In memoriam Peter Graute 1949-2024

16 november 2025 door gastauteur
In memoriam Peter Graute 1949-2024
Peter Graute voor zijn platenzaak in de Boomgaardstraat. Foto Ad Schouten / courtesy Wim de Boek

[door Frank van Dijl]

De generatie die na de oorlog was geboren, in de jaren van wederopbouw opgroeide en eind jaren zestig/begin jarenzeventig in de welvaartsstaat volwassen werd, drukte een zwaar stempel op het openbare leven. Voor het eerst vormden jongeren een meerderheid onder de bevolking, en dat wilden ze weten ook. Jongens hadden lang haar, meisjes droegen korte rokken, ze luisterden naar beatmuziek. Universiteiten werden bezet, woningen gekraakt, de verbeelding kwam aan de macht.

Het moet voor de ouders van de babyboomers behoorlijk slikken zijn geweest. Ze konden maar beter een stapje opzij doen, zong Bob Dylan, want het werden andere tijden.

De ouders van Peter Graute deden letterlijk een stapje opzij. ‘Als zeventienjarige had Peter al een enorme verzameling vinyl’, vertelde zijn jongere zus Yolanda aan het AD [1][Rubriek ‘Van wieg tot graf’, AD, 22 oktober 2024].‘Hierdoor kreeg hij de slaapkamer van onze ouders en sliepen zij in de woonkamer.’ Dat klinkt anders dan Bob Dylan het in The Times They Are A-Changin’  bedoelde, eerder als een mooi gebaar.

Het zegt iets over het belang dat in het gezin Graute aan muziek werd gehecht. Vader, die drummer had willen worden, had ooit een relatie met Maria Reijs, de later beroemde jazzzangeres Rita Reys.

In 1969 figureerde Peter Graute ook al in wat toen nog voluit Algemeen Dagblad heette. De krant kon de veranderende tijden maar ternauwernood bijbenen en vroeg zich af ‘waaromjongens (en mannen) soms toch van die vreselijk lange haren hebben.’Tien Rotterdamse ‘langharigen’ werden over hun haardos ondervraagd, Peter was een van hen:

...twintig jaar, verkoper van grammofoonplaten en drager van zijdezacht haar, dat hij ’s morgens alleen met de vingers even opbolt en in model brengt. Hij heeft dit kapsel al zes jaar, omdat hij het erg mooi en leuk vindt staan. ‘Maar bij sommige anderen weer helemaal NIET’, zegt hij. Tot grote vreugde van zijn ouders gaan zijn haren er binnenkort af. 'Ik moet in dienst’, vertelt hij, ‘maar als ik eruit kom, laat ik mijn haar meteen weer aangroeien.’ Hij weet, dat hij met zijn kapsel van dit moment niet voor iedere baan zal worden aangenomen, zelfs al heeft hij daarvoor de capaciteiten. Zou hij daarvoor in een voorkomend geval zijn haren knippen? ‘Mmm,’ wordt het antwoord, ‘ik kan me zelfs best een directeur van een groot bedrijf met lange haren voorstellen.’ [2][UIt Rubriek ‘Gehoord en gezien’, Algemeen Dagblad, 20 september 1969]


Op 30 september 2024 overleed Peter Graute op vijfenzeventigjarige leeftijd in zijn slaap door koolmonoxidevergiftiging. Hij blijft in herinnering als een Rotterdamse muzieklegende, niet alleen als platenverkoper, maar ook als muzikant en oprichter van een opnamestudio en een platenlabel.

Op zijn achttiende was hij gaan werken bij Dankers, de platenwinkel aan de Coolsingel die een breed publiek bediende. Bedrijfsleider Lou Thiel gaf Graute zijn eigen hoekje: Peter’s Popcorner, niet per se tot genoegen van eigenaar Chris Dankers die zelf niet veel om popmuziek gaf.

Maar het was juist de bloeiperiode van de popmuziek, het waren de popliefhebbers die de omzetten van platenwinkels de hoogte in joegen. De tijden waren veranderd. Peter Graute had toen al oog – en oor natuurlijk – voor wat buiten de door de grote platenmaatschappijen en de piratenzenders op de Noordzee gedomineerde mainstream gebeurde. Dat maakte zijn Popcorner aantrekkelijk voor muziekliefhebbers die van heinde en verre naar Rotterdam kwamen om bij Dankers in de platenbakken te snuffelen.

Maar in 1969, nog geen twee maanden nadat de zaak uitbundig zijn tienjarig bestaan had gevierd, besloot Chris Dankers zomaar uit het niets om zich uit het zakenleven terug te trekken [3]. „Om reden van zeer persoonlijke aard en in het bewustzijn dat het leven hogere waarden heeft dan hard werken en daarmee geld verdienen, hebben de heer en mevrouw Dankers besloten met ingang van 9 december 1969 hun activiteiten te staken,” heette het in een brief aan de plaatselijke pers [4].
De platenwinkel werd verkocht aan Radio Leo. Het personeel kon aanblijven, maar toen zijn beschermheer Lou Thiel zelf een platenwinkel opende, volgde Peter Graute hem naar Disk, later Disko Thiel. Ook hier bestierde hij de afdeling popmuziek met de hem toen al kenmerkende eigenwijsheid. Als je het album Exile on Main Street van The Rolling Stones wilde kopen, kwam hij met Little Feat aanzetten: ‘Deze moet je nemen, hier móet je naar luisteren.[5]’

In 1974 zette Graute zijn volgende stap: hij begon zijn eigen winkel Backstreet Records in een leegstaand pand aan de Boomgaardsstraat, die zeker in die tijd volledig voldeed aan het begrip ‘achterafstraat’. Omdat ik toen over popmuziek schreef in Het Vrije Volk, gevestigd in de Witte de Withstraat die de Boomgaardsstraat kruist, kwam ik vaak bij Peter over de vloer. Ik rekende deze uitstapjes tot mijn werk, want de kennis die Peter Graute tentoonspreidde, hield me up-to-date. Zelden verliet ik de zaak zonder een stapel platen die je bij doorsnee-platenwinkels nooit zou aantreffen, en altijd wist Peter er bijzonderheden bij te vertellen waar mijn stukjes voor de krant van opfleurden.

