Aad de Haas te zijn. Die had een paar jaar daarvoor, ludiek avant la lettre, in de hal van het hoofdgebouw een fraaie ‘Spijbelaar’ op de muur geschilderd.

 

Aad de Haas had een paar jaar daarvoor in de hal van het hoofdgebouw een fraaie ‘Spijbelaar’ op de muur geschilderd. Foto's: Leo GerardsEen carnavaleske mandolinespeler in haast psychedelische kleuren, die met zijn tenen verpoosde in een al even psychedelisch voortkabbelend beekje. Een opvallende wufte noot in het verder zo sobere hoofdgebouw.
,,Jongens,’’ zeiden de leraren tot ons, ,,Als jullie nou eens Aad de Haas het goede nieuws van zijn uitverkiezing gaan brengen!’’Dus wij waren zo goed niet of de volgende vrije woensdagmiddag fietsten wij naar Strijthagen.
Aad de Haas was in 1940 Rotterdam ontvlucht. In die tijd schilderde hij allerlei ‘scharminkelige’ figuren en de Bezetter dacht dat hij weet had van de concentratiekampen - het bestaan daarvan was toen nog niet algemeen bekend in Nederland- en dat hij een soort van protestkunst daartegen produceerde. Dat was niet zo. Het was stom toeval. Ze sloten hem in op het politiebureau Haagse Veer.

Contacten
Hannema toen directeur van het Boymans, die zulke goede contacten had met de Duitsers dat hij na de oorlog voor collaboratie is opgepakt, wist hem zowaar vrij te krijgen.
Hij vestigde zich vervolgens met zijn gezin in Ingber, een vlekje in de bushbush van Limburg. Naderhand mocht hij zoals al vermeld van de staatsmijnen wonen op kasteel Strijthagen.
Dat ‘op een kasteel’ wonen was een soort van mecenaat van die in Limburg alom tegenwoordige staatsmijnen. Zo mocht de kunstenaar van Amerikaans-Japanse origine Shinkichi Tajiri op kasteel Baarlo wonen. Het beeld ‘de Knoop’ op de Coolsingel is van hem.

(Wordt vervolgd)

 

 

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!