Zeerecht versus eigen recht: Straat van Hormuz in geopolitieke wurggreep
(Update 5 mei) De Straat van Hormuz is een van de belangrijkste maritieme verkeersaders ter wereld. Ongeveer 20% van het globale LNG en tot 25% van de wereldwijde oliehandel ging hier tot voor kort doorheen. De huidige maritieme blokkade en de geopolitieke spanningen rondom Iran hebben daardoor voor een gigantische aanbodschok gezorgd. Het IEA schat dat er hierdoor dagelijks zo'n 13 miljoen vaten minder op de markt komen.
De status als internationale waterweg is niet alleen gebaseerd op de geografie, maar specifiek op de manier waarop het internationaal recht de soevereiniteit van kuststaten afweegt tegen de wereldwijde behoefte aan handel. Iran claimt sinds de oorlog - gedeeld territoriaal recht - op de Straat. Volgens territoriaal recht kan Iran vliegtuigen of marineschepen weigeren. Maar de Straat van Hormuz valt sinds 1982 onder het VN-Zeerechtverdrag.
Oman en Iran hebben andere interpretaties daarvan. Hoewel het internationaal gewoonterecht 'vrije doorvaart' voorschrijft, houdt Iran vast aan het striktere regime van 'onschuldige doorvaart', waarmee het claimt de passage van buitenlandse marineschepen eenzijdig te kunnen beperken.
Vooral de Iraanse interpretatie krijgt nu door de oorlog vorm. Een vorm trouwens die ook het gewone zeerecht tart: ook voor territoriale wateren geldt namelijk dat geen tol geheven mag worden voor gewone doorvaart.
Volgens VN geldt onbelemmerde en snelle doorvoer
De juridische status van de Straat van Hormuz als internationale waterweg wordt hoofdzakelijk bepaald door het VN-Zeerechtverdrag (UNCLOS) uit 1982. Hoewel de zeestraat op het smalste punt slechts 33 kilometer breed is, waardoor de territoriale wateren van Iran en Oman elkaar overlappen, geldt hier het regime van doorvaarttoegang (transit passage). Dit regime zorgt ervoor dat schepen en vliegtuigen het recht hebben op een onbelemmerde en snelle doorvoer, zolang zij zich houden aan de normale regels voor navigatie. Dit is een cruciale uitzondering op de standaardregel van 'onschuldige doorvaart' in territoriale wateren; bij doorvaarttoegang mogen onderzeeërs bijvoorbeeld onder water blijven en hebben kuststaten niet het recht om de passage eenzijdig op te schorten voor veiligheidsredenen.
Hoewel landen als de VS en Iran het verdrag niet formeel hebben geratificeerd, wordt dit recht op doorvaart door de internationale gemeenschap beschouwd als internationaal gewoonterecht, wat betekent dat het bindend is voor alle landen. Dit om de vrije stroom van wereldwijde handel en energie te waarborgen.
De Wereldbank spreekt van de grootste olie-aanbodschok uit de geschiedenis. De Wereldbank waarschuwt dat dit wereldwijd inflatie aanwakkert, wat de economische groei flink kan afremmen. Omdat olie vaak een graadmeter is voor andere markten, zien we behalve de prijzen van olie en LNG ook de prijzen voor aardgas, kunstmest en voedsel stijgen. |
Meer info: IEA; VN-Zeerechtverdrag (UNCLOS); EIA; Corfu Channel Zaak; Grensverdrag Iran Oman
Inloggen om te reageren — Nog geen account? Registreer hier