vrijdag 20 mei 2022

webZine over Stad, Cultuur
en Wereld

Tabel Rekenkamer Rotterdam over 20 jaar college targets

Wat leverde 20 jaar collegetargets B&W Rotterdam op?

12 februari 2022 (incidentele auteur)

Twintig jaar geleden besloot de Rotterdamse politiek te gaan werken met meetbare doelen, met collegedoelen, 'targets'. Worden doelen en ambities bereikt?  En wat zijn de maatschappelijke effecten van beleid? Dat zijn waren kort samengevat de uitgangspunten. Er zou vervolgens daarover tussen het bestuur B&W en de raad gedebatteerd worden en er zou geëvaleerd  kunnen worden. 

Transparantie

De rekenkamer Rotterdam heeft tot taak ten behoeve van de gemeenteraad en de burgers, de doelmatigheid, transparantie en rechtmatigheid van het bestuur te onderzoeken. In het geval van de targets heeft de rekenkamer in de periode 2002-2010 heeft de rekenkamer ieder jaar een rapport opgesteld over de meetbare doelen van het college (de zogeheten ‘Resultaten tellen’-onderzoeken).   

Begin februari publiceerde de rekenkamer Rotterdam een rapport dat in één klap de laatste vier collegejaren en 20 jaar targets samenvat.  'Tijd voor targets' heet het . Ondertitel beoordeling eindverantwoording 2018-2022 - lessen 20 jaar collegetargets. Boeiend rapport voor wie meer van het fiunctioneren van dit laatste regenboogcollege wil weten, maar makkelijk is het niet.

Zo begon het in 2002.  De beoordeling door de rekenkamer leidde daarna tot targets die wel en niet bruikbaar zijn voor de verantwoording.

Van 88 naar 14

Vier jaar college evalueren is al ingewikkeld genoeg zou je zeggen. Maar 20 jaar targets van 5 verschillende gemeentebesturen is nog eens andere koek. In die 20 jaar werden de 'targets' ook steeds aangepast. Een voorbeeld: het college van 2002- 2006 had 88 targets, het college van 2018 -2022  had er 14 of volgens de rekenkamer 15. Dus onderling vergelijken, als dat al mogelijk zou zijn, alle historische parameters veranderen immers ook, valt niet mee, al levert de rekenkamer ondanks de complexiteit van de haarzelf opgelegde taak, een boeiende poging die zeker met het oog op de naderende gemeenteraadsverkiezingen de juiste aandacht verdient. 

De eindverantwoording over de verschillende doelen van het huidige college behandelen wij in 6 of 7 afzonderlijke artikelen. De eerste - 4 jaar regenboogcoalitie in coronatijd:  Veiligheid beter, burgerparticipatie minder - verschijnt op dezelfde dag als dit stuk. We hebben voor een lange kop gekozen met de toewvoeging 'in coronatijd' omdat dit, zo blijkt ook uit 'Tijd voor targets'  een aantal zaken zoals de schaarste aan bouwmaterialen, of de verminderde burgerparticipatie stevig heeft kunnen beïnvloeden.  

Targets in de periode tot 2010

In de periode 2002-2010 heeft de rekenkamer ieder jaar een rapport opgesteld over de meetbare doelen van het college (de zogeheten ‘Resultaten tellen’-onderzoeken).

De jaarlijkse rapportages van de rekenkamer werden in de periode 2002-2010 eerst behandeld in de betreffende raadscommissie (meestal de commissie Bestuur Veiligheid en Middelen, BVM) en daarna in de raad. In bijna alle gevallen was er sprake van een debat waarna de aanbevelingen door de raad werden overgenomen. Het college maakte gebruik van de kennis en expertise van de rekenkamer om de kwaliteit van de (eind)verantwoording te verhogen.

'Het is niet simpelweg een kwestie van meten is weten.'

De directeur van de Rekenkamer: 'De inzet was burgers te laten zien wat de gemeente waarmaakt. Zo’n prestatiegerichte insteek wordt vaak bekritiseerd, veelal in termen van New Public Management, maar dat doet volgens mij geen recht aan de Rotterdamse ambities en de gegroeide praktijk.
Natuurlijk zitten er mitsen en maren aan het kwantificeren van politieke doelen en maatschappelijke ontwikkelingen. Het is niet simpelweg een kwestie van meten is weten. Toch is in de afgelopen twintig jaar in Rotterdam met vallen en opstaan een interessante praktijk ontstaan. De collegetargets zijn een instrument geworden om de ambities en resultaten van een collegeprogramma op hoofdlijnen en in samenhang te beschouwen. Juist in een tijd met veel en kleine(re) fracties is dit een nuttig instrument in de gereedschapskist van de gemeenteraad.
Nu is het tijd om de eindverantwoording te toetsen. Wij beoordeelden of het beeld dat het college geeft, overeenkomt met de beschikbare data. Wij toetsten de mate van doelbereiking en of het college verantwoordt wat beleid daaraan bijdroeg. Het is nu aan de Rotterdamse raad en burgers om te oordelen hoe dit college het heeft gedaan.
Dat vergt wel dat tijd genomen wordt voor een debat over de collegetargets.  

