woensdag 24 februari 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Bezopen, havenstaking en Feyenoord

17 februari 2011 (de redactie)

Over het jaar 1970 in Rotterdam zou nog eens een goed toneelstuk of zelfs een musical geschreven kunnen worden. Er was de manifestatie C’70, een bikkelharde havenstaking en de stad ontplofte toen Feyenoord als eerste Nederlandse voetbalclub de Europacup won.

Als jong journalist woonde ik toen met mijn jonge gezin in de Hendrick Croesinkstraat, een zijstraat van de Groene Hilledijk ‘op Zuid’. Elke dag ging ik met de kersverse Metro naar station Beurs om mijn arbeid te verrichten op de vrolijkste redactie die ik ooit heb meegemaakt: ‘Het Rotterdams Parool’ aan de Westblaak.

De manifestatie C’70 was net begonnen. Zo tegen het borreluur trof ik de horecatycoon Klaas van Duin, die een aantal nieuwe tapperijen had geopend op de Coolsingel, het Stadhuisplein en andere plekken in het centrum. Hij was al even bezig en joviaal nodigde hij me uit tot een rondgang langs al zijn nieuwe zaken. In de tweede zaak stond zijn echtgenote achter de bar peentjes te zweten. Het was razend druk maar met een oogopslag zag ze in welke staat haar echtgenoot reeds verkeerde. Hij kreeg een natte vaatdoek vol in zijn gezicht: ,,Pleur jij maar op. Ik heb alleen maar last van je.’’

In een ander etablissement werden we warmer ontvangen. De whisky vloeide rijkelijk. Het werd donker, maar ja. De huiselijke plichten. Dus liet ik mij in de Metro zakken en viel in een diepe slaap. De Metro reed in die tijd alleen nog maar heen en weer tussen het Centraal Station en het Zuidplein. Ongeveer een uur later werd ik op station Zuidplein ruw bij mijn schouders gepakt. Ik zag vier laarzen en twee bolle broeken uitmonden in twee politieagenten. ,,Wakker worden, wakker worden…..’’

Later begreep ik van ze dat verontrustte bewoners aan de Maashaven, waar de Metro boven de grond op een viaduct reed, hadden gebeld. Zij zagen uit hun raam steeds een onderuitgezakte man heen en weer rijden. ,,Ze dachten dat er een lijk in de Metro zat, ,,grijnsde een van de dienders. ,,Maar ik wel vandaan kwam?’’ Ik vertelde dat ik in het kader van mijn beroepsuitoefening wat te veel paviljoens had bezocht. ,,Maar gelukkig,’’ zo voegde ik eraan toe - hoewel ik geen auto of rijbewijs had - ,,heb ik mijn auto maar in de stad laten staan.’’

Daar keken ze wel van op. ,,Dat maken we bij heel wat collega’s van u wel anders mee.’’

Ze brachten me naar huis. Het was een mooie avond. In de Hendrick Croesinkstraat zaten nog veel mensen op een stoel voor de deur. De grote witte Chevrolet baarde veel opzien. Ik werd uitgeladen en wankelde mijn portiek binnen. Wij woonden er nog maar pas, maar de volgende ochtend was het ijs gebroken. ,,Zo, wat had jij uitgevroten?’’ En ,,Moet je nog voorkomen?’’

Inmiddels was de havenstaking voorbij en kreeg vrijwel heel Nederland dezelfde uitkering waarvoor de havenarbeiders hadden gestaakt. Vierhonderd gulden.

Op de avond van Feyenoord stonden op een kolkende Groene Hilledijk wat agenten naar vreugdevuren en vuurwerk te kijken. ,,Godver de Godver,’’ riep een van die agenten. Terwijl hij naar boven stond te kijken was zijn ene schoen rood en zijn andere schoen wit geverfd.

Het was 1970.

 

Deel dit bericht met je vrienden!