maandag 26 oktober 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Belang stadspark helaas onderschat

27 augustus 2014 (door de Redactie)
Rotterdam Vandaag & Morgen geeft nu en dan gastschrijvers de gelegenheid hun mening op deze site te ventileren. Rotterdam Vandaag & Morgen is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze opiniestukken. Hans Ophuis is voorzitter van ‘Vrienden van Het Park’.

Op zondag 24 augustus vond de 28e editie van de ‘Dag van de Romantische Muziek’ plaats in Het Park aan de Maas. Het grootste gratis klassieke muziek evenement in Nederland. Inmiddels ook vermaard in cullinair opzicht dankzij een uitgelezen aanbod door uitmuntende traiteurs en restaurants uit het Rotterdamse.

Haringkar
Tussen de flarden klassieke muziek, bubbles en oesters spotten wij zowaar een heuse haringkar. Althans, zo lijkt het op afstand.
Dichterbij gekomen zien we een bakfiets met daarop een glazen vitrine. Daarin bevinden zich geen maatjes, maar blijk een heuse maquette van het collectiegebouw te zijn opgesteld. Geen Hollandse Nieuwe maar een nieuw icoon voor Rotterdam wordt hier aan de man gebracht. In miniatuur, geheel op schaal en gelardeerd met wat groen en van eenzelfde kleur zilver als de haring die we dachten te treffen.
Rondom de kar staan enkele met bijzondere hoofddeksels getooide dames. Opvallend afwijkend van de elegante en romantische hoedjes die alom te zien zijn.
In haringzilver en van een moeilijk thuis te brengen eigenzinnige plompheid die nog het meest doet denken aan een bloempot.
Ja natuurlijk, de-pot! Waarom hadden we dat niet meteen gezien?

Tussen de flarden klassieke muziek, bubbles en oesters spotten wij zowaar een heuse haringkar. Althans, zo lijkt het op afstand. Foto: Hans Ophuis

Mobiel kunstdepot
Wat een fantastisch idee dachten we direct: een mobiel kunstdepot, verplaatsbaar, op wieltjes! Als het publiek niet naar de Pot komt dan breng je de Pot toch naar het publiek!
Zou het niet geweldig zijn om met zo’n rollend staketsel door de stad te rijden op zoek naar een geschikte ruimte voor een meer permanente stalling? Zouden de dames met de hoofddeksels al zijn wezen kijken langs de oevers van de Maas? Genoeg ruimte alom zou je zeggen. Voldoende leegstand ook, en niet op de minste plekken. Hebben ze al eens op de Coolsingel gekeken, direct naast het Stadhuis?
Wat was ook al weer de reden om een nieuw kunstdepot voor de Rotterdamse museumcollectie in het Museumpark te plaatsen?
Het ledigen van urgente nood rondom verspreide en verouderde opslagruimtes? De wens om particuliere verzamelaars ruimte te bieden voor opslag van hun collecties?
Het gezond verstand zegt dat je daar niet in een park voor hoeft te bouwen.

Klimaatbeheersing
Een programma dat hoofdzakelijk is gericht op een verantwoorde opslag van kunst is meer gebaat bij een goede klimaatbeheersing en beveiliging dan met een representatieve, laat staan iconische, omhulling en openbare toegankelijkheid. Een goed bereikbare en af te schermen locatie ligt dan meer voor de hand.
Zo mogelijk met douane faciliteiten in verband met het inklaringsvrij organiseren van internationale transporten van en naar musea wereldwijd. Een ‘black box’ op een betaalbaar perceel in de nabijheid van een luchthaven vormt een redelijke benadering van het ideaalplaatje.
Het publieke domein van een openbaar stadspark is gegeven de omvang en het introverte karakter van een dergelijke voorziening wel ongeveer het laatste waar je aan moet denken als je op zoek bent naar een geschikte locatie voor een verantwoorde opslag van kunstschatten.

Rondom de kar staan enkele met bijzondere hoofddeksels getooide dames. Opvallend afwijkend van de elegante en romantische hoedjes die alom te zien zijn. Foto: Hans Ophuis

Ambitie
Waarom dan in een icoon als het Museumpark? Zou het soms de paradoxale ambitie zijn om een gebouw met zo’n gesloten programma publiek toegankelijk te maken?
Toegegeven, met 1500 – 3500 bezoekers per avond (Pleinbioscoop), ruim 30.000 bezoekers in 1,5 week tijd (Parade, 2014), 170.000 bezoekers in drie maanden tijd (Jean Paul Gaulthier, Kunsthal 2013) kun je over gebrek aan publiek en passanten in het Museumpark niet klagen. Zeker afgezet tegen het relatief bescheiden aantal van 50.000 betalende bezoekers op jaarbasis dat de initiatiefnemers van het collectiegebouw als uitgangspunt hanteren.
Een bescheiden aantal dat ook tot uitdrukking komt in de geprojecteerde bijdrage van het betalend publiek aan de jaarlijkse exploitatiekosten van 4,3 miljoen: slechts 9%. Terwijl jaarlijks minstens 2,5 miljoen uit publieke middelen moet worden bijgedragen voor een sluitende begroting.

