woensdag 19 januari 2022

webMagazine over stad, cultuur
en wereld

1926. Derde van liDerde van links_Jan Tinbergen, derde van rechts Paul Ehrenfest, geheel rechts Enrico Fermi. Foto Leiden Universiteit cco

Jan Tinbergen, wereldverbeteraar pur sang

24 december 2021 (Han van der Horst)

Jan Tinbergen behoort zonder meer tot de Rotterdammers van betekenis. Iedereen vanaf een jaar of veertig herinnert zich zijn ascetische gestalte en hoe hij onvermoeibaar opkwam voor ontwikkelingslanden en het leefmilieu. Hij was een wereldverbeteraar pur sang. Toch behoorde Tinbergen tot het establishment. Hij ging om met de groten der aarde. Als eerste laureaat van de Nobelprijs voor de Economie werd hij in alle kringen serieus genomen. Tot op hoge leeftijd kwam hij overal lezingen houden en presentaties geven. Je moest hem dan van huis op komen halen en hem in het openbaar vervoer begeleiden. Vervoer per auto wees Tinbergen principieel af. Vanaf het moment dat hij mantelzorger werd voor zijn vrouw, weigerde hij alle uitnodigingen. Zijn prioriteiten lagen nu elders.

Over deze bijzondere man is dit jaar een een uitgebreide biografie verschenen. De auteur is dr. Erwin Dekker , die tot voor kort geschiedenis van het economisch denken doceerde aan de Erasmus Universiteit. Tegenwoordig is hij verbonden aan het Mercatus Center van George Mason University in de Amerikaanse staat Virginia.

Jan Tinbergen geportretteerd, maar niet door een bewonderaar

Deze loopbaanstap doet vermoeden dat Dekker om het zachtjes te zeggen geen volgeling is van Tinbergen. Het Mercatus Center omarmt zonder reserves de markteconomie. Men laat zich inspireren door een groep Weense economen die tijdens het interbellum opkwam tegen overheidsregulering van de economie. Een groot held is er de beroemde Friedrich Hayek, die sleutelen aan de vrije markt ongeveer gelijk stelde met slavernij. Dekker heeft zich diepgaand met deze economen bezig gehouden. 

Dat is aan Jan Tinbergen, Een Econoom op zoek naar vrede te merken. De auteur ruikt onraad en dat is geen wonder. Tinbergen zette zijn wetenschappelijke kennis in om de wereld te veranderen. Hij probeerde zijn leven lang politici er toe te brengen heel specifieke ingrepen te doen om het vrije spel der maatschappelijke krachten zó te reguleren dat alle burgers een menswaardig bestaan konden leiden. Het was hem niet genoeg dat de staat optrad als marktmeester die voor gelijke speelvelden zorgde. Om die reden bewoog Tinbergen zich het liefst op het grensvlak van bestuur en wetenschap. Hij gaf in Nederland eerst leiding aan het Centraal Bureau voor de Statistiek en richtte na de bevrijding het Centraal Plan Bureau op. Hij speelde daarnaast een wezenlijke rol bij het Nederlands Economisch Instituut (NEI), een adviesbureau dat nauw verweven was met de Nederlandse Economische Hogeschool en later met de Erasmus Universiteit. Zijn loopbaan kent slechts één uitstap naar het buitenland. Tinbergen werkte aan het eind van de jaren dertig een tijd voor de Volkenbond in Genève. In het laatste deel van zijn loopbaan reisde hij regelmatig naar ontwikkelingslanden maar hij heeft daar nooit een functie aanvaard.

Tinbergen geldt samen met de Noor Ragmar Frisch als de vader van de econometrie. Ze moesten die Nobelprijs dan ook samen delen.

De titel van Tinbergens laatste leerstoel in Rotterdam spreekt boekdelen: Ontwikkelingsprogrammering. In 1966 werd daaraan toegevoegd: de economie van centraal geleide stelsels.

Dekker heeft ervoor gekozen een intellectuele biografie te schrijven. Het persoonlijk leven van Tinbergen komt maar zeer beperkt aan de orde. Nu oogt dat weinig kleurrijk. Van hem zijn geen anekdotes bekend zoals als van Joseph Schumpeter, een van die Weense economen. Toen hij door zijn superieuren – deftige bankdirecteuren – gemaand werd zijn levensstijl wat in te tomen, reed hij midden op de dag in een huurrijtuig de Kärtnerstrasse op en neer met op elke knie een prostituée. Mind you, dit gebeurde in 1925, toen Wenen was afgezakt tot de afgebladderde hoofdstad van de rompstaat Oostenrijk, die zich moest onderwerpen aan een rigoureus saneringsbeleid, opgelegd door de Volkenbond en uitgevoerd door Rotterdams ex-burgemeester Zimmermann en diens secondant Rost van Tonningen. 

