Memoires Ahmed Aboutaleb ondervragen het thuisgevoel in Nederland
De vraag kan bij herhaling worden gesteld wanneer het gaat om herinneringen ophalen: hoe betrouwbaar zijn je herinneringen, zeker wanneer de auteur zijn eigen autobiografie schrijft? En ook: wat weten inwoners van dit goede land eigenlijk over de achtergrond van de ruim tweehonderd nationaliteiten die hier wonen? De autobiografie THUIS van Ahmed Aboutaleb (1961) geeft in ieder geval een indruk van het leven en de carrière die hij als 15-jarige Marokkaan in Nederland opbouwde.
Het staat vast dat de Nederlandse samenleving in de loop van tientallen jaren zeer divers is geworden. Het Nederland dat Aboutaleb als 15-jarige puber binnenkwam, lijkt nauwelijks meer op het huidige land, waar buitenlanders eerst ‘gastarbeiders’ werden genoemd en later ‘allochtonen’. Wat feitelijk hetzelfde bleef, is een reeks aanduidingen voor immigranten die in het slechtste geval worden weggezet als probleemgevallen die het land uit moeten.
Onbekend maakt onbemind
Er zijn grote verschillen in het ‘links of rechts’-narratief. Dat buitenlanders zich in hun nieuwe land voor de veiligheid terugtrekken in hun eigen gemeenschap, is niet voorbehouden aan groepen uit het Middellandse Zeegebied of Afrika. Nederlanders zoeken in het buitenland in voorkomende gevallen óók het vertrouwde van thuis.
Dat visies kunnen verschillen, is dan ook niet verwonderlijk. Wanneer de ervaringen van Aboutaleb bijvoorbeeld worden gelezen door een voormalig dorpsgenoot uit de Tweebosbuurt, kan de auteur rekenen op kritiek over de weergave van feitelijkheden. Dat noteerde Vandaag & Morgen-medewerker Kees Jonker in zijn artikel over die buurt.
Aboutaleb begint zijn verhaal in THUIS in het hoofdstuk Vooraf, met de vraag of er nog een weg terug zou zijn naar het dorp van zijn jeugd: “Zou ik nog op blote voeten kunnen lopen in dat bergachtige gebied, zonder geld en proviand? Slapen op een matje op de vloer?” Die vragen stelde hij in 2015 aan drie vrienden die, net als hij, in het Rifgebergte geboren waren.
Zijn vragen schetsen indirect de daaropvolgende, grotere vraag: waar hoor ik thuis? Wie het boek van Aboutaleb leest, krijgt daarop niet direct antwoord. THUIS schetst het leven van een taaie volharder die in zijn nieuwe land het beste uit zijn bestaan probeert te halen, zonder zijn eigenheid en cultuur te verliezen.
Cultuur
Aboutaleb heeft in zijn boek gedichten opgenomen van zijn favoriete dichter Adonis. Wanneer hij deze voorleest in de oorspronkelijke taal, hoort de toehoorder hoe mooi en melodieus deze klinkt — ook al versta je niets van de inhoud. “Als de taal is uitgewoond” van schrijfster-dichteres Giselle Ecury staat eveneens in het boek. Misschien ligt dáár een antwoord over identiteit, vervreemding en de kracht van taal. De vierde strofe van het afgedrukte gedicht luidt:
misschien is het tijd
om naar huis te gaan
daar waar ik hoor
maar mijn woorden drijven
zacht lispelend terug
op dat eeuwig zoute water.
Eigenlijk zouden er meer autobiografieën moeten verschijnen van zogenoemde nieuwe Nederlanders, om een beter inzicht te krijgen in hun achtergrond. Wat zou het mooi zijn als de auteurs daarvan niet worden verketterd door een orthodox deel van hun eigen bevolkingsgroep of door geboren en getogen Nederlanders die zich liever achter hoge dijken verschansen dan kennis willen nemen van de rijkdom aan talen en culturen die ons land — naast onmiskenbare uitdagingen — ook veel heeft gebracht.
Aboutaleb, A. (2024). Thuis: Memoires. Meulenhoff. ISBN 9789089683717