Kinderpsychologie

29 november 2017 door Jim Postma
Kinderpsychologie

Ben bezig met een dagjesbezoek aan het Zeeuwse Zierikzee. Mijn vriendin is aan het ‘shoppen’ en dus zit ik te wachten in het café. Echte mannen doen dat. Maar je hebt mannen en mannen en die van deze laatste categorie gaan op dringend verzoek van ‘Hare Majesteit’ mee uit winkelen. Om mede te zien en te besluiten of het jurkje of mantelpakje goed staat of niet.

Uit ruime ervaring weet ik dat dit een tijdrovende bezigheid is, waarvoor je als manlief veel geduld moet opbrengen. En vaak nog hartstikke duur. Bij weigering van een al te dure koop kom je s’ avonds van een koude kermis thuis. ’s Nachts In het gunstigste geval nog net wel een zuinige welterusten kus, maar daar is de kous dan ook definitief mee af. ‘No money, no honey’, nietwaar?

Ik zou wel gek zijn. ‘Shoppen met je eigen beurs’ is hierin mijn motto. Maar al trouw wachtende zit ik me eigenlijk te vervelen in die bruine kroeg. Het is nog vroeg in de middag, de krant heb ik allang uit. En de ober zit meer achterin de zaak te rommelen dan dat hij als gesprekspartner achter de tap staat.

Andere (stam-)gasten zijn er helaas nog niet. Oer- en stomvervelend eigenlijk. Tot mijn eigen verbazing zit ik verlangend en mistroostig naar de deur te kijken. Of mijn ‘prinsesje’ beladen en wel met een tevreden en stralende glimlach binnen komt wandelen. Om haar laatste koopjes aan de ‘baas’ te showen. Daar heb ik wel plezier in en zij zeker ook.

‘De tros’
Mijn plaatselijke bruine tent is gevestigd in een achteraf straatje, eerder een steegje. Op de etalageruit buiten staat in fraaie vergulde gotische letters ‘De tros.’ Een jaartje geleden was ik hier eerder geweest. Toch moest ik er naar zoeken tussen al die nauwe straatjes in. Het jaar daarvoor had ik mij hier uitstekend vermaakt tijdens het borreluur en met mijn giechelende prinses van plezier.

Met toen en nog steeds een potige en bonkige voormalige zeeman aan het ‘roer’. Een meester in het honderduit vertellen. Vooral over zijn grandioze avonturen in het ruime sop. ‘De tros’ bestond namelijk uit allerlei onderdelen van schepen. Lampen, tafels gemaakt van stuurwielen, schilderijen met boten en zeegezichten, de gekste scheepsattributen, te veel om allemaal op te noemen.

Maar wel zeer smaakvol en kundig, zelfs kunstig, ingericht door deze oud-kapitein. Samen met zijn knappe - daar was eens een meisje loos - is hij voorgoed met haar aan de wal gebleven. En zeker niet aan lager wal. Pure liefde op het eerste en laatste gezicht. Een groot plezier om naar haar charmante gekeuvel te luisteren en zeker om te zien. Een ware struise blondine van de bovenste plank. Zo eentje waar je eeuwig aan blijft hangen, net zoals onze kapitein dus.

Zierikzee bezoeken is voor mij een waar genoegen, zo zit ik eenzaam aan de bar na te mijmeren. Met zijn vrolijke sfeervolle dorpskern, met talloze winkeltjes en horecazaken, zowel klein als groot. Als je het stadje zelf binnen loopt dus buiten de kern om, word je verwelkomd door kleurrijke klassieke gevelpandjes van ver in de vorige eeuw. Aan de kade van deze voormalige vissersplaats is het heerlijk banjeren tussen enkele vissersschepen in. De frisse pure zeewind is een waar genot als je daar weg bent uit je drukke en altijd lawaaierige ‘Rotjeknor’, vol met smerige stinkende fijnstof.

