Na ondertekening pact Saudi-Arabië en Pakistan is er een potentiële kernmacht bij in het Midden Oosten
De Israëlische poging om op 9 september in Doha leiders van Hamas te doden met luchtaanvallen, terwijl zij daar overlegden over een door Qatar bemiddeld staakt-het-vuren in Gaza, heeft diepe verontwaardiging gewekt in de Arabische wereld. Tegelijkertijd neemt in de Arabische wereld het vertrouwen in de Verenigde Staten als betrouwbare veiligheidspartner, niet toe. Zeker niet onder het presidentschap van Donald Trump.
Dat is de onvermijdelijke achtergrond waartegen de ondertekening van het wederzijdse defensiepact tussen Saoedi-Arabië en Pakistan afgelopen woensdag 17 september zal worden gezien. Pakistan is het enige moslimland met kernwapens en beschikt bovendien over de grootste strijdmacht in de islamitische wereld, traditioneel vooral gericht op rivaal India. Pakistan heeft behalve kernwapens een ruim tweeënhalf keer zo groot leger als Saoedi-Arabië. Dat laatste land beschikt op zijn beurt over grote voorraden fossiele energie en heel diepe zakken met een 'sovereign wealth' fonds van rond de 900 miljard.
Een hoge Saoedische functionaris benadrukte tegenover persbureau Reuters dat het om een breed opgezet defensieverdrag gaat, “dat alle militaire middelen omvat”. Op de vraag of dat ook een nucleaire paraplu vanuit Pakistan inhoudt, liet hij doorschemeren dat de samenwerking zich niet laat reduceren tot één specifiek aspect. Volgens bovengenoemde functionaris is het akkoord het resultaat van jarenlange onderhandelingen en geen directe reactie op recente gebeurtenissen.
De huidige timing na de Israëlische aanval in Qatar en de spanningen rond Gaza blijft echter veelzeggend. Zowel in Israël alsmede in Pakistans buurland India worden mogelijke implicaties van het pact met meer dan gewone belangstelling gevolgd.