Er braken intussen alwéér nieuwe tijden aan. De popmuziek had in de jaren zeventig de punkbeweging voortgebracht. Dankzij iemand als Peter Graute sloeg Rotterdam in die ‘sien’ geen slecht figuur. 'In Rotterdam is de punk geworteld in het sociale klimaat. Je moet hier gewoon hard werken en verder je mond houden, nietwaar,’ zei hij in Het Vrije Volk. ‘Rotterdam is helemaal te gek. lk krijg hier kids uit New York en Liverpool in de zaak, die zeggen het ook.’Of punkmuziek ook een beetje verkocht? ‘Uit het hele land weten ze me te vinden. Dat komt omdat ik platen heb die je nergens anders kunt krijgen [6]. 

Dat laatste kwam weer door het strenge onderscheid dat hij maakte tussen wat in zijn ogen – en oren natuurlijk – Echte Muziek was en commerciële namaak. Punk was Echt: ‘Een punker is iemand die zijn eigenwaarden bepaalt, in feite een anarchist. New Wave is eigenlijk de vercommercialisering van de punk. Dat is vooral in Amerika gebeurd. Er waren gevestigde bands die op New Wave overschakelden, omdat dat beter in de markt lag. Overal kun je die namaak kopen tegenwoordig, loop de. supermarkten maar binnen. Punk hoort natuurlijk helemaal niet thuis bij grote maatschappijen. Het gaat om de zelfwerkzaamheid, om het uitgeven van dingen in eigen beheer.’ [7]  Peter Graute had er dus een goede neus voor om die dingen te vinden, en dat niet alleen: op zijn eigen label bracht hij obscure bandjes uit die bij de grote platenmaatschappijen geen kans kregen.

Daar had hij ook een mening over: ‘De maatschappijen besteden hun geld totaal verkeerd. Ze brengen niet gericht uit. Onbekend nieuw talent komt nauwelijks aan bod. Dus heb eigen je labeltjes gekregen van jongens die het dan maar zelf doen, in een garage opnemen, en zélf uitbrengen. En dat werkt héél redelijk. De platenbusiness heeft geen talentscouts, is bezig met pure energieverspilling en een waanzinnige overproductie.’ [8] 

En wéér veranderden de tijden: ‘Zet ik daarnet even de radio aan, is er een of ander TROS-tip-zoveel-toestand en hoor ik opeens niks dan allemaal punk-platen. Muziek en groepen waarmee ik jaren ondergronds heb lopen leuren. Die draaien ze daar nu! Is de komkommertijd soms aangebroken?’ [9]

‘Ik heb altijd m’n eigen dingen willen doen,’ zei Peter Graute in hetzelfde krantenartikel. Met zijn eigen dingen is hij altijd voorop blijven lopen, altijd met de intentie om te delen. ‘Ontdekte hij ergens een goede band, dan probeerde hij die naar Rotterdam te halen zodat iedereen ervan kon genieten,’ zegt zijn partner Carla. ‘Als hij muziek maakte, was het voor hem alsof hij bij de goden zat. Spelen en samen spelen, het beleven van de muziek; daar ging het hem om.’ [10]


Noten
1 Rubriek ‘Van wieg tot graf’, AD, 22 oktober 2024
2 Rubriek ‘Gehoord en gezien’, Algemeen Dagblad, 20 september 1969
3 In het verhaal ‘Een zakelijk bestaan’, opgenomen in de bundel 'Schöne Welt' (1982), fabuleert Jules Deelder dat de plotselinge verkoop van de succesvolle platenzaak ‘Donkers’ aan de Coolsingel te maken had met belastingfraude, financieel wanbeheer en godsdienstwaan.
4 Geciteerd door Aad Wagenaar in: ’Dankers stopt met platenzaak: ‘Ik breek op ’t hoogtepunt af’, Het Vrije Volk, 11 december 1969.
5  Dit overkwam Niek Vechtmann toen hij popredacteur bij Het Vrije Volk was. De auteur was in die hoedanigheid zijn opvolger.
6 Peter Graute geciteerd door Hans Maas in ‘Protest uit de goot’, Het Vrije Volk, 7 juni 1980.
7 Zie noot 6.
8 Peter Graute geciteerd door Ben Herbergs in ‘LP te goedkoop? Iedereen wacht op een nieuwe Abba’, Het Vrije Volk, 5 juli 1980.
9 Zie noot 8.
10 Zie noot 1.


Dit verhaal is eerder gepubliceerd in het 'Rotterdams Jaarboekje 2025'

Meer over:
Cookies

Deze website gebruikt noodzakelijke cookies voor een correcte werking en analytische cookies (geanonimiseerd) om de statistieken van de website bij te houden. Marketing cookies zijn nodig voor laden van externe content, zoals YouTube-video's of widgets van Sociale Media. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie, of om je instellingen later aan te passen.