Suriname: Overzicht Wereldbank laat naast hoge inflatie bescheiden groei zien en lichte daling armoede zien
Suriname staat volgens de Wereldbank op een belangrijk economisch kruispunt. In 2028 begint de offshore olieproductie, wat grote gevolgen zal hebben voor het land. Na de economische crisis van 2020–2021 is de situatie sterk verbeterd, mede dankzij een programma van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dat in maart 2025 afliep. Ook is de koopkracht gestaag toegenomen.
Gestage armoededaling
Het percentage mensen dat in armoede leeft, daalt gestaag: van 20,9% in 2022 naar 19,8% in 2025 (gemeten naar de grens van $8,30 per dag). In het binnenland is de armoede groter, omdat gemeenschappen daar meer te maken hebben met overstromingen en droogte.
Wel zijn er zorgen: in aanloop naar de verkiezingen van 2025 is het financiële beleid versoepeld. Dat zet de eerder behaalde resultaten — lagere inflatie en een gezondere overheidsfinanciën — onder druk.
Enkele hoofdpunten uit het Wereldbank Rapport in de Macro Poverty Outlook De Economische groei was bescheiden: +1,3% in de eerste acht maanden van 2025. De bouw en de handel groeiden, terwijl de mijnbouw en landbouw achterbleven. Een ernstige droogte in 2025 trof de landbouwsector hard. De inflatiesteeg van 8,0% in juni 2025 naar 11,4% in december 2025, door het soepele begrotings- en monetaire beleid. De overheidsuitgaven liepen sterk op naar 38,7% van het bbp, wat leidde tot een groter begrotingstekort. De staatsschuld steeg naar 98% van het bbp. |
Groei economie
De economie groeit naar verwachting in 2026–2027 en schiet in 2028 omhoog met de start van de offshore olieproductie. Als de olie-inkomsten ook de armere bevolking bereiken, kan de armoede in 2028 met 3,5 procentpunt dalen.

Risico's zijn volgens de Wereldbank:
Verslechtering van het begrotingsbeleid of slechte naleving van de nieuwe begrotingsregels.
Hogere olieprijzen die verhogen weliswaar de exportinkomsten, maar ook de kosten van geïmporteerde brandstof
Terugkerende droogtes die de voedselprijzen verder kunnen opdrijven
Het risico op de "Hollandse ziekte"- als de oliesector de rest van de economie verdringt, zoals dat bij de gasinkomsten in Nederland aanvankelijk gebeurde.
Goed beleid nodig
Suriname heeft met de komende olieproductie een grote kans om armoede te verminderen en welvaart op te bouwen — maar alleen als de olie-inkomsten verstandig worden beheerd. Dat vraagt om sterke instellingen, heldere begrotingsregels en gerichte sociale uitgaven die ook de kwetsbaarste groepen bereiken. Intussen blijft de koopkracht onder druk staan, vooral voor de armste huishoudens. Na 2028 zou de koopkracht kunnen verbeteren mits de olie-inkomsten ook de armere bevolking bereiken. Kansen dus en risico's, voor ons zusterland aan de andere kant van de oceaan.