Wegdromen
Terwijl ik zo in mijn gedachten aan het wegdromen ben hoor ik eindelijk de cafédeur open gaan. In blijde verwachting draai ik mij om. Maar in plaats van mijn prinses staat daar een boomlange man met een jochie van vier of vijf jaar aan de hand. De uitbater hoorde ik op verre afstand nog steeds rommelen met potten en pannen. Kennelijk een grote afwas van gisteren. En omdat de uitbater tot mijn grote plezier mij nog kende van vorig jaar liet hij mij al die tijd als een ware ‘stamgast’ geheel vertrouwd alleen aan de bar achter. Zo van ‘jij past intussen wel op de zaak, hè.’ Terwijl zijn kassa achter de bar half open stond… Waar vind je zoveel vertrouwen nog?

De boomlange man met zijn peuter kijkt speurend door de zaak. Dan, als hij niet kan vinden wat hij zocht, spreekt hij mij aan, in de veronderstelling dat ik de cafébaas ben. Hij vraagt aan mij zeer beleefd of zijn zoontje even naar de w.c. kan gaan. Die kon je inderdaad in de kroeg zelf niet zien, maar ik wist het precies vanwege mijn zwakke blaas.

‘Natuurlijk’, antwoordt ik joviaal. ‘U gaat daar het trapje op en achter die deur bevindt zich de w.c.’ De vader dankt mij hartelijk en gaat opgelucht met zoonlief die richting uit. Een tijdje blijven zij achter die deur weg. Inmiddels zit ik nog steeds in mijn eentje, denkende aan mijn wegblijvende voor mij nu ‘stoute prinsesje.’ O, wat kan wachten en wachten toch eindeloos lang zijn.

Muntstuk
Gelukkig wordt mijn eenzaamheid nu doorbroken door het jochie met zijn vader. Het kind ziet er op dit moment geheel ontspannen uit na zijn boodschapje op de plee. Stralend huppelt hij mij tegemoet en zegt zeer hartverwarmend; ‘Dank u wel meneer!’ Daarbij opent hij zijn knuistje en overhandigt mij een glitterende 2-eurostuk. Met op de achtergrond de reus die mij eveneens dankbaar aankijkt.

Ik voel mij met deze ontknoping in ‘De tros’ geheel overvallen. ‘Maar dat hoeft toch niet’, zeg ik een beetje stamelend tot het kind. Overvallen door dit tafereel kneep ik het handje van het jochie dicht en zei: ‘Dankjewel, maar het muntje mag je houden.’ Het jochie liep beteuterd terug naar zijn pa, keek mij droevig aan en gaf het muntstuk weer terug aan de reus.

Ik had het kennelijk totaal verkeerd gedaan. De boomlange man vatte echter alles met een grote glimlach op en verdween met zijn teleurgestelde peuter van mijn toneel. Waarbij hij nog bij de cafédeur met een knipoog riep: ‘En toch nog bedankt, meneer!’

Epiloog
Een half uur later komt eindelijk mijn ‘Hare Majesteit’ door dezelfde cafédeur binnen, zoals vanouds stralend, met een tas vol aankopen over haar schouders. Maar voordat zij haar aanwinsten kan laten zien doe ik in geuren en kleuren verslag van deze zeer recente kroeggebeurtenis. Inmiddels was de ‘kapitein’ ook weer boven water en luisterde aandachtig mee. Mijn prinses echter trok een snelle conclusie.

Zo wat bijjtend sprak zij mij toe: ‘Je bent een grote lul! (Maar dat wist ik zelf wel…). Jij begrijpt helemaal niks van kinderen. Je had dat muntstuk van dat arme kind met je rechterhand moeten aanpakken en dan moet je gespeeld zeggen met een wijds gebaar: ‘Dank je wel, jongeman!’ Dan had je die munt met je beide handen op je rug moeten verbergen. En dan had je aan dat kind moeten zeggen: ‘Kijk eens, ik kan toveren.’ Vervolgens had je met je linkerhand vanachter je rug die munt weer aan het kind moeten teruggegeven. En zeggen: ‘Kijk eens jongeman, die is voor je spaarpot!’

 

 

Cookies

Deze website gebruikt noodzakelijke cookies voor een correcte werking en analytische cookies (geanonimiseerd) om de statistieken van de website bij te houden. Marketing cookies zijn nodig voor laden van externe content, zoals YouTube-video's of widgets van Sociale Media. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie, of om je instellingen later aan te passen.