Von Coudenhove Kalergi Foto Bildarchiv Austria cco

Jan Tinbergen was geen Rotterdammer maar Hagenaar van geboorte. Hij is die woonplaats altijd trouw gebleven. Daar groeide hij op in een vrijzinnig democratisch gezin. Dat wil zeggen: veel cultuur, grote belangstelling voor het sociale vraagstuk, een open oog voor maatschappelijke hervormingen zonder dat men zich onderwierp aan de dogmatiek van de toenmalige sociaaldemocratie. Zijn vader Dirk Cornelis Tinbergen zat in het middelbaar onderwijs en genoot in den lande bekendheid om zijn bloemlezing uit de Nederlandse literatuur die hij samen met zijn collega De Vooys had samengesteld. Ook moeder zat in het onderwijs, wat in die tijd voor getrouwde vrouwen best bijzonder was. Dekker constateert dat het echtpaar Tinbergen geinspireerd was door Richard Coudenhove Kalergi, een vroege propagandist van het Europese federalisme. Dit was een idealistische en intens keurige heer, deels van Japanse afstamming. Niettemin wordt hij vaak als wortel van het kwaad aangeduid door hedendaagse complotdenkers van het Baudet-type. De Tinbergens raakten ook in de ban van de Indiase goeroe Krishnamurti, die streefde naar een totale vrijheid in het zoeken naar de waarheid.

In dat milieu groeide Jan Tinbergen met zijn jongere broers Luuk, Dik,Niko en zijn zus Mien op. Ze zijn allemaal op hun eigen manier door de lessen van hun ouders beïnvloed. Jan ontwikkelde zich tot een zeer exact denker die met gebruikmaking van de ratio en de wetenschap de wereld niet alleen wilde begrijpen maar verbeteren. Daarom verruilde hij het progressieve gevoelsliberalisme van zijn ouders voor de veel strakkere sociaaldemocratie van zijn tijd. Hij trok bovendien consequenties uit dit alles voor zijn persoonlijke levensstijl. Hij rookte niet, hij dronk niet en was over het algemeen sober met eten. Als principieel pacifist weigerde hij dienst. Die radicalisering had deels te maken met verontwaardiging over de armoede in Leiden, waar hij aan de universiteit was gaan studeren. Tinbergen trok de achterbuurten in om gegevens te verzamelen en schreef daarover een reeks artikelen in Het Volk, de krant van de Sociaaldemocratische Arbeiders Partij.

De familie Tinbergen bij huisje 't Witte zand' bij Hulshorst op de Veluwe in 1926. Jan 2e van rechts, zijn broer en eveneens nobelprijswinnaar Nico staat bij de paal . Luuk ligt vooraan  Bld. NJN 

Niko en Luuk sloten zich in tegenstelling tot Jan aan bij de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN), een club met vaag anarchistische inslag die zich onderscheidde door een grote vrijmoedigheid, zeker voor het interbellum. Kwade tongen beweerden dat de leden op gemengde kampen meer hun eigen natuur in ogenschouw namen dan die om hen heen, maar dat was kwaadsprekerij. Niko en Luuk ontwikkelden wel een grote liefde voor de natuur, waarin zij trouwens een aartje naar hun vaartje hadden. Ze werden allebei hoogleraar. Niko was de tweede Tinbergen die een Nobelprijs kreeg.

Jan Tinbergen ging natuurkunde studeren bij Paul Ehrenfest in Leiden. Deze Oostenrijkse geleerde was een bijzonder inspirerend man, die samen met zijn Russische vrouw Tatiana Afanassjewa – zelf een wiskundige van formaat – voor zijn studenten open huis hield. Hij meende dat onderlinge gesprekken tussen mensen met dezelfde passie kennis en inzicht op een hoger plan brachten. Ehrenfest moedigde Tinbergen aan toen hij steeds meer zin kreeg de methodologie van rigoureus meten en wiskunde als hulpwetenschap toe te passen op de economie. Dat deed Tinbergen omdat hij meende zo maatschappelijk relevanter te kunnen zijn.

