Als het bindend correctief referendum doorgaat kan slechte politiek voortaan gecorrigeerd worden door slechte referenda
Begin 2025 heeft de Tweede Kamer besloten dat het bindend correctief referendum mogelijk moet worden door het wijzigen van de Grondwet. De Eerste Kamer buigt zich nu over deze vraag. Uiteindelijk is het aan het kabinet om hiervoor een uitvoeringswet te maken.
Het rechtse interim-kabinet van VVD en BBB heeft dit najaar de eerste stappen gezet voor een uitvoeringswet die het bindend correctief referendum mogelijk maakt. Daarmee zouden burgers meer invloed op de politiek kunnen krijgen en kunnen zij politieke besluiten tegenhouden. Althans in theorie. Veel wetenschappelijk onderzoek wijst in een andere richting. Zo kunnen referenda makkelijk speelbal van doelgerichte campagnes worden die juist een tegengesteld effect hebben. Extremere partijen met weinig politieke scrupules krijgen meer invloed en burgers juist minder.
Dat houdt mogelijk ook de komende kabinetten niet tegen. PVV, FvD, Ja21, SP, BBB, GL PvdA en D66 zijn allemaal broederlijk voor het bindend correctief referendum waarmee de democratie nog meer uitgeleverd wordt aan populistische kiezers manipulatie.
Minister Rijkaart van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties schetst in een brief aan de Tweede Kamer hoe de wet er op hoofdlijnen uit komt te zien.
Minister Rijkaart: “Met deze hoofdlijnenbrief schetsen we hoe we dit in de praktijk willen brengen, met als doel dat Nederlanders meer invloed hebben op nieuwe wetgeving. Het correctief referendum is namelijk een belangrijk instrument waarmee mensen kunnen laten weten of zij vóór of tégen een wetsvoorstel zijn dat al door de Tweede en Eerste Kamer is aangenomen. Tegelijkertijd moeten we zorgen dat dit gedegen kan, om te voorkomen dat we te gemakkelijk naar dit middel grijpen.” |
Drempels voor organisatie en uitslag
In de brief schetst het kabinet verschillende keuzes die zij voor de uitvoeringswet verwacht te maken. Een van de keuzes gaat over het benodigd aantal mensen dat een referendum kan aanvragen.
Daarvoor moeten eerst 5.000 mensen een verzoek tot het organiseren van een referendum indienen. Als dit is gelukt, moet het definitieve verzoek nog binnen 8 weken door 400.000 mensen worden ondersteund om het referendum daadwerkelijk te laten plaatsvinden.
Het kabinet sluit daarmee aan bij het advies van de Staatscommissie parlementair stelsel en dit aantal is een goede balans tussen ‘niet te lichtvaardig’ en ‘niet praktisch onmogelijk’.
Een andere keuze gaat over wanneer de uitslag van het referendum geldig is. Hiervoor geldt een zogenaamde uitkomstdrempel. Het gaat er bij de uitkomstdrempel om dat de (‘winnende’) meerderheid ook een vooraf bepaald aantal stemmen moet weten te vergaren. Voor het nationale referendum stelt het kabinet dat dit 33,33% van alle stemgerechtigden moet zijn. Met dit percentage is er een balans tussen representativiteit en haalbaarheid van het referendum.
Risico's voor de democratie zien de indieners niet. Die zijn in het debat allang weggewimpeld. Slechte politiek kan als het plan voor het bindend correctief referendum doorgaat, mogelijk van SP tot PVV gedragen, voortaan gecorrigeerd worden door slechte referenda.