Inkomsten
Is het logisch om, zoals de initiatiefnemers doen, op basis van zulke geringe publieksinkomsten zo nadrukkelijk het Museumpark als enige geschikte locatie voor een publiek toegankelijk collectiegebouw te presenteren?
Zijn de voorgestelde locatie in het Museumpark en de nabijheid van Museum Boijmans van Beuningen werkelijk wel zo essentieel als de initiatiefnemers ons voorspiegelen?
Het weinige onderzoek dat er is gedaan naar meervoudig museumbezoek in gebieden met clusters van musea (zoals het Museumpark) wijst uit, dat er tegen verwachting in weinig synergie bestaat tussen culturele instellingen onderling, en bezoekers doorgaans volstaan met een bezoek aan één museum of tentoonstelling. Het initiatief voor een Museumpark Museumkaart, waarmee met één ticket alle culturele instellingen aan het Museumpark bezocht konden worden, is bij gebrek aan belangstelling na een proefperiode van een jaar abrupt beëindigd.

Interesse
Hebben bezoekers aan Boijmans of de overige musea wel voldoende interesse om ook nog eens een collectiegebouw te bezoeken? Zou op een heel andere plek een publiek toegankelijk collectiegebouw niet evenveel of misschien zelfs veel meer publiek kunnen trekken? Zijn er geen gebiedontwikkelingen elders die baat zouden kunnen hebben bij een vermeende publiekstrekker als een collectiegebouw?

Tijdens de Dag van de Romantische Muziek trekt Het Park aan de Maas gedurende één dag niet alleen ruim 35.000 bezoekers, maar biedt ook voldoende ruimte aan al die bezoekers voor een aangenaam verblijf. Archieffoto (ook bij de inleiding): Rinus Vuik

Tijdens de Dag van de Romantische Muziek trekt Het Park aan de Maas gedurende één dag niet alleen ruim 35.000 bezoekers, maar biedt ook voldoende ruimte aan al die bezoekers voor een aangenaam verblijf. Een prestatie die Het Park met weinig andere rijksmonumenten deelt. Op andere momenten is Het Park juist plezierig om te bezoeken vanwege de relatieve rust en het geringe aantal bezoekers. Het vermogen van parken om als publiek domein zeer uiteenlopende aantallen bezoekers en doelgroepen op aangename wijze te verpozen en bijeen te brengen is volstrekt uniek.

Evenementen
Zo bezien is ook het Museumpark een zeer bijzonder park waar Rotterdam met recht trots op mag zijn. Het park is zo ontworpen dat het gedurende korte tijd ruimte kan bieden aan grote groepen mensen en bijzondere evenementen. ‘De Parade’, het World Food Festival, de Pleinbioscoop, ‘Djemaa El Fna’, de pop-up megaschermen tijdens het WK hebben dit op overtuigende wijze laten zien.
Het park biedt niet alleen de ruimte voor dit soort evenementen, maar biedt bezoekers midden in de stad ook de mogelijkheid even aan diezelfde stad te ontsnappen. In de zomer is het tijdens het middaguur zelfs dringen geblazen rond de bankjes in het park.
De voorgestelde bouw van een ruim 15.000m² groot gebouw met een in wezen introvert programma in deze ruimte miskent de essentiële betekenis van het park als publieke ruimte, als plek voor toevallige ontmoetingen en spontane gebeurtenissen, als zeldzaam icoon waar je de stad en zijn spectaculaire ‘skyline’ kunt ervaren van binnenuit, midden in de stad, maar voor het gevoel toch ook even daarbuiten.

Laat die ‘haringkar’ met zijn haringzilveren schatkamer nog maar even door de stad rijden op zoek naar mooie plekken voor een definitieve stalling, in afwachting van een publiek dat de essentiële betekenis van parken voor de stad begrijpt en durft te koesteren.

Wilt u meer informatie: www.vriendenvanhetpark.nl

Deel dit bericht met je vrienden!