zondag 20 september 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

(4) Mei/juni ‘40: Nasleep en schuld

17 mei 2015 (door Geert-Jan Laan)

Op 17 mei 1940 – het Rotterdamse puin smeulde en rookte nog – kwam de Telegraaf al met het bericht dat de oorzaak van het bombardement de schuld van de Nederlanders was. Rotterdam had zich te laat overgegeven.

Een Duits bioscoopjournaal uit die tijd dikte dat nog fors aan: ,,Het is de schuld van de Hollandse regering die in dienst van de Britse plutocratie volledig zinloze tegenstand had gegeven en zelf met ONS goud, ja ‘ons’ Duitse goud naar Londen is gevlucht.”


Syss-Inquart
De op 29 mei 1940 tot Rijkscommissaris van Nederland benoemde Oostenrijkse nazi Syss-Inquart bracht op 21 juni 1940 een bezoek aan Rotterdam. Hij kondigde aan een fonds van tien miljoen gulden ten behoeve van de wederopbouw van Rotterdam ter beschikking te stellen. Maar ook hij legde de schuld bij de Nederlandse regering, die de stad te laat had overgegeven.

 

 

 

De tot Rijkscommissaris van Nederland benoemde Oostenrijkse nazi Syss-Inquart legde de schuld van het bombardement bij de Nederlandse regering, die de stad te laat had overgegeven. Foto: StiwotDe nog steeds opperbevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten generaal Winkelman las dat in de kranten en vroeg woedend een gesprek aan met de Oostenrijker.
Met het tweede ultimatum in de hand wees hij er op dat het bombardement maar liefst drie uur voor het verstrijken daarvan was begonnen. Syss-Inquart zei koeltjes dat hij andere informatie had en verbood de door Winkelman gevraagde publicatie van zijn visie. Winkelman liet gedurende deze eerste periode van de bezetting zien dat hij zijn rug recht hield. Zo was hij een fel tegenstander van de Duitse plannen om op de Nederlandse werven in aanbouw zijnde marineschepen ten behoeve van de Duitsers voort te zetten.

Afgevoerd
De Duitsers waren het zat. In de nacht van 1 op 2 juli werd hij van zijn bed gelicht en in krijgsgevangenschap afgevoerd.
De Duitse militairen hadden direct na de capitulatie strenge instructies gekregen zich uiterst correct te gedragen. Dat deden zij ook. Gretig kochten ze in Nederland rijkelijk aanwezige lekkernijen zoals chocolade en gebak met slagroom. In die beginfase waren de Duitse officieren Dietrich von Choltitz en generaal majoor Heinrich Hoffmann belast met de militaire leiding van de stad.
Zowel Oud als Scharroo konden het goed met deze Duitsers vinden. Vooral Von Choltitz liet duidelijk blijken absoluut geen nazi te zijn. Hij noemde de NSB met minachting ‘Die Mussertpartei’. Een verzoek van de Rotterdamse nationaal-socialisten om het vlagverbod voor hun zwart-rode vlag op te heffen wees hij direct van de hand.

Gesneuvelden
De strijd om Rotterdam had aan 200 Nederlandse militairen het leven gekost. Dat was ongeveer tien procent van het totale aantal Nederlandse gesneuvelden (2000) in het hele land. De Duitsers hebben nooit de aantallen van de eigen gesneuvelden bekend gemaakt.

 

 

 

 

De Duitse officier Dietrich von Choltitz noemde de NSB met minachting ‘Die Mussertpartei’.Schattingen komen uit op vele honderden in de strijd om Rotterdam en misschien wel een tien duizend wanneer de strijd om de Afsluitdijk, de Grebbelinie en de Haagse vliegvelden wordt meegerekend.
De Rotterdamse politie had in de gevechten om Rotterdam 17 agenten verloren. De archieven van de inlichtingendienst waren of verbrand of, zoals hoofdcommissaris Enthoven had gedaan, in zijn tuin begraven. Pas na juli 1940 begon de Duitse Sicherheidspolizei zich nadrukkelijk met de opsporing te bemoeien. Spoedig had de politie haar voornaamste werk, de bescherming van de puingebieden tegen plunderaars en ramptoeristen, weer onder de knie.

Klok vooruit
Op 15 mei 1940 voerden de Duitsers al een verstrekkende maatregel door. De Nederlandse tijd werd gelijkgeschakeld aan de Duitse tijd. Op 15 mei om middernacht moest de Nederlandse klok maar liefst met honderd minuten vooruit worden gezet. Veertig minuten vanwege het normale tijdsverschil met Duitsland plus zestig minuten vanwege de door de Duitsers gehanteerde zomertijd. ,,Bijna twee uren vol daglicht worden voor den avond gewonnen,” lieten zij de kranten jubelen. De werkelijkheid was natuurlijk een bestuurlijke en strategische gelijkschakeling met Duitsland. Deze erfenis van een dag na de capitulatie bestaat nog steeds.

(Wordt vervolgd)

 

 

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!