zaterdag 11 juli 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Bedelaars overspoelen wederom de stad

25 juli 2016 (door Hans Roodenburg)

De bedelaars in de stad Rotterdam – vooral in het centrum – houden de gemoederen danig bezig. Detailhandel Nederland pleit inmiddels voor nationale invoering van een bedelverbod in alle gemeenten met winkelcentra. In de vier grote steden zou dat volgens de nationale organisatie van winkels tot nu toe redelijk zijn opgenomen in de plaatselijke verordening.

Het gaat namelijk echter om de gerichtheid van een dergelijke maatregel. Een bedelverbod is zeer makkelijk te omzeilen als bedelaars een tegenprestatie leveren (muziek maken, een krant aanbieden, autoruiten schoonmaken, een kunstje doen, enz.).

De plaatselijke krant AD Rotterdams Dagblad sprak enkele weken terug van een ware plaag van bedelaars in de metro en in de trein. ‘Heeft u een eurootje voor mij om naar mijn moeder te kunnen gaan?’ De RET roept passagiers in het openbaar vervoer op geen enkel geld of goed te geven aan hen, vaak ook zwartreizigers. Want dan, zo is de gedachte, vertrekken de vaak Oost-Europese bedelaars weer naar andere plekken waar zij wél inkomsten krijgen waarvoor zij alleen maar hun hand voor op hoeven te houden.

Bedelarij blijft een hardnekkig probleem in allerlei vormen. Dat heeft ook deels te maken met de open grenzen in de EU (verdrag van Schengen) waardoor alle inwoners van de lidstaten vrij kunnen reizen tussen die landen. Hoe dat te voorkomen is, weten we niet. Misschien toch een soort visum voor toeristen of quotum voor werknemers? Is toch vrij eenvoudig te regelen? Dat heeft wel enorme consequenties voor ‘Schengen’ en zal waarschijnlijk – na heftige politieke discussies – jaren vergen voor een of ander beleid hierin te ontwikkelen is.

Voorlopig hebben gemeenten de plaatselijke verordening als enige middel tégen bedelarij. Toch zijn daarin allerlei gaten te slaan. Opgelegde boetes aan bedelaars zijn vaak moeilijk te innen. Van een kale kip kun je moeilijk iets plukken en Oost-Europese landen in de EU werken niet mee aan een boete van enkele tientjes van mensen die hun identiteitsbewijs of paspoort moeten tonen.

Een ander probleem is dat bedelaars, zoals de politie meldt, geen vaste woon- of verblijfplaats hebben. Wat moet men dan? Tijdelijk oppakken zou kunnen helpen maar de ‘sociale en linkse sector’ vindt dit middel weer te ver gaan en doet volgens haar denken alleen aan vermoedens in de Tweede Wereldoorlog en sinds kort aan het Turkije van president Erdogan.

Het wordt er ook niet beter op als in andere grote steden van Europa, zoals Parijs, Brussel, Barcelona, Madrid, Rome en Athene, op bijna iedere hoek van de straat in het centrum slordig uitziende mensen van allerlei ras staan die hun hand ophouden of met een bakje rondlopen. Dat was in het begin van de jaren ’90 ook in Rotterdam het geval.

De plaatselijk verordening en het destijds opgerichte ‘Perron Nul maakte daar grotendeels een eind aan. Toch bleven schijnbare bedelaars over. Binnen de kortste keren begrepen zij dat ze niet alleen hun hand konden ophouden maar dat zij een ‘tegenprestatie’ (soms afgrijselijke muziek maken, een straatkrant verkopen bij de supermarkt, autoruiten wassen, een kunstje doen, enz.) moesten doen.

Niettemin hebben we een keer ons geposteerd bij een supermarkt in Rotterdam. Het is bijna niet te geloven hoe mensen zonder een krant af te nemen iemand iets toestoppen. In een uurtje constateerden we dat krantenverkopers (vaak in een Oost-Europese taal) van soms frauduleuze producten als Daklozenwoord en Straatjournaal 5 tot 10 euro (netto, zwart en als fooi) ophaalden omdat de gulle gevers de personen zo zielig vinden. Zou dat de hele dag zijn doorgegaan dan komt men aan een netto-inkomen per dag van minstens 80 euro. Daarmee ben je in sommige landen hemeltje rijk.

Naar aanleiding van dat verhaal op Rotterdam Vandaag & Morgen reageerde een oud-collega van mij van Het Vrije Volk die zijdelings als adviseur was betrokken bij de eerste straatkrant: ,,De Rotterdamse Straatkrant is op 30 april 1995 gelanceerd door een vriendengroepje – studenten van de School van Journalistiek en de Erasmus Universiteit. Zij hadden inspiratie opgedaan in enkele Europese hoofdsteden waar daklozen al langer geld verdienden met de verkoop van zulke kranten. Mede dankzij de steun van ds. Hans Visser van de Pauluskerk werd de Straatkrant snel een begrip in Rotterdam. Na dit succes zijn ook in Amsterdam, Den Haag en Utrecht daklozenkranten ontstaan.’’

De beroemde Sander de Kramer (thans tv-presentator van programma’s en columnist bij De Telegraaf) is ooit enkele jaren hoofdredacteur en regelaar van de straatkranten geweest, maar heeft dit fenomeen – om zwervers van directe bedelarij af te houden – niet opgericht.

De straatkranten waren dus van oorsprong een goed initiatief. Of dat nu nog zo is valt te betwijfelen want de zwervers uit eigen stad worden inmiddels overruled door allerlei andere nationaliteiten. Hoe zielig ook, de kranten (en andere kunstjes) zijn inmiddels fraudegevoelig geworden en criminelen gaan met de winst ervandoor.

Daaraan helpt maar één advies: koop die krant niet en geef zeker nooit een grijpstuiver. Het is sociaal hard maar het kan niet anders meer!

Lees meer over:

openbare ruimte
Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven