Beoogde stikstofreductie leidt tot grote veranderingen en impact voor agrariërs

11 juni 2022 door een van onze medewerkers
Beoogde stikstofreductie leidt tot grote veranderingen en impact voor agrariërs
De Peel is een van de gebieden waar ingegrepen zou gaan worden - Foto V&M via g-maps

De stikstofuitstoot met name in de buurt van Natura 2000 gebieden is te hoog. Nederland staat daardoor voor ingrijpende opgaven als het gaat om het verbeteren van onze natuur, klimaat en waterkwaliteit. Politiek ligt dat echter gevoelig er spelen enorme belangen van zowel veehouders als de hele toeleverings- en afnameketen. Daarnaast en soms daartegenover staan algemene maatschappelijke belangen. Dat maakt het mede lastig vaarwater voor de uitvoerende macht en is dan ook een van de redenen dat het dossier al lang op een oplossing wacht.  

De beoogde stikstofreductiedoelen vragen per gebied zo snel mogelijk actie van de sectoren industrie, bouw, mobiliteit en landbouw. Met name de opgave voor de landbouw is groot. Hiervoor is nodig dat agrarisch ondernemers versneld de transitie doormaken naar kringlooplandbouw in 2030. Het kabinet wil de land- en tuinbouw gericht ondersteunen om deze noodzakelijke verandering door te maken en daar sterker uit te komen. Dat schreven ministers Staghouwer van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Van der Wal voor Natuur en Stikstof vrijdag 10 juni in twee brieven aan de Tweede Kamer. OP 11 juni is een congres van de VVD dat ook dit onderwerp zal bespreken.  

Minister Staghouwer: “Mijn belangrijkste prioriteit is dat boeren een toekomst hebben en houden in Nederland. Ik ben trots op de innovatiekracht en het aanpassingsvermogen van onze boeren en tuinders. Velen zijn al bezig duurzamer te produceren, maar dat kan en moeten er meer worden. Ik wil agrariërs daarom gericht ondersteunen in de transitie naar kringlooplandbouw. Daarom vraag ik boeren aan de slag te gaan met hun toekomst en te kijken welke rol jouw bedrijf kan spelen in je omgeving en in een duurzame toekomst. Het gaat om maatwerk, want elke ondernemer is uniek. Dit kan de boer niet alleen, daarom geef ik ketenpartijen de opdracht om niet-vrijblijvende afspraken te maken over het verdienvermogen van de duurzame boer.”

Globale ruimtelijke weergave van condities water, bodem, natuur en stikstof in relatie tot landbouw

Ontwikkelrichtingen voor de landbouw

Voor boeren volgt nu duidelijkheid en is nu het moment om te bepalen of en hoe zij met hun bedrijf kunnen doorgaan. De minister ziet voor boeren 3 mogelijkheden: (verder) verduurzamen, verplaatsen of beëindigen. Bij verduurzaming en ook bij verplaatsing kan gedacht worden aan extensiveren door bijvoorbeeld minder dieren per hectare, toevoegen van landschapsgrond of bijdrage aan koolstofvastlegging, water- en natuurbeheer. Andere mogelijkheden zijn het aanbieden of produceren van nieuwe producten, zoals eiwitrijke gewassen en biologische landbouw. Maar ook het aanbieden van extra diensten voor de omgeving, zoals een zorgboerderij, camping of een andere vorm van recreatie. Ook technologische innovaties, zoals hoogwaardige mestverwerking, precisielandbouw en digitalisering kunnen een manier zijn om een bedrijf toekomstbestendig te veranderen.

Of een boer nu kiest voor verdere verduurzaming (technische innovatie, landschappelijke innovatie, omschakelen), verplaatsing of het vrijwillig beëindigen van zijn of haar bedrijf, hij of zij staat er niet alleen voor en mag ondersteuning verwachten van het ministerie van LNV. Zo komen er middelen waar boeren gebruik van kunnen maken, zoals kennis en expertise aanbod via de Subsidiemodule Agrarische Bedrijfsadvisering en Educatie (Sabe-regeling), subsidie voor jonge of startende boeren (vestigingssteun in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)) en het Omschakelprogramma voor Duurzame Landbouw. Daarnaast is in het nieuwe GLB € 120 miljoen beschikbaar voor onder andere de eco-regeling waarmee agrariërs een vergoeding kunnen ontvangen voor eco-activiteiten die zij toepassen op hun bedrijf. Te denken valt aan extra weidegang en onderhoud van houtwallen. Op het platform ‘Groeien naar morgen’ is een volledig overzicht te vinden van ondersteuningsmogelijkheden voor boeren.

