Vroeger niet beter, vaak wel socialer
Als je ouderen spreekt was het ‘vroeger’ in Rotterdam vaak gezelliger en waren de onderlinge contacten veel socialer. Mede door deze nostalgische opvatting is de papieren krant De Oud-Rotterdammer, opgericht eind 2005 door uitgever/hoofdredacteur Fred Wallast, een succes geworden.
De oplage van deze gratis ouderenkrant voor de 50-plussers (eenmaal in de veertien dagen) is inmiddels 122.500 exemplaren.
Jongerenkrant
Misschien tijd dat er om de andere veertien dagen een, onafhankelijk gemaakte, krant komt voor de jongeren onder de 50 jaar.
Voor hen is het vermoedelijk, inspelend op de nieuwe digitale trend, nog aantrekkelijker een snelle makkelijk op sociale media bereikbare site, zoals Rotterdam Vandaag & Morgen, te hebben die zich richt op eigentijdse zaken voor jongeren op het gebied van kunst/cultuur, sport, opinie, politiek, columns, economie en haven.
Rotterdam Vandaag & Morgen, gerund door een kleine groep onafhankelijke journalisten, zou graag wat jonge medewerkers inschakelen die zich – vooralsnog als enthousiaste vrijwilliger – in nader overleg periodiek op een van deze zaken kunnen storten.

Koopkracht
De kreet ‘vroeger was het beter’ klopt meestal niet. Alle klachten van jong en oud thans over de koopkracht, pensioenen of het duurder worden van het levensonderhoud ten spijt, heeft iedereen het gemiddeld veel en veel beter ten opzichte van alle voorgaande generaties.
Zelfs als onze koopkracht de komende jaren met 5 tot 10 procent zal afnemen, dan zitten we nog op het welvaartsniveau van omstreeks de afgelopen eeuwwisseling. Niet slecht toch?
Allerlei onderzoekingen (ook van het Sociaal Cultureel Planbureau) tonen aan dat de tegenwoordige ouderen van tussen de 50 en 75 jaar gemiddeld over méér koopkracht en vermogen beschikken dan ooit. Zij verkeren in een fase waarin zij, weliswaar voorzichtig, aardig wat kunnen uitgeven.
Andere Tijden
Een tv-special van Andere Tijden heeft onlangs treffend in beeld gebracht hoe we met z’n allen erop vooruit zijn gegaan. De maatschappelijke ontwikkeling van Nederland van begin vorige eeuw tot aan het begin van deze eeuw werd in kaart gebracht. Te zien is hoe de twee werelden van arm en rijk naar elkaar toegroeiden.
De jongeren hebben het nooit meegemaakt, maar aan het begin van de vorige eeuw was er nog grote armoede in ons land. Mensen leefden in plaggenhutten en in de grote steden, zoals Rotterdam, woonden zij met vele kinderen in een te klein huis met ratten en muizen. Er was toen wel een kleine groep welgestelde mensen met vrijwel altijd huispersoneel.
Het verhaal gaat dat mensen in de stad leuker, gezelliger en socialer met elkaar om gingen. Liefdadigheid – het geven van aalmoezen aan de armoedzaaiers - was onder de rijken van Rotterdam heel normaal.
Feiten
Maar laten we de feiten spreken. De armenzorg is weliswaar in 1912 ingevoerd maar is tot 1965 op een paar details na nauwelijks gewijzigd. In 1965 werd de bijstandswet ingevoerd (bedoeld om in de eerste levensbehoeften te voorzien).
Een nog belangrijker voorziening uit de verzorgingstaat was de invoering van de AOW per 1 januari 1957. Voorts hebben de, later vele malen verbeterde, invaliditeitswet (uit 1913) en de wet op het minimumloon (in 1968) ertoe bijgedragen dat in het algemeen de ‘werelden van arm en rijk steeds meer naar elkaar toegroeiden’.
De ontwikkeling van het minimumloon hebben we zelf nog meegemaakt. Het eerste minimumloon voor volwassenen (23 jaar en ouder) bedroeg in 1968 ongeveer 350 gulden (vergelijkbaar met circa 160 euro thans) meegemaakt. Als jonge vrijgezel beoordeelde je je welvaart aan de hand van het aantal drankjes dat je in de kroeg voor je geld kon bestellen.

Bier
In eenvoudige buurtkroegen – ik kwam vaak in De Kleine Witte aan de Kruiskade - betaalde je destijds voor een tapje niet meer dan een gulden. Dus je kon in principe van je minimumloon 350 pilsjes per maand kopen!
Thans bedraagt het minimumloon voor een volwassenen 1200 euro netto per maand (in een voltijdbaan). Als partners beiden fulltime werken het dubbele dus. Daarmee kun je aardig leven en uitgaan.
Als we de prijs voor een tappils in de (goedkope) kroeg op 2 euro stellen, dan betekent dit minimumloon – als je het alleen aan pilsjes zou uitgeven – zo’n 600 biertjes per maand ofwel 20 gemiddeld per dag!
Deze eenvoudige rekensom van mijzelf geeft aan hoe het welvaartsniveau is gestegen in vergelijking met mijn jeugd omstreeks de jaren ’65. Daarbij mag nog zeker worden aangetekend dat de horeca zijn prijzen méér heeft verhoogd dan die zijn gedaan voor de eerste levensbehoeften (zoals huur, brood en eten).
Klagen, klagen en klagen over de teruglopende koopkracht mag. Sommige politieke partijen – met name 50+, SP en PVV – spelen daarop populair in. Maar nog belangrijker is het een baan te hebben! En die liggen in de regio Rotterdam vaak voor het oprapen. Zeker wat betreft de meer technische beroepen voor iets hoger geschoolden.