La Niña, Golfstroom, Poolvortex en een berg sneeuw begin januari 2026
Door een sterke hogedrukblokkade nabij Groenland wordt zeer koude Arctische lucht zuidwaarts gestuurd richting West- en Centraal-Europa. Tegelijk raakt de straalstroom sterk meanderend en verzwakt, mogelijk in samenhang met een verstoring van de poolvortex. Hierdoor kan koude lucht langdurig boven Europa blijven hangen.
Wanneer deze Arctische lucht Europa bereikt, botst zij in zuidelijkere regio’s met warmere en vochtige lucht, wat leidt tot krachtige winterstormen en zware sneeuwval (“snowbomb”-achtige systemen). In grote delen van Europa wordt gerekend op temperaturen die 10 tot 15 graden onder het langjarig gemiddelde liggen, met lokaal extreme sneeuwval en blizzard-achtige omstandigheden.
De huidige winter van 2025/2026 kan naar verwachting kouder zijn dan normaal vanwege de samenloop van twee belangrijke wereldwijde weerverschijnselen: La Niña: Er ontwikkelt zich een afkoeling van het water in de Stille Oceaan, wat de wereldwijde weerpatronen beïnvloedt en vaak leidt tot koudere, sneeuwrijkere winters in delen van Europa. Verstoorde poolvortex: Een grote verstoring (of "ineenstorting") van de poolvortex, een cirkel van koude lucht boven de Noordpool, zorgt ervoor dat ijskoude luchtmassa's verder naar het zuiden worden gedreven dan normaal. Een verzwakkende AMOC (en golfstroom), mogelijk als gevolg van smeltend ijs, zou koude lucht vanuit het Noordpoolgebied naar het zuiden kunnen leiden, wat strengere winters en nog koudere periodes in Europa zou kunnen veroorzaken, zelfs terwijl de aarde over het algemeen opwarmt en extremer, onvoorspelbaarder weer zoals hevige regenval en droogte met zich meebrengt, naast deze koude periodes. |
Voor Nederland kan dit vooral een verhoogde kans op een echte winterperiode betekenen. De aangevoerde lucht is koud genoeg voor aanhoudende vorst, met name ’s nachts en mogelijk ook overdag. Wanneer storingen vanuit het noordwesten of zuiden over het land trekken, kan deze kou gepaard gaan met sneeuwval tot in de laaggelegen gebieden.
Bronnen: WMO.int.; KNMI; Metoffice; Severe Weather Europe; KMI