donderdag 26 november 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Autochtone Rotterdammer is honkvast

7 april 2013 (door Hans Roodenburg)

Oorspronkelijke Rotterdammers blijven vaak wonen en leven in hun stad of in de buurt. De kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen van de mensen, die tussen 1880 en 1900 in Rotterdam zijn geboren, blijken betrekkelijk honkvast te zijn. Van hun kinderen is nog 74,8 procent woonachtig in Rotterdam.
Van hun kleinkinderen 51,6 procent en van hun achterkleinkinderen (thans tot circa 60 jaar) tussen de nog altijd 29,3 procent.

Cultuur
Het Meertens Instituut, dat de Nederlandse cultuur onderzoekt en daarover een heleboel statistieken heeft gemaakt, heeft uitgeplozen hoe Nederlanders in hun eigen land verhuizen. De generaties van Rotterdam zijn van de drie grote steden het meest in eigen stad blijven wonen. In Amsterdam en Den Haag is het wat minder. In Utrecht véél minder.

Uit de databank blijkt dat Rotterdam steeds meer mensen van Surinaamse, Turkse of Marokkaanse afkomst telt. Van de 616.528 inwoners van Rotterdam (per 1 januari dit jaar) is ruim 37 procent van niet-westerse afkomst waarvan het aantal Surinamers het hoogst is. Grafiek: Meertens Instituut

Uit de databank blijkt voorts dat Rotterdam steeds meer mensen van Surinaamse, Turkse of Marokkaanse afkomst telt. Van de 616.528 inwoners van Rotterdam (per 1 januari dit jaar) is ruim 37 procent van niet-westerse afkomst waarvan het aantal Surinamers het hoogst is.
Als gekeken wordt naar een groter gebied, Groot-Rijnmond zoals dat heet, dan zijn de mensen nog honkvaster. Van de personen die tussen 1880 en 1900 in dit gebeid zijn geboren is 78,8 procent van hun kinderen nog woonachtig in de regio Groot-Rijnmond, 62,8 procent van hun kleinkinderen en 44,8 procent van hun achterkleinkinderen.

 

Conclusie
Onze conclusie: dit gebied is dus al meer dan een eeuw heel aantrekkelijk om te wonen en te blijven wonen en werken. Als je kijkt naar de cijfers van het Meertens Instituut over het noorden (delen van Friesland, Groningen en Drenthe) dan is daar het vertrek van mensen naar elders (vooral naar het westen) soms wel 20 procent hoger.

De generaties van Rotterdam zijn van de drie grote steden het meest in eigen stad blijven wonen. Lichtere kleuren duiden op minder uitwaaieren naar andere woongebieden van volgende generaties. Grafiek: Meertens InstituutIndien de generaties na de oudjes van eind 19de eeuw toch verhuizen, blijven ze vaak in de buurt van Rotterdam wonen. Hun vertrokken kinderen wonen gemiddeld op circa 27 kilometer van Rotterdam en de klein- en achterkleinkinderen op 42 kilometer. Met de huidige vervoermiddelen (openbaar vervoer en auto) is dat in feite nog heel dichtbij.

 

Amsterdam
Grappig is ook dat van de klein- en achterkleinkinderen slechts 2 procent heeft gekozen voor Amsterdam als woonplaats. Andersom is het trouwens ook zo. Den Haag scoort bij de Rotterdamse generaties als woon- en werkgebied hoger.
De schat aan informatie verzameld door het Meertens Instituut geeft een indruk van de verspreiding van mensen in Nederland gedurende een viertal generaties. Dat is ook van belang om de verspreiding te onderzoeken van dialecten, familienamen, tradities en cultuuruitingen. Van elke gemeente is de migratie sinds eind 19de eeuw terug te vinden. Opvallend is dat het instituut de regio Rotterdam niet ziet als een dialectgebied. Andere regio’s wél waarvan Friesland, Twente en Zeeland de bekendste zijn.

Rotterdam wordt door statistici de importstad van Nederland voor nieuwkomers genoemd. Rond 1880 telde de stad nog 'slechts' rond 150.000 inwoners. Thans zijn dat er dus ruim 616 duizend.

 

 

Voor de liefhebbers: op www.meertens.nl zijn er heel wat culturele databanken terug te vinden. Ook per gemeente.

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!