zaterdag 18 september 2021

weekZine over stad, cultuur
en wereld

Bld Jorg-Immendorff cco

Cafè “De Rotterdamse Letteren”

1 augustus 2021 (Manuel Kneepkens)

In Rotterdam heten eigenlijk alle dichters
Van ’t Najaar …

tegen elke regendruppel , die tikt tegen de ruiten
laten ze parelen een jeneverdruppel
op hun tong. 

Het moet wel een heel stil, donkerbruin café zijn
Het innerlijk van Rotterdam…

Hoor, plots roept daar wijlen Cor Herfstdrager
( Zwaar ongelukkig is de lier van zijn delirium...!)
tegen Rien Vroegindeherfst

“ Kijk daar straatrumoer…een extasy-poedel 
paart een cocaïne -cocker-
spaniël …dát is pas Dichtkunst! ”

Dan antwoord hem vanachter de Avondroodkrant
wijlen Jules Elegie
(of is ’t Hester van het Rondeel? ):

“Welnee, een masturberende 
tapkraan 
dàt is pas Poëzie…  

Proost! Op alle Heelalcoholici van Rotterdam! ”

Antwoordt Ahmed van het Recitatief
de uitbater van Grand Café ‘ Het Stadhuis’:

“Proost! Op mijn Dorst naar de witte bladzij 
in de munttheekleurige
Koran!”

Hierop applaudisseert hèèl de Coolsingel!

Zie ook:

Lees meer over:

poezie Rotterdamse Letteren
Deel dit bericht met je vrienden!