Tijdens een congres naar aanleiding van het tienjarig bestaan van de Rekenkamer Rotterdam in 2008 benadrukten de sprekers de verschillende voor- en nadelen van het werken met targets. Volgens Bert Cremers, voorzitter van de toenmalige deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek, leidde targetsturing tot perverse effecten, gebrek aan flexibiliteit, minder degelijk voorbereid politiek debat en bevordering van het kortetermijndenken. Anderzijds gaven targets focus, stuurde het de inzet van middelen en werd de publieke verantwoording gefaciliteerd. Universitair hoofddocent Henk Klaassen noemde het ontstaan van New Public Management als belangrijke context voor aandacht voor outputsturing en het gebruik van targets. Hij stelde dat het toepassen van de managementprincipes van de private sector in de publieke context lastig blijft doordat de gemeente te maken heeft met meervoudige beleidsproducten en de betrokkenheid van veel actoren

Targets in de periode na 2010 

In de periode na 2010 heeft de raad geen formele verzoeken meer neergelegd bij de rekenkamer om de kwaliteit van de verantwoording van de collegetargets te controleren. Het college heeft de rekenkamer in de collegeperiode 2014-2018 wel verzocht om advies uit te brengen over de targets uit het collegewerkprogramma. Daarna heeft de rekenkamer op eigen gezag de controle op de collegetargets voortgezet.
De rekenkamer heeft vanaf 2010 geen zelfstandig onderzoeken naar de onderbouwing van de collegetargets meer uitgevoerd. Het controleren van de (tussentijdse) verantwoording van de collegetargets gebeurde door een onafhankelijk gepositioneerde stafafdeling. Op die manier kwam de rekenkamer meer op afstand te staan, een plek die bij de onafhankelijke rol van de rekenkamer past.

In de collegeperiodes 2014-2018 en 2018-2022 nam de politieke aandacht voor de collegetargets af

Ondertussen verminderde, zoals eerder aangegeven, het aantal collegetargets in de opeenvolgende collegeperioden (drastisch) naar 24 in de periode 2010-2014, 10 in de periode 2014-2018 en 15 in de huidige collegeperiode. Doordat de rekenkamer zich beperkte tot een review en door de afname van het aantal targets, waren er minder controlewerkzaamheden nodig.

In de raad was er weinig tot geen debat over het onderzoek van de rekenkamer, maar ook nauwelijks over de realisatie van de collegetargets zelf.

Vooral in de collegeperiodes 2014-2018 en 2018-2022 nam de politieke aandacht voor de collegetargets af. Het college reageerde met weinig diepgang op de bevindingen van de rekenkamer en gaf meestal aan de aanbevelingen over te nemen. De bevindingen van de rekenkamer werden niet meer in een (raads)commissie besproken en ook niet meer toegelicht. De onderzoeksbrieven werden ter informatie naar de raad gestuurd en meestal afgedaan als hamerstukken. In de raad was er weinig tot geen debat over het onderzoek van de rekenkamer, maar ook nauwelijks over de realisatie van de collegetargets zelf.

Conclusies van de rekenkamer 

  • Met alle mitsen en maren die inherent zijn aan elke poging tot het kwantificeren van maatschappelijke effecten heeft twintig jaar collegetargets in Rotterdam een volwassen systeem voortgebracht, dat helpt om collegetargets te formuleren, te toetsen en te verantwoorden, waarmee inzicht wordt geboden in de mate waarin politieke doelen zijn behaald.
  • Collegetargets moeten uitdrukken wat politiek gezien het meest belangrijk is voor de komende collegeperiode.
  • Het aantal collegetargets moeten representatief zijn. Het optimale aantal collegetargets is ongeveer 15, waarbij er ook sprake moet zijn van een goede spreiding
  • Het benoemen van jaarlijkse mijlpalen bij collegetargets helpt bij tussentijds beoordelen en tijdige bijsturing
  • Onafhankelijke toetsing en controle van de (tussentijdse) realisatie van collegetargets zijn noodzakelijk ten behoeve van de betrouwbaarheid en vormen een wezenlijk onderdeel van het systeem
  • Het gaat uiteindelijk om de verantwoording over het al dan niet behalen van de doelstellingen en welke inzet het college hiervoor heeft gepleegd. Daarbij kan een ‘rode’ score niet erg zijn als er een goede uitleg voor is. Een ‘groene’ score zonder toelichting kan juist onvoldoende inzicht in de prestaties van het college geven. Hoe de scores worden gecommuniceerd kan echter ook bijdragen aan een onproductieve ‘afrekencultuur’
  • het debat over de collegetargets dient raadsbreed en in samenhang plaats te vinden 
  • De gemeenteraad van Rotterdam heeft met het ontwikkelde systeem van collegetargets een instrument om het collegeprogramma op hoofdlijnen en in samenhang te beoordelen. Het college dient altijd aan de raad verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid, zo ook over de realisatie van de collegetargets. 

Aldus de rekenkamer 

Je kan je afvragen of met name het punt over de relativiteit van rode en groene scores en de 'afrekencultuur' niet achter de feiten aanloopt in een steeds verder gepolariseerd en versnipperd politiek klimaat. Het is te hopen van niet.

In haar voorwoord bij 'Tijd voor targets' schrijft directeur rekenkamer Marjolein van Asselt  'Juist in een tijd met veel en kleine(re) fracties is dit een nuttig instrument in de gereedschapskist van de gemeenteraad.' Dat denken wij ook. Ook al omdat een systematische evaluatie van vier jaar beleid in een stad als Rotterdam veel werk is. Daar kunnen wij als burgers net als de gemeenteraad met soms heel kleine fracties, zo'n timmerdoos best bij gebruiken.  


 

Zie ook:

Deel dit bericht met je vrienden!