zaterdag 18 januari 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

1917 still foto filmdepot

€1917’ magistrale film over de 'Grote Oorlog'

11 januari 2020 (door Ronald Glasbergen)

1914-1918, de Eerste Wereldoorlog. In Frankrijk en België lagen vier jaar lang tegenover elkaar: aan de ene kant Duitse soldaten, aan de andere kant de geallieerden inclusief troepen uit koloniën en gemenebest. Als ze niet zaten, stonden of sliepen, in modder en drek, gingen ze in de aanval, waren op de vlucht, hadden ze verlof achter het front, waren ze gewond of dood. Van die laatste categorie waren er nogal wat, inclusief burgerdoden, vierenhalf miljoen, alleen aan het westelijk front.

 Colin Firth als generaal Erinmorein '1917'  Foto Filmdepot

Alfred Herbert Mendes, die als teenager frontsoldaat was bij de Britten  vertelde erover aan zijn kleinzoon, de latere theater en filmregisseur Sam Mendes. Als kind, herinnerde hij zich zijn grootvader toen in de zeventig als iemand die onophoudelijk zijn handen waste. Zijn vader vertelde hem dat zijn vader  –ruim een halve eeuw later- nog steeds bezig was de modder van de loopgraven van zijn handen te wassen. Die grootvader en diens verhalen zijn Mendes’ bron van inspiratie. Hij wilde een film over die oorlog maken die het verhaal vertelt door de ogen van twee gewone soldaten. Zo begint zijn film.

De Lance Corporals Blake (Dean-Charles Chapman) en Scofield (Georges MacKay) aan het begin van hun tocht  Foto filmdepot

De dag is 7 april 1917, begin van de lente. De soldaten zijn de jonge korporaals, Blake (Dean-Charles Chapman) en Schofield (George MacKay). De twee moeten twee Engelse bataljons die van telefonische communicatie afgesneden zijn, waarschuwen dat de Duitsers een valstrik voor hen gespannen hebben. Een klus met kleine overlevingskansen, maar Blake is gekozen omdat hij een broer heeft die dient bij een van de bataljons. Blake kiest Schofield als zijn begeleider. Het overleven van Blake’s broer dient als motivator – althans voor Blake. Om de troepen en Blake’s broer te bereiken, moeten ze door kilometers niemandsland tussen de frontlinies. Mogelijk is dat, maar niets is zeker, verlaten door de vijand. Ze krijgen extra rantsoenen mee en een brief voor de kolonel (Benedict Cumberbatch) die de bataljons aanvoert. Daarin staat het bevel dat de troepen niet moeten aanvallen, doen ze dat wel, worden ze door de Duitsers kansloos aan flarden geschoten. Het gaat om 1600 man.

 '1917' Aan het westelijk front vielen in de 'Great War' gemiddeld 2900 doden per dag  Foto Filmdepot

De loopgravenoorlog was voor de soldaten een vier jaar durende slachtpartij, waarin het front om een paar kilometer grond dan weer de ene, dan weer de andere kant uitging. Soms vielen er tienduizenden doden op één dag. Het merendeel van de soldaten aan weerszijden had zich overigens enthousiast en vrijwillig  in die oorlog gestort, uit liefde voor het hogere goed, uit liefde voor de natiestaat. Wat na verloop van tijd voor de meesten van hen overbleef was een loterij met de dood, waarbij leven vooral overleven betekende, ingeklemd tussen enerzijds onverbiddelijke discipline en anderzijds de dagelijkse verveling, sleur, ziekten, ontbering en granaten van het front. Dat zie je allemaal niet in de film, maar je voelt het des te sterker als de achtergrond ervan. Wat je wel ziet is gemaakt als één lange, schijnbaar onafgebroken, shot. Cameraman / DoP Roger Deakins liet speciaal camera’s samenstellen om soepel in en uit alle hoeken en gaten van de loopgraven, ruïnes en van het met prikkeldraad, kraters en decomposterende lijken, bezaaide slagveld te kunnen komen. Angst, wreedheid, overlevingsdrang maar ook moed, zijn nooit ver weg. Moed niet als tegendeel van angst, maar als de overtuiging die op bepaalde momenten nodig is om angst te overwinnen.  

'1917' laat soms de wrede schoonheid van de oorlog zien Foto Filmdepot

Sam Mendes bedacht dus geïnspireerd door zijn grootvader Alfred, de tocht van twee jonge mannen dwars door het slagveld van de Great War. Een tocht van A naar B in –schijnbaar- een lange camerabeweging, die de mannen nergens verlaat, nergens wisselt van perspectief. Filmtechnisch, maar vooral dramaturgisch is het een geweldige opgave daar de ook dramatisch boeiende film van te maken die 1917 geworden is. Mendes zei er zelf over dat zijn twee grote James Bond films Skyfall (2012) en Spectre (2015) hem er het zelfvertrouwen voor gegeven hadden. Verassend is die uitspraak wel van iemand die eerder schitterend Tsjechov, Pinter of Shakespeare op het toneel regisseerde (denk aan zijn producties op het Holland Festival van 2010) en die eerder al films als American Beauty (1999, waarmee Mendes een Oscar won) en Road to Perdition (2002) maakte. Het geeft ook aan hoe groot de taak was waarvoor hij zich gesteld voelde. Hij wilde recht doen aan zijn opa, aan de mannen die vochten in die oorlog. De taak om dat middels het pars pro toto  van twee gewone soldaten door niemandsland, zowel realistisch als dramatisch boeiend weer te geven. Het is hem gelukt. Ontroerend - geholpen door de prachtige muziek van Thomas Newman- is de scene waarin lichtkogels in de nacht van de ruines van een aan flarden geschoten plaatsje tussen de fronten een operadecor maken. Wrede schoonheid is het zoals de lichtsporen van munitie of de lichtbundels van luchtafweer dat kunnen hebben. Oorlog kan een roes zijn van angst, wreedheid, overlevingsdrang, moed en liefde die misschien niet te vertellen of verfilmen is. En toch doen we dat met zijn allen al sinds de Ilias en oneindig veel andere werken daarna van Tolstoj’s Oorlog en Vrede tot en voorbij  Jones’/Malick’s The thin red line (1999). Sam Mendes voegt er met de film 1917 een indrukwekkend hoofdstuk aan toe.

Georges MacKay als Scofield in '1917'  Foto Filmdepot                   

 

Zie ook:

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven

Vandaag&Morgen is een uitgave van Stichting Third Road. Steun onze verslaggeving op NL55 INGB 0009 2593 29 t.n.v. Stichting Third Road