Met Ehrenfest liep het tragisch af. Hij werd zijn leven lang geplaagd door depressies. Op den duur vond hij dat hij wetenschappelijk vast gelopen was en niet waard aan de universiteit de opvolger te zijn van de Nobelprijswinnaar Lorenz. De opkomst van Hitler droeg tot zijn sombere gevoelens bij. Toen hij bij professor Waterink – vader van de Nederlandse kinderpsychologie – in de wachtkamer zat vanwege de problemen van zijn vijftienjarige zoon Vassili, schoot hij eerst de jongen en daarna zichzelf dood . Hij vreesde dat Vassili zonder zijn vader de zware tijden die komen gingen, niet zou overleven. 

 Albert Einstein in de jaren '20 op bezoek bij Ehrenfest en diens zoontje Foto Ehrenfest's 

Deze tragedie moet voor Tinbergen een grote klap zijn geweest. Net als veel later de zelfmoord van zijn broer Luuk, inmiddels een zeer gewaardeerd ornitholoog en hoogleraar in Groningen. Dekker gaat daaraan voorbij omdat hij nu eenmaal besloten had een intellectuele biografie te schrijven. Ook komen wij weinig te weten over Jans echtgenote Tine, met wie hij in 1929 trouwde. Ze hadden dezelfde visie op het leven. Hij kende haar uit Leiden waar ze rechten had gestudeerd.

The rest is history. Als wiskundig zeer onderlegde dienstweigeraar kwam Tinbergen bij de afdeling Conjunctuuronderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek terecht. Daar viel zijn voor die tijd originele maar vruchtbare aanpak zo op, dat ze hem er graag hielden. Theo Limperg, sociaaldemocraat, hoogleraar aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam, grondlegger van de moderne accountancy in Nederland en leermeester van Joop den Uijl, bezorgde hem een bijbaan als docent. Jan Tinbergen kon bovendien buitengewoon hoogleraar worden aan de Nederlandsche Handels Hogeschool, ver voorloper van de Erasmus Universiteit. Zo kwam de connectie met Rotterdam tot stand.

Dankzij zijn positie bij het CBS en zijn vele wetenschappelijke artikelen kreeg Tinbergen toegang tot een netwerk van economen die meer wilden met hun vak dan het dienen van de vrije markt. Zo ontmoette hij de Noor Ragmar Frisch in wie hij een geestverwant herkende. Samen brachten zij de econometrie tot ontwikkeling. Daarbij was het bij Tinbergen altijd de bedoeling m de zo ontwikkelde inzichten toe te passen in de politiek, meer in concreto om het lot te verbeteren van het soort mensen dat hij in Leiden voor zijn artikelenreeks had leren kennen. Vandaar ook dat hij met ir. Hein Vos de vader was van het Plan van de Arbeid, dat door de SDAP en het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) werd gepropageerd om Nederland uit de crisis van de jaren dertig te helpen. De kern bestond uit grote overheidsinvesteringen in de infrastructuur om zo bedrijvigheid aan te jagen en werk te scheppen. Het financieringstekort van de overheid mocht daarvoor stijgen al was Tinbergen – met de fameuze John Maynard Keynes – altijd de eerste om te waarschuwen dat dit met voorzichtigheid moest geschieden.

Keynes in 1933 Fotograaf onbekend cco

Dekker ontleedt de Werdegang van Tinbergen in de jaren dertig en veertig met precisie. Daarbij stelt hij steeds weer vast dat Tinbergen politieke invloed wilde uitoefenen. En ook dat het karakter van de door hem en zijn bureau aangesproken autoriteiten er voor hem weinig toe deed. Tinbergen bleef tot de herfst van 1944 bij het CBS werken ook nadat dit feitelijk in dienst was gesteld van de statistische behoeften in Berlijn. Hij bleef zelfs in Duitse tijdschriften publiceren en dook pas onder toen duidelijk werd dat hij in de chaotische eindfase van de bezetting niet langer immuun was voor oproepen van de arbeidsinzet.

Ook in het tweede deel van zijn loopbaan gaf Tinbergen soms economisch advies aan regeringen die qua democratisch gehalte te wensen overlieten, bijvoorbeeld het Turkse regime in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Hij moest daarbij regelmatig vaststellen dat zijn goede raad slechts gedeeltelijk werd opgevolgd of zelfs in de wind geslagen.