Minister Van der Wal: “Een vitaal landelijk gebied met een gezonde natuur. Met perspectief voor ondernemers en economie, of je nu werkzaam bent in de industrie, bouw of agrarische sector. Dat is het einddoel en daarom is deze ingrijpende, maar noodzakelijke transitie van het landelijk gebied nodig. Wat ik kan bieden is duidelijkheid en 100% inzet van het kabinet om deze transitie met alle betrokkenen te laten slagen. Zodat we de economie in balans brengen met natuur en een schoon en gezond leefklimaat doorgeven aan volgende generaties.”

Niet alles kan meer overal. Ondernemers en projecten – of het nu gaat om industrie, bouw, mobiliteit of landbouw – moeten ervoor zorgen dat hun activiteiten passen binnen de draagkracht van het gebied. Dit vraagt om een andere manier van ondernemen en leidt tot grote veranderingen in het landelijk gebied en veel impact voor betrokken partijen. Door reductiemaatregelen voor stikstof in een gebiedsgerichte aanpak slim te combineren met andere reductiemaatregelen om klimaat, bodem en waterkwaliteit te verbeteren, herstelt de natuur, komt vergunningverlening voor ondernemers en bouwprojecten weer op gang en kunnen PAS-melders een vergunning krijgen. 

Richtinggevende stikstofdoelen per gebied

Omdat gebieden verschillen, verschilt ook de aanpak per gebied. De reductiedoelen zijn per gebied anders, omdat ook de kwaliteit van natuur, water en bodem verschillen per gebied. Het Rijk heeft per gebied zogenoemde richtinggevende stikstofdoelen en reductiepercentages vastgesteld. Die lopen op van 12% tot rond de 70% – evenredig op te brengen door alle sectoren – in gebieden dichtbij natuurgebieden en gebieden waar de water- en bodemkwaliteit sterk moet verbeteren. Hiervan is een kaart beschikbaar.

In oktober volgen nadere richtinggevende doelen voor klimaat en natuur. Uiterlijk in juli 2023 is in elk gebied duidelijk wat het doel is en hoe dat gehaald wordt – daar waar dat eerder duidelijk is, volgt een versnelde aanpak. Het ‘wat’ (de doelen) ligt bij het Rijk, het ‘hoe’ (invulling van de gebiedsplannen) bij de provincies en de betrokken regionale partijen. Bij elkaar tellen deze regionale doelen op tot het landelijke doel: driekwart van de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden op een gezond niveau in 2030. Het kabinet heeft voor de gehele aanpak € 24,3 miljard beschikbaar gesteld, bovenop bestaande middelen (€ 7 miljard).

Landbouw met toekomst

'De landbouw heeft toekomst in ons land,' schrijft de minister, 'maar die landbouw zal er fundamenteel anders uit moeten gaan zien dan nu. Maar door de agrariërs in staat te stellen om deze uitdagingen aan te gaan, kan de sector hier uiteindelijk sterker door worden. Dit vind ik wezenlijk, want de landbouw verdient toekomst. Die toekomst is er niet als geen rekening wordt gehouden met de impact van klimaatverandering en als de productie leidt tot uitputting van de bodem en het grond- en oppervlaktewater, en schade aan ecosystemen. En het omgekeerde geldt evenzeer: een krachtige landbouwsector, die economisch sterk genoeg is om de omslag naar de kringlooplandbouw te maken, is een voorwaarde en een deel van de oplossing voor het realiseren van de natuur- en milieudoelen.'  

Of dergelijke argumenten een deel van de boeren en de verschillende betrokken overheden, met name de provincie die uitvoering moet geven dichter bij elkaar zullen brengen. Het laatste woord hierover zal de eerste jaren niet worden gesproken. 

Meer info: 

startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied  -   Kamerbrief perspectief  agrarische ondernemers

 

Meer over:
Cookies

Deze website gebruikt noodzakelijke cookies voor een correcte werking en analytische cookies (geanonimiseerd) om de statistieken van de website bij te houden. Marketing cookies zijn nodig voor laden van externe content, zoals YouTube-video's of widgets van Sociale Media. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie, of om je instellingen later aan te passen.