Met Orbán verliest Erdogan belangrijke bondgenoot en Bulgarije is geen vervanger
De overwinning van Rumen Radev bij de Bulgaarse parlementsverkiezingen van zondag 19 april 2026 markeert voor het land een politieke aardverschuiving. Na jaren van instabiliteit en maar liefst acht verkiezingen sinds 2021, beschikt Bulgarije voor het eerst sinds 1997 weer over een partij met een absolute meerderheid. Het is de tweede politieke schokgolf in Oost-Europa en de EU in iets meer dan een week tijd, al is de geopolitieke impact ervan kleiner dan de eerdere nederlaag van Viktor Orbán.
Hoewel Bulgarije voor Turkije een noodzakelijke partner is, fungeert het land niet als vervanger voor Orbán. Waar de Hongaarse premier een ideologische bondgenoot was die actief de EU-agenda saboteerde, was Bulgarije te lang bezet door interne crises en de integratie in de eurozone om die rol op zich te nemen. Orbán wist behendig te balanceren tussen de EU, Turkije en Rusland, maar in Bulgarije leidt elke beweging richting Moskou of een autocratische koers direct tot felle binnenlandse protesten en druk vanuit Brussel. Bovendien heeft de toetreding tot de eurozone op 1 januari 2026 Bulgarije steviger verankerd in de Europese kern, wat de ruimte om als 'dwarsligger' voor Erdoğan op te treden aanzienlijk verkleint.
Ondertussen baart de winst van Péter Magyar en zijn Tisza-partij in Hongarije de regering in Ankara grote zorgen. De relatie tussen Orbán en Erdoğan was gebaseerd op een gedeelde conservatieve ideologie en een gezamenlijke afkeer van liberale westerse bemoeienis, maar Magyar heeft een duidelijk pro-Europees mandaat gekregen. Voor Erdoğan betekent dit dat de dagen van onvoorwaardelijke Hongaarse rugdekking voorbij zijn. Een Hongarije dat de banden met de Europese Commissie herstelt, zal minder geneigd zijn om diplomatiek kapitaal te verbranden aan het verdedigen van de Turkse koers.
Toch zal de relatie niet geheel instorten; de wederzijdse belangen op het gebied van energie en defensie zijn daarvoor te diep geworteld. Hongarije blijft voor zijn energievoorziening deels afhankelijk van de TurkStream-pijpleiding en ook de militaire samenwerking is de afgelopen jaren sterk geïntensiveerd. De verhouding zal echter verschuiven van een ideologische verwantschap naar een louter zakelijke, meer afstandelijke relatie. Erdoğan zal het voortaan zonder zijn vertrouwde pleitbezorger binnen de de Europese Raad moeten stellen.