woensdag 5 augustus 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Bezoek van Sinterklaas en Piet in Nederlands Indie 1939. Foto Coll. Tropenmuseum via CC

Als je de Zwarte Piet overhield had je verloren...

14 juni 2020 (door Martin Reekers)

Het politiegeweld dat onlangs George Floyd het leven kostte leidde en leidt tot hevige protesten in de V.S. en in landen over de hele wereld, waaronder Nederland. Het lijkt alsof de dood van George de steen was die het ogenschijnlijk gladde water van de poel der racismediscussie nu onontkoombaar in een niet meer te stoppen beweging heeft gebracht. De maat is overduidelijk vol. Veel blanke mensen in Nederland zijn er van overtuigd dat zij niet racistisch zijn en waarschijnlijk hebben zij die intentie ook niet. Dat wil nog niet zeggen dat er geen sprake is van racisme. Voor heel blank Nederland over mij heen valt neem ik mijzelf als voorbeeld. Ik ben racistisch opgevoed. Niet door mijn ouders maar door een onvervreemdbaar cultureel element: de Nederlandse taal. Als ik als klein jongetje onder de modder thuis kwam zei mijn moeder: 'Je lijkt wel een bosneger! Je ziet er uit als een Turk'. Ik had geen idee wat een bosneger of een Turk was, maar ik wist wel dat het niet in de haak was. Van Dale geeft als één van de betekenissen van het woord neger ’zeer vuil’. Later leerde ik het kinderkaartspelletje ‘Zwartepieten’, als je de Zwarte Piet overhield had je verloren. Slecht nieuws dus. Wanneer wij elkaar de schuld over iets in de schoenen willen schuiven spreken wij van ‘iemand de zwartepiet toespelen’ en als wij iets slechts over een ander zeggen dan maken wij die ‘zwart’.

 

De zwarte Piet van Sinterklaas, die de laatste jaren door de voorstanders ervan wordt afgeschilderd als een niet racistisch bedoelde traditionele kindervriend, was dat toen ik klein was helemaal niet. Hij was het die de roe hanteerde, zakjes zout in je schoen deed en je in de zak stopte en mee naar Spanje nam als je stout was geweest. Foute boel dus.

De Zwarte Piet van Sinterklaas, die de laatste jaren door de voorstanders ervan wordt afgeschilderd als een niet racistisch bedoelde traditionele kindervriend, was dat toen ik klein was helemaal niet.

Ik heb een tweedelige uitgave van “Nederlandse Spreekwoorden. Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden” uit 1943 van Dr. F.A.Stoett.  Daar staat bij ‘Iemand zwart maken’: “Zwart is de kleur van de nacht en van alles wat slecht is (lat. Niger), zoals wit die van de reinheid en alles wat goed is. De duivel wordt zwart voorgesteld, een engel wit”. Dit soort beelden dateren al vanaf het begin van de 17e eeuw.

Ik heb zo geleerd, onbewust weliswaar, wit met positieve kenmerken te associëren en zwart met negatieve. Jaren geleden kwam er een zwarte meneer naar mij toe die vroeg of ik zijn gul den kon wisselen in kwartjes voor in de parkeermeter. In de tijd dus dat je nog geen tweedehypotheek op je huis hoefde te nemen om te kunnen parkeren in de binnenstad. Ik pakte mijn portemonnee met de wantrouwende aarzeling van iemand die denkt belazerd te gaan worden. Ik vond slechts twee kwartjes. De meneer zei: ’Geeft niets. Als ik uw kwartjes mag dan ben ik geholpen voor de parkeermeter en krijgt u mijn gulden’. Ik werd niet belazerd maar boekte twee kwartjes winst. Mijn aarzeling had met niets anders te maken dan met de huidskleur van die meneer. Ik schaamde mij diep en dacht: hij is wit en ik ben zwart!


Ik heb leren inzien dat taalgebruik heel erg bepalend is voor hoe ik, vooral ook onbewust, de wereld om mij heen waarneem. Dat zit zó diep in hoe ik ben opgegroeid dat ik het zelf vaak niet zie. Dat zie je pas als je zelf zwart bent. Hoe dat moet voelen voor de mensen die zwart zijn, denk ik te kunnen afleiden uit wat er nu in de wereld gebeurt…

Rotterdammer Martin Reekers is auteur van diverse boeken over coaching en gespreksvoering. Hij is redactielid, auteur en huiscartoonist van het vakblad voor loopbaanprofessionals ‘LoopbaanVisie’.

 

Lees meer over:

George Floyd racismedebat
Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven