zondag 28 februari 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

CDA: 'Koninkrijkjes bestaan niet meer'

28 december 2012 (de redactie)
  • Op uitnodiging van de redactie van Rotterdam Vandaag & Morgen kunnen alle fractievoorzitters van Rotterdam hier hun mening geven over het raadsbesluit om toch weer een vorm van 'gebiedsbesturen' in te stellen. Natuurlijk mag men ook commentaar leveren op de eerder geplaatste opinie over dit onderwerp van onze medewerker Hans Roodenburg.
     
  • Als eerste steekt Wubbo Tempel van de fractie van het CDA van wal.

* * *

,,In de discussie over de toekomst van het deelgemeentebestel kiest het CDA Rotterdam voor een systeem van gebiedsbestuur zo dicht mogelijk bij de burgers. Het CDA is verheugd dat een meerderheid van de Rotterdamse raad (PvdA, VVD, Groenlinks en CDA) zich hiervoor op 20 december heeft uitgesproken.
Gespreide verantwoordelijkheid is één van de vier uitgangspunten van het CDA. Dus kiest het CDA voor bevoegdheden, verantwoordelijkheden én verantwoording afleggen op het laagste niveau. Gebiedsbestuur in Rotterdam is de beste manier om verantwoordelijkheid dicht bij inwoners te organiseren.

Participatie
Ook belangrijk is participatie. Elementen uit het alternatieve model dat voorlag, het participatiemodel per wijk, kunnen aan de te kiezen gebiedsbestuurder worden gesuggereerd. Maar de gebiedsbesturen moeten zelf een taak, een ambtelijke ondersteuning en een budget krijgen. Alleen zo kunnen die besturen een relevante rol spelen. Met amendementen is in de raad van 20 december de besluitvorming die kant op geduwd. Dit betekent per wijk een zeker vorm van topdown besturen.
Alleen maar inspreken kan niet, want dan komt de topdown verantwoordelijkheid geheel bij de gemeenteraad te liggen. Het CDA wil deze decentrale besturen politiek inrichten. Hierover is veel gesmaald: er zijn geen christen-democratische lantaarnpalen of liberale stoeptegels.
Nee, die zijn er inderdaad niet. Maar er zijn wel christen-democratische, en andere, partijen die ervoor kiezen om kandidaten voor democratische ambten voor te dragen. Dan weet een kiezer in elk geval dat zo iemand geselecteerd is, en wel op partijgebonden, in ons geval, christen-democratische toetsingcriteria en dat zo iemand zijn beslissingen ook aan een christen-democratisch toetsingskader voorlegt en neemt vanuit een christen-democratisch verkiezingsprogramma.

Kwaliteitsborging
Je kunt denken dat dat op het niveau van de deelgemeenten niet nodig is. Maar het CDA ziet dit als een kwaliteitsborging. Via een lijst gekandideerd worden betekent ‘checks and balances’.
Het CDA kiest ook voor relatief grote besturen. Want als je die politieke vertegenwoordiging serieus wilt nemen moet je toestaan dat ook partijen die pakweg 10 procent van de kiezers vertegenwoordigen een stem kunnen krijgen. En in ieder geval geen ‘winner takes it all’ systeem hanteren.

Een tweede argument om op decentraal niveau politieke lijsten toe te staan is de voeding van de Coolsingelfracties. Het is goed voor ons als Coolsingelfracties een vertakt netwerk in de stad te hebben. Wat niet wil zeggen dat we 1-op-1 de adviezen moeten overnemen vanuit de gebieden, omdat fracties aan de Coolsingel regelmatig ruimere belangen moeten afwegen.
Het CDA gelooft ook in het concept van een geoormerkt jaarlijks wijkbudget per wijk. Dat is een soort ‘potje’ per wijk om betrokkenheid te garanderen en initiatieven te kunnen honoreren. Als we dit systeem serieus nemen hebben we geen stadsinitiatief meer nodig. Dat is helaas toch te veel een Coolsingel-hobby gebleken die niet leidt tot dingen waar de Rotterdammer echt om vraagt.

Eigenheid
Het CDA heeft zelf een motie ingediend die vraagt om maximale eigenheid van de buitengebieden Rozenburg, Hoek van Holland, Hoogvliet en Pernis. De besturen daar moeten stevige bevoegdheden en ambtelijke staven krijgen om niet een ondergeschoven kind van de Coolsingel te worden. Een status aparte voor die gebieden is niet aan de orde maar in de uitvoering moet wel rekening worden gehouden met hun bijzondere positie.
Alles hierboven gaat over de bestuursstructuur. Maar bij elke keuze, ook die voor gebiedsbestuur moeten bestuurders de basishouding hebben om betrokkenheid bewoners te stimuleren. Je kunt structureren wat je wilt maar als die basishouding ontbreekt wordt het in geen enkel model iets.
Het gebiedsbestuur is een ‘opportunity’. Je kunt er iets van maken. Je moet er iets van maken. Je kunt ook hopeloos falen, met name als je gebiedsbestuurder z’n kantoor niet uitkomt.
En dan zijn er de mensen die zeggen dat er niks verandert. Maar we hebben al twee belangrijke conclusies bereikt. Ten eerste, het dualisme op het niveau van de deelraad wordt afgeschaft. Geen ‘politiekje’ spelen meer. De deelgemeentebesturen, of welke structuur we ook kiezen, gaan weer de deelgemeentelijke belangenbehartigers worden richting Coolsingel zoals ze vroeger ook waren.
Ik noem dat omdat ik het ten eerste inhoudelijk een goede zaak vind. En ten tweede wil ik deze verandering noemen aan alle mensen die zeggen dat er niks verandert, dat we de status-quo in stand houden. Niet dus.

Planbudget
Een tweede verandering is dat hoe je het wendt of keert, de eigen financiële huishouding van de deelgemeenten wordt afgebroken. In de toekomst is er geen reserveopbouw door deelgemeenten maar een jaarlijks planbudget per gebied.
Wat weliswaar, wederom naar de mening van onze fractie, een substantieel bedrag is en op een objectieve manier wordt vastgesteld, in vergelijkbare manier als nu de verdeling van het deelgemeentefonds plaatsvindt. Maar toch. De koninkrijkjes bestaan niet meer. Er moet geknokt worden voor, en verantwoording afgelegd over, een jaarlijks te verdienen budget.''

Wubbo Tempel is fractievoorzitter van het CDA Rotterdam

Deel dit bericht met je vrienden!