Het dispuut over villa's voor importmiljonairs
Aan populistische linkse praat ontbreekt het niet in de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen van volgende week woensdag. GroenLinks-PvdA schreeuwt van de daken dat het godgeklaagd is dat er in Rotterdam villa’s en dure penthouses worden gebouwd voor importmiljonairs. Het is koren op de molen voor de VVD, die tegenwerpt dat er uiteraard ook voor steenrijke topmanagers een plek moet zijn in de stad.
Bij het dispuut dat zich op sociale media ontspint over deze ‘woonbeleidkwestie’ zijn enkele kanttekeningen te maken.
Het lijkt heel jofel dat GroenLinks-PvdA de barricaden beklimt met kritiek op de bouw van even prijzige als kolossale woningen voor importmiljonairs. Maar welke partijen gaven in 2018 goedkeuring aan het bebouwen van miljonairsparadijs Nieuw Kralingen, met al die anno 2026 kennelijk zo verfoeide villa’s? Dat waren (ook) GroenLinks en de PvdA. Ze applaudisseerden zelfs juichend mee toen de gemeenteraad ertoe besloot. Diezelfde twee als links te boek staande partijen gingen ook akkoord met de sloop van de Tweebosbuurt, die plaats mocht maken voor woningen die onbetaalbaar zijn voor ‘de lerares die leuke Rotterdammertjes moet smeden en de douaneman die op drugsjacht is’.
De VVD hekelt de linkse kritiek op de bouw van villa’s voor importmiljonairs. Het is juist prima als die groep naar Rotterdam komt, vinden de liberalen. Hoe meer, hoe beter.
En daar heeft de VVD wel een punt — zij het dat er aan één voorwaarde moet worden voldaan. Het Rotterdamse woonbeleid gaat uit van de volgende verdeling bij nieuwbouw: 25 procent sociaal, 40 procent middenhuur of koop onder de 470.000 euro, en de resterende 35 procent duur tot hartstikke duur. Hanteer je die verdeelsleutel strikt, dan zou dat moeten betekenen dat voor de bouw van elke importmiljonairswoning een evenredig deel aan sociale huur zou moeten worden gerealiseerd.
Maar helaas gebeurt dat niet — althans, helaas voor die leraressen en douanemannen.
De voorraad sociale huurwoningen in Rotterdam krimpt al jaren. Terwijl er in grote steden als Den Haag en Amsterdam juist méér sociale huur bijkomt, daalt het aantal van de goedkoopste woningen in Rotterdam. Dat – noem het maar – afslankingsproces vindt plaats dankzij de medewerking van woningcorporaties en huurdersorganisaties, die daarover opvallend matige prestatieafspraken maken met de gemeente. Maar in de verkiezingsdebatten gaat het daar niet over.