In 1945 werd Tinbergen benoemd tot directeur van het Centraal Plan Bureau, dat bedoeld was om richting te geven aan de economische ontwikkeling van Nederland en wel op basis van wiskundige modellen uit de econometrie. Tinbergen werd daarin ondersteund door minister Hein Vos, , die – zoals we zegen – ook al een grote rol had gespeeld bij het Plan van de Arbeid. Vos kwam echter al snel op een zijspoor terecht. Vervolgens zorgde de voorzichtige Willem Drees er voor dat de rol van het CPB beperkt bleef tot die van adviseur. Nog steeds oefent het grote invloed uit op de politiek, bijvoorbeeld door programma´s van politieke partijen ¨door te rekenen¨ op financiële soliditeit. Ook spelen de toekomstvoorspellingen van het CVB een grote rol bij beleidsvoorbereidingen.

In 1955 nam Tinbergen afscheid van het CVB om gewoon hoogleraar te worden in Rotterdam. Daar werd hij tevens directeur van het Nederlands Economisch Instituut. Zijn voornaamste werkterrein was voortaan onderontwikkeling en de grote ongelijkheid tussen rijke en arme landen in de wereld. Zijn leerstoel behelsde een nieuw vak: ontwikkelingsprogrammering. Zijn publicaties en adviezen hadden altijd te maken met een aangestuurde economie die ervoor moest zorgen dat de energie van de hele samenleving werd losgemaakt en niet alleen die van een bevoorrechte bovenklasse. Ook dat maakt Dekker en detail zichtbaar. Impliciet laat hij daarbij zijn twijfel merken over de wenselijkheid van deze benadering. Hij vraagt zich af of Tinbergen niet aan de verwezenlijking van zijn adviezen onder omstandigheden de democratische besluitvorming wilde opofferen. Ook laat hij merken dat al die sturing volgens hem niet zegenrijk hoeft te zijn. Uiteindelijk komt hij tot de conclusie dat de pacifist Tinbergen vrede zocht. Dat was zijn voornaamste drijfveer.

1974 V.l.n.r J. Tinbergen N.Tinbergen, S.Mansholt, mr.Kranenburg, burgemeester Samkalden Foto Anefo/Nat Archief 

Wij blijven erover in het ongewisse in hoeverre de persoonlijke drama´s in het leven van Tinbergen invloed hadden op zijn intellectuele ontwikkeling. Evenmin vernemen we iets over de sfeer thuis met Tine en de vier dochters. Duidelijk is dat Jan Tinbergen net als zijn broers vatbaar was voor droefgeestige stemmingen. Hoe hij die te boven kwam en wat ze betekenden voor zijn manier van werken, over deze zaken leren wij niets in het boek van Dekker. Dat heeft te maken met zijn besluit om de geleerde Tinbergen centraal te stellen met voorbijgaan aan de mens.

Duidelijk is wél dat Dekker weinig affiniteit heeft met of gevoel voor de denkwereld van Jan Tinbergen. Hij schetst die maar zich inleven kan hij niet. Zulk een inleven hoeft een kritische benadering niet in de weg te staan. Kijk bijvoorbeeld naar de beroemde Hitler biografie van Joachim Fest. Zo echter zit Dekker niet elkaar. Hij is daartoe niet bij machte. Daarom heeft hij volgens mij ook niet helemaal door dat in de leefwereld van Tinbergen en zijn geestverwanten vrede en (sociale) gerechtigheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Gerechtigheid is niet instrumenteel. Dat is een aspect van een tweeëenheid, de ene kant van één en dezelfde medaille.

Toch heeft juist deze benadering zijn verdienste. Tinbergens opvattingen en leven lenen zich uitstekend voor een hagiografie. Die is ons bespaard gebleven. Het is jammer dat Dekker het niet aangedurfd heeft de persoon van Tinbergen te schetsen. Hij blijft tenslotte een markante figuur die wetenschappelijke rigueur met passie wist te combineren tot een unieke blend. Juist dankzij zijn nadruk op het cijfermatige en de natuurkundige wijze van observeren en analyse heeft hij de economie tot een vruchtbare wetenschap gemaakt, dit in tegenstelling tot een Mises of een Hayek die met hun dogmatische aanpak uiteindelijk niet verder komen dan een zielloos beschrijven van wat volgens bepaalde aannames wel zo moet zijn en waaraan iedereen die eraan wil morrelen dat tot zijn schade doet.

Erwin Dekker, Jan Tinbergen, Een Econoom op zoek naar Vrede. Amsterdam 2021. Boom. ISBN 9789024433197

Foto HvdH 

Zie ook:

Deel dit bericht met je vrienden!